MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel
Zoeken
Uitgebreid zoeken

Godert Willem van Dedem en Den Aalshorst

Verhaal

In 2011 was het honderd jaar geleden dat Godert Willem baron van Dedem stierf. Hij was één van de kinderen van Godert Willem baron van Dedem (1791–1866), heer van Den Berg, en Grietje Boxem. Dit artikel gaat in op wat hij betekend heeft voor het landgoed Den Aalshorst in het bijzonder en voor Dalfsen in het algemeen.

Godert Willem Sr.

De vader van Godert Willem trouwde op latere leeftijd en was behalve eigenaar van huize en landgoed Den Berg te Dalfsen, controleur van de directe belastingen in de districten Almelo en Delden. Daarnaast was hij ook controleur van het kadaster. Als lid van de Ridderschap van Overijssel werd hij namens die stand sedert 1825 afgevaardigd naar de Provinciale Staten van Overijssel, waarvan hij tot 1862 lid bleef. Zijn interesses als Statenlid golden, naast financiële kwesties, vooral problemen met betrekking tot de landbouw. Hij wilde de landbouw vernieuwen en dit ook op zijn eigen landgoed toepassen.

In 1833 werd hij door koning Willem I tot dijkgraaf van de marke Emmen benoemd en twee jaar later door Gedeputeerde Staten tot heemraad in het zesde district van Overijssel. In de landbouw voerde hij verbeteringen in ten aanzien van bestrijding van veeziektes, veredeling van gewassen en gebruik van kunstmest. Hij was lid van de Maatschappij tot Bevordering van Landbouw en Landontginning en rapporteerde aan de Commissaris des Konings in Overijssel over de teelt van een nieuw soort wortel, waarvan hij vond dat deze een verbetering voor de landbouw in de hele provincie zou bevorderen. De werkzaamheden en belangstelling van Godert Willem Sr. zijn in dit verband belangrijk omdat zijn zoon Godert Willem, die Den Aalshorst kocht, zeer door hem beïnvloed was. Een andere zoon, Coenraad Willem, kocht Den Alerdinck, een buitenplaats in Laag-Zuthem. Diens broer Alexander bleef in het ouderlijk huis Den Berg wonen.

Godert Willem Jr.

Net als zijn vader studeerde Godert Willem Jr. rechten; hij in Leiden, zijn vader in Groningen. Terwijl hij nog studeerde kocht hij in 1865 al gronden bij publieke verkopen, bv. markegronden in de Hessumer Koemars, waarvan de veiling plaatsvond in Herberg Madrid. In datzelfde jaar 1865 kocht hij 57 percelen voor 5.610 gulden in de gemeente Dalfsen. Hij bleef gronden aankopen, waaronder in 1873 het kerngebied van Den Aalshorst, groot 35 ha, die hij van zijn tante Johanna Theodora Feith- van Dedem, kinderloos en weduwe, overnam.

Deze tante Feith was getrouwd met Louis Feith, de zoon van de bekende Zwolse dichter Rhijnvis Feith, en het echtpaar had in 1823 Den Aalshorst met omliggende gronden gekocht. Na zijn dood in 1845 bleef zij nog tot haar dood in 1878 op Den Aalshorst wonen. Zij had kennelijk een goede band met haar neefje.

Na zijn studie werd Godert Willem advocaat te Dalfsen en later kantonrechter in Vollenhoven (van 1874-1875), te Ommen (1876-1884) en te Wageningen (1884-1909). Verder was hij lid van de Provinciale Staten van Gelderland en van de gemeenteraad van Wageningen. In zijn carrière leek hij dus ook het voorbeeld van zijn vader te volgen. Van zijn oom en tante Feith erfde hij nog land en van zijn nichtje Anna van Sandick kocht hij haar erfdeel. Het blijkt duidelijk uit brievenboeken en de administratie van hem, dat hij bezig was met, behalve het aan- en verkopen van land (het was in die tijd mode om met onontgonnen gronden te speculeren), zijn landgoed te ontwikkelen door hout (voor onder meer telefoonpalen) en schors uit akkermaalshout te verkopen. De bezichtigingen hiervan waren op zowel Den Berg als op Den Aalshorst. Dit was in het jaar 1879, een jaar na het overlijden van zijn tante Feith.

Vergroting en bijeenhouden van zijn bezittingen

Via zijn huwelijk in 1866 met Eva Roelina Westra (1842-1932) kwamen er meer gronden in zijn bezit. Zij erfde via haar ouders het landgoed De Broekhuizen, ooit een mooie buitenplaats ten noorden van de Vecht (zie Rondom Dalfsen nr. 25). In 1826 kocht jonkheer Aalt Willem van Holthe dit buiten als geldbelegging en liet het huis in 1842 afbreken. In 1854 stierf hij en na de dood van zijn vrouw in 1858 gingen zijn erfgenamen over tot verdeling van de erfenis.

