MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Wessel Fortuin reed op een Bedford

Verhaal

Bij ons thuis was Jo, een dienstmeisje, – zo noemde je dat toen – die hielp in de huishouding en bij verdere bezigheden en die verkering had met Wessel Fortuin. Wessel Fortuin was een boerenzoon van een boer aan de Prinsengracht, een van de laatste stadsboerderijen.

Hij was als soldaat in Indonesië geweest, had daar gediend, zo noemde hij dat en kon over die periode boeiend vertellen. Maar nu hij terug was in Nederland, uit de dienst was ontslagen, was hij gaan werken bij de cementfabriek van Eikelboom aan de andere kant van het Zwartewater, die grote grijze cementfabriek, waar het altijd stoof. Hij reed als chauffeur op een van de bedrijfswagens, een legergroene Bedford, met dat kenmerkende front met twee vierkante ruiten en die aparte neus, die er door de vracht geheel grijs uitzag of een GMC, ronkend en knallend, beide afkomstig uit het Amerikaanse leger. Heel kenmerkende auto’s voor ons als jongens, vooral de GMC door de grote motorkap. Mijn vriend en ik mochten af en toe mee met hem in de vrachtwagen om betonnen tegels en betonelementen voor de nieuw te bouwen boerderijen in de NOP, de Noordoostelijke polder, te brengen. Dat was een leuke rit en meteen ook een aardig tijdverdrijf. Hoog zittend in de vrachtwagen keek je over de velden, de weilanden vol koeien en de kronkelende wegen over de dijk.

 


Via Zwartsluis en Vollenhove reden we de polder in en dan was het kaartlezen geblazen, waar de vracht heen moest. Naar adressen in de buurt van Marknesse, Luttelgeest, Ens, Emmeloord, Espel, Rutten of Tollebeek. Een grote kale vlakte in ontginning met overal wegen met pas aangeplante bomen en beginnende bebouwing van boerderijen, arbeiderswoningen en dorpen.

 

 

Onderwijl vertelde Wessel dan heel veel verhalen over zijn soldatenleven, over zijn diensttijd in Indonesië, wat hij daar allemaal had meegemaakt, leuke dingen, maar ook minder leuke dingen, de gevechten, het eten, de gebruiken en zijn verlangen naar Jo, zijn meisje in Holland, in Hasselt, dat hij regelmatig schreef in dikke brieven. Hij was gelukkig dat hij heelhuids teruggekomen was uit dat verre Indië en hij vond ook dat hij mooi werk gevonden had, het vrije bestaan van vrachtwagenchauffeur, al waren het wel vaak dezelfde ritjes, maar iedere keer toch net even anders.. We genoten met volle teugen van al die verhalen over dat verre land, waarvan wij nog steeds het een en ander over moesten leren op school bij aardrijkskunde of geschiedenis. Dat verre Indië ging zo helemaal voor je leven, je ging er helemaal in op, ’s nachts droomde je ervan. Dan zag je je zelf onder de palmbomen of in de dessa. Je hoorde de vreemde geluiden in de stilte van het nachtelijk duister. Je zag dat alles zo maar voor je. Een kraan en werklieden die wat riepen brachten je in de werkelijkheid terug. Wessel deed zijn grote handschoenen aan. De vracht werd gelost, de betontegels werden met de hand van de wagen getild en opgestapeld in rijen en de betonelementen werden er met de kraanwagen af getakeld. Een halfuurtje later kon de terugreis beginnen en nog een goed half uur later waren we weer in Hasselt. Voor de lange brug werden we uit de vrachtauto gezet en wandelden naar huis. We moesten de groeten aan Jo doen. Wessel moest nog weer een vracht laden voor een volgende rit, de volgende dag. Maar dan konden we niet mee, dan moesten wij naar school.

 

Dit artikel komt van de website van Jurry Pott.
 

Trefwoorden:Bedford, Chauffeur
Personen:Wessel Fortuin
Periode:1930-1950
Locatie:Overijssel