MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Van onderduikadres naar onderduikadres. Twee Almelose families in het verzet

Verhaal

Van onderduikadres naar onderduikadres. Twee Almelose families in het verzet

Over het oorlogsverleden van de vroeg overleden veteraan Henk Geerling, mijn opa, was weinig bekend. Dankzij een interview met diens oude strijdmakker Harm Mulder kon hun gedeelde oorlogsgeschiedenis alsnog worden vastgelegd. In dit artikel zagen we dat Harm en Henk als jongemannen onder de wapenen werden geroepen. Samen vochten ze tijdens de beruchte slag op de Grebbeberg. Uiteindelijk bleek de Duitse overmacht te groot. Harm wist te ontkomen tijdens een vlucht over een viaduct. Zijn kameraad Henk bleef achter en werd krijgsgevangen genomen. Na een wekenlang verblijf in een krijgsgevangenenkamp in Duitsland kwamen Henk en de andere krijgsgevangenen weer thuis in Almelo. De families Mulder en Geerling zouden in het verzet gaan. Hieronder het vervolg van Harms verhaal.

'Aan de Vrielinkslaan, waar ons huis stond, woonden veel mensen die in het verzet zaten. Bij de grote overval door het verzet op de Nederlandse Bank aan de Wierdensestraat in Almelo (zie kader) was ikzelf overigens niet betrokken. Dat was een andere verzetsgroep, waar Henk bij zat. Die jongens heb ik wel gekend hoor. Heerdink bijvoorbeeld, die was later politieman. Over die overval is later een korte zwart-witfilm gemaakt. Daar speelden wij in mee, als Duitse soldaten. We waren toen namelijk leden van de Reservepolitie Almelo.


M’n vader zat ook in het verzet. Hij had als politieman situatieschetsen leren maken en maakte daarom in het geheim schetsen van stellingen van Duitse kanonnen. Je kon er vanuit gaan dat tien of elf dagen nadat die tekening de deur uit was, er een Engelse luchtaanval kwam. Eén keer viel zo’n granaathuls in onze tuin, toen gingen we snel het huis in. Zonder dat je het in de gaten had, werd je zelf bijna slachtoffer van die aanvallen. We hadden ook een radio onder de vloer. En m’n vader was commandant van de verkeersgroep. Dat was een zelfstandige politie-eenheid. Bij een van hun geheime acties werd 's nachts een Engelse piloot op een motor met zijspan naar Zwolle gereden. Daar was dan een contactpunt om weer verder te gaan. Dat was een hele lijn, via België, Frankrijk en Spanje terug naar Engeland.

Harm moet onderduiken

Ergens in ‘42 of ‘43 hebben we in het donker met wat jongens bij NSB’ers een grote W, van Wilhelmina, op de winkelruit geschilderd. Dat was ’s avonds om een uur of elf. Dat deden we met verf die bijna niet te verwijderen was. Henk en ik stonden op wacht, daar aan de Grotestraat. Mijn vriend Jaap Westra schilderde ook nog grote W's op kruispunten Het was goed dat ze dat niet in de gaten hadden. Het had onze dood wel kunnen zijn!

Inmiddels werkte ik weer op het Kantongerecht, waar ik voor de dienstplicht ook gewerkt had, maar daar werden de werkzaamheden steeds minder. De politie had wel veel werk. Zo werden bijvoorbeeld bekeuringen uitgeschreven omdat huizen niet voldoende verduisterd waren. De politie in Hengelo vroeg of ik daar kon komen helpen. Ik moest toen radio’s innemen, op bevel van de Duitsers.

