MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Zwolle krijgt een "bieb"

Verhaal

Wie zou er toch, naar schatting ergens in de jaren tachtig van de vorige eeuw, begonnen zijn, het keurige woord “bibliotheek” tot zijn eerste lettergreep te reduceren? Het is een verschrikkelijke en ergerlijke kleuter-afkorting en de uitvinder dient alsnog met pek en veren op de platte kar door haar dorp te worden gesleurd. Toen honderd jaar geleden nog aan de op- en inrichting moest worden gewerkt, was er van die afkorting gelukkig nog geen sprake, toen ging het om een Openbare Leeszaal en Bibliotheek te Zwolle.

Zwolle krijgt een “bieb”

 

Honderd jaar geleden in de Zwolsche Courant

 

Wie zou er toch, naar schatting ergens in de jaren tachtig van de vorige eeuw, begonnen zijn, het keurige woord “bibliotheek” tot zijn eerste lettergreep te reduceren? Het is een verschrikkelijke en ergerlijke kleuter-afkorting en de uitvinder dient alsnog met pek en veren op de platte kar door haar dorp te worden gesleurd. Toen honderd jaar geleden nog aan de op- en inrichting moest worden gewerkt, was er van die afkorting gelukkig nog geen sprake, toen ging het om een Openbare Leeszaal en Bibliotheek te Zwolle. Eenmaal in gebruik burgerde de aanduiding “de leeszaal” in vele gezinnen in, maar die heeft het intussen waarschijnlijk bijna overal van eerder genoemde afkorting verloren, zeker nu de instelling door fusie met andere kunstinstellingen opgeknapt is met de raadselachtige naam “de Stadkamer”. Zeker, de klankassociatie met “schatkamer” is fraai, maar verder is het maar een raar verzinsel – blijkbaar is alles beter dan het saaie en gortdroge “bibliotheek”.

 

 

Het begrip “leeszaal” is dan al volledig verdwenen, eigenlijk al sinds de OLB uit de Kamperstraat vertrokken is. Want daar is het begonnen. In de oprichtingsvergadering op 23 mei 1916 is dat de belangrijkste mededeling: de loyale schenking van een stadgenoot, die een gebouw in de Kamperstraat ter beschikking der vereeniging stelde. De journalist zal wel een kleine verschrijving gepleegd hebben: voor “loyaal” is vast “royaal” bedoeld. Vele decennia is de OLB aan die Kamperstraat gehuisvest gebleven, en ja, toen was er inderdaad sprake van een heuse “leeszaal”. Een deftige ruimte met comfortabele stoelen en met ruim groen laken beklede leestafel. Daar heerste, midden in de stad, volledige stilte – uit respect voor het gedrukte woord. Met de overgang naar de Diezerstraat was dat voorbij, computers en interactieve werkplekken maakten in combinatie met gezellige koffiehoekjes de “bieb” weer helemaal eigentijds. Men mag benieuwd zijn naar de volgende locatie.

 

 

Maar in 1916 is dat nog allemaal toekomstmuziek. De oprichtingsvergadering is geen gemeentelijk, maar particulier initiatief, al geeft burgemeester Van Roijen door zijn aanwezigheid wel blijk van officiële steun. Men heeft een deskundige uit Hilversum laten overkomen, om wat tips te krijgen: het oprichten van Openbare Bibliotheken is een landelijke trend. Die expert heeft in de eerste plaats een omschrijving van de doelgroep te bieden: het gaat om zoowel lagere als middelbare school. Voor hen die nog meer willen, staan de universiteitsbibliotheken open. De leeszaal moet als hoofddoel hebben, voldoening van het gemoedsleven. Nu lijkt  de sprong van de universiteitsbibliotheek naar het gemoedsleven wel erg groot, maar dat kan natuurlijk aan de samenvattende journalist liggen. Wat het betekent, blijft ook raadselachtig, al is de volgende mededeling, dat er in de al bestaande leeszalen aanvankelijk vooral romans (goed voor het gemoed?) uitgeleend werden. Maar al gauw nemen de wetenschappelijke werken reeds een veel grotere plaats in dan vroeger. Daarmee worden dan vooral theologische werken bedoeld, en dat is weer aanleiding te betreuren dat in de stichtingsclub nog niet alle richtingen vertegenwoordigd zijn: In het bestuur zit nog geen roomsch-katholiek. “Openbaar” betekende toen blijkbaar nog, dat iedereen geacht werd mee te doen, de verzuiling moest nog uitgevonden worden.

 

Het Zwolse publiek maakt zich tijdens de oprichtingsvergadering nogal zorgen om de financiering. Desgevraagd vertelt de inleider over indrukwekkende tentoonstellingen, waarmee aanvullende inkomsten gegenereerd kunnen worden, maar vervolgens weet hij de zaal toch aan het schrikken te krijgen – Hij achtte het noodzakelijk, de werken aan te schaffen, die voor een gewoon mensch te kostbaar zijn. Naar Hilversums voorbeeld beveelt spreker dan ook aan een jaarlijksch inkomen van ongeveer f 10000. Wie dat wat veel vindt, krijgt de goede raad: Het is beter helemaal niet te beginnen, dan op te bescheiden schaal. Dat maakte indruk, er volgde alleen nog een vraagje over maatregelen tegen besmetting, want zo’n bieb gaat vast allerlei onhygiënisch volk trekken…

 

Sjaak Onderdelinden.       

Trefwoorden:Bibliotheek, Openbare Leeszaal, Burgemeester Van Roijen