MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

De bevrijding van Oudleusen

Verhaal

Op 11 april bevrijdden de Canadezen de stad Ommen en in Oudleusen wachtten de mensen in spanning af wat er zou gebeuren. Afwachten? Nee, iedereen nam wat voorzorgen. Het was een heel vroeg voorjaar en boeren nabij de kom dreven hun vee de Zaandstege door naar 'Binnen', naar het Vechtland dus.

Ook andere maatregelen werden getroffen. Veertien dagen eerder had H.J. Nijkamp tien à vijftien meter ten zuidoosten van zijn boerderij (aan de Stokte) al een schuilkelder gemaakt: diep in de grond, met stevige aarden wallen en boven een plafond van balken een dik pakket zand. Een andere boer had zijn gierkelder schoongemaakt om daarin te kunnen schuilen.

Met de bevrijding van Ommen kwamen er veel Duitse soldaten naar Oudleusen. 'De hele Stege - nu Om de Landskroon - lag vol en ze lagen bij een paar boeren in de hooiberg te roken en te drinken', vertelt één van de ooggetuigen. Bij H. Nijenhuis maakten de Duitsers een primitieve loopgraaf en sloegen ze, net als bij de buurman, met de revolver op de staldeur: ze hadden paarden nodig. Maar de paarden waren al naar de Peeze gebracht, en naar de Kaempe. Een boerenzoon, die donderdag 12 april een kijkje had genomen in de Peeze, vlogen op de terugweg bij 'Haameijer' (Oude Hessenweg) de kogels ‘om de kop’.

Vanuit Varssen

De Canadezen begonnen te schieten vanuit Varssen en kwamen steeds naderbij. Smid G. Bos weet het nog goed. 'We zaten in de oude smederij en we kregen het wat te benauwd. We zijn Witvosstege doorgegaan en daar floten de kogels je om de oren. Het gezin Bos schuilde bij G. Sluter aan de Dommelerdijk in een lege aardappelkuil en keerde 's avonds naar huis terug. Daar werd toen een lege huls aangetroffen in de perenboom. Huis en smederij waren gelukkig nog heel. De zaterdag daarvoor sneuvelden er overigens wel ruiten toen een geallieerd vliegtuig beschietingen uitvoerde. Duitsers waren zèlf bij de smid bezig paarden te beslaan. Zij hadden daar zondag mee verder willen gaan, maar gingen toch eerder weg. De Duitsers trokken zich terug in en bij het bos van Sonsbeek. De boerderij van de familie Kloosterman werd op 10 april al gevorderd voor onderdak. Kloosterman nam zijn gezin en zijn vee mee, de Veldweg op, waar hij land had en waar hij werd opgevangen door buren. Om zijn boerderij werden loopgraven aangelegd. Andere Duitsers lagen achter de houtwal die liep van Tienus Sandink naar H.J. Hofman. Ze klommen regelmatig op een stromijt bij Van der Werf, om uit te kijken.  De Canadezen konden niet meer ver weg zíjn.

Brand

's Middags eisten vier Duitsers nog het middagmaal bij Klaas Lans. 'Tussen ongeveer twee uur en halfdrie begon het geschiet', herinnert Jan Lans zich. 'lk was met vader op zolder en we zijn toen naar beneden in de kelder gegaan. Op een zeker moment rook het naar brand. Toen zijn we eruit gelopen. Vader ging over de deel en heeft nog één beest van zijn vee losgesneden. Meer kon hij niet redden, want het brandende stro kwam al door de 'slieten'. Vader kwam kruipend de achterdeur uit. Met zijn vader en moeder en een 5-jarige honger-evacué zocht hij dekking in een sloot, half onder dennen die daar opgestapeld lagen. 'Ale Lans heeft dat kind', zo vertelt buurman Nijkamp, 'toen beschermd met haar eigen lichaam. 

Bij Nijkamp stond op dat moment de boerderij ook al in brand. Ook zijn vee kwam daarbij om.  Nijkamps schoonvader Peter van der Vegt was van huis. Nijkamp en zijn vrouw, hun 1-jarig zoontje Henk, zijn schoonmoeder en twee onderduikers uit de buurt gingen in de schuilkelder en overleefden daar het gevecht. Wel drong nog een kogel naar binnen toen de toegang even werd geopend. En vijf minuten voordat het gevecht voorbij was schudde de schuilkelder door het dichtbij inslaan van een granaat.

Kelder met gewelf

Iedereen zocht op z'n eigen manier dekking. Sommigen lagen achter de hooiberg terwijl de kogels over de boerderij heen gierden. Niet iedereen had een kelder met gewelf. Ook de familie H. Nijman niet, die tussen het schieten door naar Kroen’n Martend (Baarslag; nu boerderij Van Leussen, Om de Landskroon) ging. Daar zocht ook Willem van de Kroene dekking. Allemaal in de kelder, in totaal 22 à 23 mensen, onder wie ook de 17-jarige honger-evacué Kees.

De Canadezen kwamen intussen dichterbij en bij Baarslag naast het huis werd om ongeveer vier uur vanaf ‘een driepoot' geschoten. Een soldaat hield zijn geweer even gericht op het kelderraam. Een ander kwam de zijdeur in en deed de kelderdeur open, met het geweer in de aanslag. Een van de mensen kwam rap in de benen en riep, met de handen in de lucht: 'Oranje boven'. Goed volk dus, dat de Canadezen dat maar wisten.

Onder de Duitsers waren er overigens ook die de oorlog allang beu waren. Een enkeling liet z'n geweer een dag eerder al ergens achter. En nu het op de confrontatie uitliep besloot een achttal Wehrmachtsoldaten het geweer niet meer op te nemen. Ze verscholen zich op de deel bij Sandink achter zaadzakken. Toen de zijmuur eruit geschoten werd, kwamen ze met een witte vlag op een stok naar buiten. Ze gaven zich over.