De landerijen van De Broekhuizen kwamen in handen van Susanna Leonora van Holthe, die in 1835 getrouwd was met Jan Westra. Na hun dood erfde Eva Roelina De Broekhuizen (107 ha) in juni 1908. Het familiebezit van Godert Willem en Eva Roelina, dat al behoorlijk uitgestrekt was en ook verspreid lag, werd toen aanzienlijk groter. Samen met zijn zoon Eduard (die werkzaam was bij de Registratie en ook belangstelling had voor landgoedbeheer) werd het plan opgevat Den Aalshorst in een familie nv onder te brengen, om het als eenheid in stand te houden. Opdat er niet zou plaatsvinden wat Godert Willem al vaak om zich heen had zien gebeuren nl. afbraak, zoals bijna Den Berg en Den Aalshorst overkwam in 1821; de afbraak van De Broekhuizen en ook de versnippering van vele buitenplaatsen waaronder het landgoed Den Berg, zijn ouderlijk huis. De nalatenschap in een nv onderbrengen was nog nieuw in die tijd. Zijn neef Willem Jan van Dedem richtte ook in 1908 een naamloze vennootschap op voor zijn buitenplaats de Rollecate in Nieuwleusen, maar het bleven uitzonderingen. Dat die opzet geslaagd is blijkt uit het feit dat het landgoed Den Aalshorst na ruim 100 jaar nog ongeveer hetzelfde aantal hectares grond omvat, met bos- en natuurterreinen en een mooi buitenplaatscomplex. Er zijn nog steeds boerderijen, die verpacht worden, waar bloeiende melkveehouderijen zijn gevestigd. Bovendien bestaat de tuin met de bijzondere fruitbomen nog en deze wordt goed onderhouden. Dat alles hebben we hoofdzakelijk te danken aan de kunde en het inzicht van Godert Willem.

Fruitteelt

Een nog niet genoemde bijzondere belangstelling van Godert Willem van Dedem betreft de fruitteelt. Hij heeft zich vele jaren intensief beziggehouden met de vermeerdering, veredeling en het actieve beheer van vruchtbomen.

Hij was actief lid van de Nederlandsche Pomologische Vereeniging en van 1904 tot zijn plotseling overlijden in 1911 zelfs voorzitter daarvan. Grote waardering voor zijn inbreng bleek uit het “in memoriam”, gepubliceerd in het verenigingsblad van 15 juli 1911. Daarin stond onder meer:

“Wie van nabij met den voorzitter samenwerkten, stelden diens helder inzicht en deskundige ervaring op grooten prijs, wie hem alleen van den algemeene vergaderingen kenden, zullen zijn onpartijdige leiding steeds gewaardeerd hebben, maar het liefst zullen ze zich hem herinneren, zooals hij op de excursie’s de populaire man was, die zijn oordeel grondde op de lange jaren van ervaring. Inderdaad had de heer van Dedem voor een nietvakman een ongewone kennis van de vruchtenteelt en maakte hij den vrij schralen grond van “Den Aalshorst” tot een vruchtbaren tuin, waar nu een sortiment ooftboomen groeit, dat men ver in den omtrek vergeefs zal zoeken.”

Op huize Den Aalshorst is nog steeds zijn grote bureau intact aanwezig. Daarin staat  een uit zijn tijd stammend standaardwerk over fruitteelt grijpklaar, met plaatjes van  snoeivormen, die hem moeten hebben geïnspireerd, want nu nog zijn die in de tuin  van Den Aalshorst terug te vinden.

De Aalshorst nu

Godert Willem nam, zoals wij zagen veel interesses van zijn vader over. Zijn kinderen erfden op hun beurt eigenschappen die voor het landgoedbeheer van belang waren. Eduard kwamen wij al tegen als financieel en administratief beheerder. Arthur bemoeide zich in het bijzonder met zaken van bouwkundige aard. Willem en Suze ontfermden zich vooral over de tuin en het bos en Hendrik deed vooral aan jacht/wild- en bosbeheer. Na zijn overlijden op 11 maart 1911 werd zijn zoon Eduard directeur van de familie nv samen met zijn moeder Eva Roelina.

Anno 2011 bestaat de familie nv nog als familie bv, geheten “Landgoed Den Aalshorst BV”, en zijn de aandeelhouders (en kunnen alleen maar zijn) allen afstammelingen van Godert Willem. Uit hun midden is een directie gekozen die de verantwoordelijkheid heeft voor het beheer, met professionele ondersteuning van de rentmeester. We mogen dus concluderen dat de opzet van Godert Willem, ook nu een eeuw na zijn overlijden, heeft stand gehouden. En dat zijn nazaten dat gerespecteerd hebben, zodat het landgoed als onverdeelde cultuurhistorische eenheid nu nog voor ons allen te genieten is.

*Dit artikel is geschreven door mevrouw baronesse E.L. van Dedem, mevrouw baronesse A.J. van Dedem en de heer drs. baron F.H. Sloet van Oldruitenborg en is eerder gepubliceerd in Rondom Dalfsen, nr. 70

Auteur:mevrouw baronesse E.L. van Dedem, mevrouw baronesse A.J. van Dedem en de heer drs. baron F.H. Sloet van Oldruitenborg
Trefwoorden:Den Aalshorst, Den Berg, Ridderschap, Rollecate, Bewoningsgeschiedenissen, Adel Overijssel
Personen:Godert Willem baron van Dedem, koning Willem I, Coenraad Willem van Dedem, Alexander van Dedem, Johanna Theodora Feith- van Dedem, Rhijnvis Feith, Anna van Sandick, Eva Roelina Westra, Aalt Willem van Holthe, Willem Jan van Dedem
Periode:1791-2016
Locatie:Millingen