Op 29 april 1943 gaf de Duitse generaal Christiansen, die het bevel voerde over Nederland, de order dat oud-militairen zich moesten melden voor tewerkstelling in fabrieken in Duitsland of als grondwerker voor loopgraven aan het front. Er was vervolgens een staking in Hengelo. Tijdens de daarop volgende razzia ben ik op het station langs Duitse controleurs geglipt. Ik ben toen veilig thuis weten te komen. Thuis zei ik tegen m’n vader en moeder: "Ik ga niet meer naar Hengelo". Ik had een foute collega die heulde met de Duitsers. Op de dag dat ik me moest melden in Assen voor de Arbeitseinsatz, stond die foute collega voor de deur. M’n vader zei dat hij dacht dat ik in Assen was, dat ik me moest melden als voormalig soldaat, en dat hij verder van niets wist. Hij zei natuurlijk niet dat ik binnen gewoon op de bank zat. Die collega zei toen: "We nemen nog wel contact op".

Meerdere onderduiklocaties

Kort daarna ben ik ondergedoken in Surhuizum in Friesland, bij een oom en tante die in een onderduikerslijn zaten. Eén onderduiker was een oud-politieman uit Arnhem. We zaten daar met z’n vieren ondergedoken. Na nog geen veertien dagen moest ik daar al weer weg. Dezelfde nacht kwam de Gestapo. Ze hebben mijn tante en haar twee dochters, van wie er één zwanger was, meegenomen. Ze zijn naar het Scholtenshuis in Groningen gebracht, waar ze werden verhoord. De zwangere nicht werd daarna met haar zus terug naar huis gestuurd. M'n tante is na een poosje overgebracht naar Vught. De Gestapo dacht namelijk: als we die vrouw hebben, dan meldt haar man zich ook wel. Maar mijn oom heeft zich nooit gemeld. Later zat ik ondergedoken met tien andere onderduikers in Augustinisga (Buitenpost), in een arbeiderswoning aan het Kolonelsdiep. In de boerderij naast ons zaten landwachters, die zaakjes opknapten voor de Duitsers. Dus we zaten altijd binnen. Soms gingen we in het donker wel naar buiten, maar een sigaretje roken was er niet bij! In 1944 zat ik bij een vriend in Vries. Daarna ben ik met de trein naar huis gegaan. Met Kerstmis was ik thuis in Almelo, na twee jaar ondergedoken te hebben gezeten. 

"Alles bij elkaar pakken, we gaan nu weg!"

Van Kerstmis '44 tot maart '45 zat ik thuis ondergedoken, ik kwam de deur niet meer uit. Om wat te doen te hebben maakten we tandenborstels thuis. M’n vader knipte de staarten van paarden en daar maakten we die borstels van. Die verkochten we dan voor een paar cent. En je had nog foto’s op glas in die tijd. Moeder kookte dat glas dan uit, om de oude foto’s eraf te kunnen halen. Daar werden weer fotolijstjes van gemaakt. Dat ging via een fotograaf. Het was vies werk.

Het was ergens in maart, april 1945, m’n vader zat voornamelijk thuis en werkte niet meer. Maar de Duitsers hebben 'm niet kunnen pakken. En toen ze hem wilden pakken, was 'ie al ondergedoken. Een koerierster gaf een briefje af bij ons aan de deur. Mijn moeder las het niet, maar legde het op het schrijfbureau. Vader kwam thuis en moeder zei dat een meisje een briefje had gebracht. Vader las het en riep: "Alles bij elkaar pakken, we gaan nu weg!" Het bleek een seintje vanuit het huis van bewaring dat we weg moesten, want er waren namen genoemd door een arrestant. Vaders naam was ook gevallen. Hij vluchtte naar de achterburen. Ik weet niet waar m'n moeder en zus zijn heen gevlucht. Mijn jongere broer Wim en ik gingen naar kennissen die op de Vriezenveenseweg woonden. We hebben daar een nacht geslapen. Ik wist dat toen niet, maar daar was ook een jodin in huis op dat moment. De nacht erop hebben we bij de overburen geslapen. 