Of het gevecht zonder of met bloedvergieten verliep weet niemand precies te vertellen. Onbekend is of er doden zijn gevallen. Wel bekend is dat H. Fliers uit Welsum aan de Hofmanssteeg op 13 april dodelijk getroffen werd door een verdwaalde kogel, toen hij buiten stond. Ook dat J.W. Volkerink (Dennenkamp) een granaatscherf in zijn rug kreeg, terwijl hij op de deel bij een zeug met biggen was. De boerderij liep schade op aan een binnenmuur en de gebinten.

Barricades

De 12 à 13-jarige Peter van der Vegt kreeg een rugwond bij het opruimen van de barricade voor de werktuigenschuur aar de Dommelerdijk, na afloop van het treffen op 12 april. De Duitsers hadden werktuigen en duikers op de weg geplaatst. In de duikers stonden bonestokken, die bevestigd waren aan handgranaten. Bakker J.M.H. Wolfkamp, H.J. Nijkamp, G. van der Vegt en anderen wilden de Canadezen vrije doorgang bieden en daarbij gingen de granaten af. Ook Jan van Leussen werd daarbij licht gewond toen hem een granaatscherf langs het hoofd schampte.

De Duitsers hadden een paar barricades gemaakt, o.a. tegenover de christelijke school en - met schoolbarken - tussen de openbare school en 'De Kroene'. Ook deze barricades werden verwijderd. Nadat de Canadezen zich ’s avonds terugtrokken in Varssen keerden de Duitsers echter weer terug. Ze wilden weten of er nog 'Tommy's' waren en vroegen bij E.J. Hulst wie de barricades hadden opgebroken. Och heden! Overbuurvrouw 'Mienemeuje' had wat al te vroeg een oranjesjerp tevoorschijn gehaald toen de Canadese tanks dwars door de 'Pierik' op Kroen'n Martend aan gingen. Toen ze de Duitsers gewaar werd, mikte ze de sjerp maar ijlings in de brandende kachel.

Nog een boerderij in de brand

Nee, ze waren nog nèt niet bevrijd, die 12e april. Een overmoedige woonwagenbewoner vergiste zich ook deerlijk toen hij later op de dag nabij de Oude Hessenweg op de teruggekeerde Duitsers schoot. Hij werd op zijn beurt onder vuur genomen en vluchtte het steegje door, dat vanaf de Hessenweg langs Van der Veen liep.

De Duitsers dachten ten onrechte dat hij de boerderij was binnengegaan en schoten die in brand. Moeder Van der Veen was alleen thuis en holde op kousenvoeten de voordeur uit. Haar man en hun zoons waren op het land. Het was de derde boerderij die bij de bevrijding van Oudleusen met alle inboedel en vee in vlammen opging. De boerderij van Boerman – westelijk van de christelijke school - werd in oktober 1943 al door brand verwoest, toen geallieerde vliegtuigen ’s middags om twaalf uur fosforbommen afwierpen. Het achterhuis en de hooiberg werden getroffen.

Bevrijd

Vrijdagmorgen 13 april vertrouwden diverse gezinnen uit deze buurt het niet. Ze vreesden nieuwe gevechten en brachten alsnog de inboedel naar buiten, om daarna lopend naar bekenden in 't Holt of bij de stuw te gaan: door de es of onderlangs 'Binnen'. Maar ze konden weer vrij snel op huis aan. Over de stuw kwam iemand aansnellen met een oranje strikje op: 'We zijn bevrijd'. Bij de bevrijding ontstond intussen forse schade aan het gebouw van de christelijke school. Daar bij de beschadigde school werd op de avond van 13 april 'feest' gevierd door de Oudleusenaren, ook al was het vrijheidsgevoel nog iets heel onwezenlijks.

De bezetter was inmiddels verdwenen naar Zwolle. Vier Duitse soldaten hadden bij Kloosterman liever gewacht op de bevrijders, maar ze werden gedwongen mee te gaan. Een aardig detail is dat een week later cementpannen van de schuur van Sonsbeek uit Oudleusen, in Dalfsen werden gebruikt om huizen aan de Vechtdijk opnieuw te dekken. G.J. Stokvis: 'Ik was toen een beginnend timmerman en heb daarmee geholpen. In Oudleusen werd een comité opgericht dat huisraad, servies en dergelijke verzamelde voor de bij de bevrijding getroffen gezinnen. Die vonden tijdelijk onderdak in een noodwoning of schuur en ook het vee werd gestald in een noodstal. Bij café Het Roode Hert in Ankum werd door diverse boeren vee gebracht dat onder de gedupeerde landbouwers werd verdeeld.

De bouw van nieuwe boerderijen zou wat langer duren, tot de jaren 1953-I954. Er was veel materiële schade. Maar dat was toch niet het ergste. Om met Hendrik Jan Nijkamp te spreken: 'Ik ben nog altijd dankbaar dat we het overleefd hebben.'

*Dit verhaal vormt de neerslag van gesprekken met G. Bos,  A.H. Kloosterman, D. Kijk in de Vegte- Baarslag, J. Lans, H.J. Nijkamp, G J. Stokvis, J van der Veen-Kijk in de Vegte en anderen.

**Rondom Dalfsen, nr. 22.

Auteur:W. van Lenthe
Trefwoorden:Oudleusen, Tweede Wereldoorlog, WO II, Bevrijding, Brand, Honger-evacué, Overijssel WOII
Periode:1945
Locatie:Overijssel, Dalfsen
0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Soort
Titel
Bericht
Bestand