De dag erna gingen Wim en ik naar Vriezenveen. Vanaf april ‘45 zat ik daar ondergedoken op een boerderij. Dat was bij de ouders van de vrouw waar wij eerst zaten, de familie Hospers. Later zei hun dochter: "Wilt u naar uw moeder?" Zij bleek namelijk ook in Vriezenveen te zijn. Toen zagen we onze moeder terug. M’n vader was op dat moment ondergedoken bij een collega-politieman in Albergen. Ons hele gezin zat dus ondergedoken, dus ons huis was onbewoond. Heiltje Wienen, de dochter van de buren, heeft toen een nog brandende haard uit het huis gehaald. Ze heeft ons huis gered! Ook hadden de buren onze spullen veiliggesteld op verschillende adressen.

Bevrijding

Het was een slechte tijd hoor. We waren regelmatig aardappels aan het rooien bij een boerderij in Langeveen. We zagen dan soms Engelse vliegtuigen aankomen. Wij gingen dan gelijk in dekking, want we waren bang dat ze de boerenkarren onder schot namen. Zo heb ik een keer een boerenkar in vlammen op zien gaan! Iedereen zat voortdurend in de lucht te kijken, je was steeds beducht op vliegtuigen. Op 5 mei 1945 was de oorlog eindelijk afgelopen en kwam de bevrijding. In Vriezenveen maakte ik de vreugde en festiviteiten van de bevrijding mee.' 

*Henk in het verzet. Een herinnering van Ad Geerling, zoon van Henk

Een verzetsgroep in Almelo, de Knokploeg pleegde een overval op de Nederlandse Bank in 1944. Dat was de grootste bankoverval in de Nederlandse geschiedenis! Mijn vader Henk zou chauffeur zijn van de ontsnappingsauto, een vrachtwagen, maar hij was ziek die dag. Zijn vriend Willem (Wim) Meenks uit Rijssen was daarom chauffeur in zijn plaats. De overval verliep goed, er werden miljoenen guldens buitgemaakt. De buit werd verstopt in een boerderij bij het Almelo-Nordhornkanaal. Dankzij een routinecontrole en het verhoor van een arrestant kwamen de Duitsers de verzetsgroep toch op het spoor. De Duitse bezetter haalde veel van het geld terug. Willem Meenks en andere verzetsmensen werden opgepakt. Meenks en anderen zouden later overlijden in kamp Neuengamme. Daar hoorde je Henk later nooit over. Misschien voelde hij zich zijn leven lang schuldig, omdat hij vond dat hij zijn maten in de steek had gelaten.

Bronnen

•    Aantekeningen Harm Mulder.
•    E-mail van Ad aan Wouter Geerling.
•    E-mails van Harm Mulder aan Ad en Wouter Geerling.
•    http://www.grebbeberg.nl/index.php?page=boehler-4-7-cm-pag
•    http://www.oudvriezenveen.nl/dorpsgeschiedenis/bankoverval/derksmoesmeerdanbreinachterbankroof
•    http://www.tweedewereldoorlog.nl/100voorwerpen/voorwerp/doodstraf-tijdens-april-meistakingen/
•    https://oorlogsgravenstichting.nl/
•    https://www.omroepgelderland.nl/nieuws/2311696/Grebbebergveteraan-Harm-Mulder-overleden
•    Telefoongesprek tussen Ad en Wouter Geerling.
•    Verslag van interview met Harm Mulder, bij hem thuis, op 29 maart 2014.
•    Whatsapp-berichten van Ad Geerling aan Wouter Geerling.
•    Met dank aan Paul Harmens.

Foto's

•    Privécollectie Bert Mulder.
•    Privécollectie Marie Geerling-Blankestijn.
•    Collectie Gemeente Almelo.

Auteur:Wouter Geerling
Trefwoorden:Tweede Wereldoorlog, Verzet, Onderduik
Personen:Henk Geerling, Harm Mulder
Periode:1940-1945
Locatie:Almelo