MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Toerisme en beschaving (100 jaar geleden in de Zwolsche Courant)

Verhaal

Toerisme begint voor de deur. De krant van 23 mei 1914 beschrijft een schitterende natuurwandeling langs de Nieuwe Vecht. De start is bij de Hanekamp, en het gaat richting Boerendanserdijk en Watersteeg. Ter hoogte van, schat ik maar even, de Brederostraat beklaagt de wandelaar het Zwolse uitbreidingsplan, dat dit prachtige natuurgebied zal opslokken. Inderdaad, de schrijversbuurt in de Wipstrik bestaat nog niet. En als je van hier naar het Oosten kijkt, zie je niet minder dan zes molens, de Vlijt en de Hoop, de Fortuin, de Beltmolen, de Passiebloem en de Roodemolen. Daar is er dus nog maar één van over.

De volgende stap is de opening van de eerste officiële  Nederlandse toeristische wandelweg, van Amsterdam naar Arnhem, uitgezet door de A.N.W.B. om onze westelijke en oostelijke hoofdplaatsen toeristisch met elkaar te verbinden. Dat zijn toch honderdvijftig wandelkilometers, en het Handelsblad heeft er een journalist op af gestuurd: Ik heb dezen wandelweg vijf dagen lang trouw bewandeld, in de vrije, onbekommerde, leutige stemming, welke nu eenmaal wordt beschouwd als het kenmerk van de vagabondeerenden toerist. 150 km. in vijf dagen, het is een hele prestatie, zeker voor een journalist, en althans zijn tekst blijft er nog enthousiast bij ook: Geniet en wandelt,- wandelt èn geniet! Aanschouwt en herkent de ruimte en schoonheid van heel die natuur om u heen, en prijst bewonderend de glorie van het eigen landschap.Het is regelrechte reclame voor binnenlands toerisme.

Een heel ander verhaal wordt het, als buitenlanders toeristisch in Nederland rond gaan kijken. In de krant van 27 mei is een bezwaarschrift opgenomen, dat vier Franse bezoekers hebben opgesteld na een autotocht door Nederland. Via de ambassade en het ministerie van buitenlandse zaken is de vertaling ervan bij de krant terecht gekomen, en die laat zich de kans niet ontgaan, dit sensatieverhaal  onverkort over te nemen, onder de veelzeggende kop: Onze Wilden. Waar de Fransen  kwamen met hun auto, vooraan voorzien van twee Fransche vlaggetjes, die geen twijfel overlieten  aan de nationaliteit waartoe wij behoorden,werden ze uitgejouwd en bespuwd. Bij elke stop, of dat nu in Rijssen was, in Almelo of in Groningen, verzamelde zich de plaatselijke jeugd voor een rondje vreemdelingen-pesten. Het slachtoffer, mijnheer Jules Romain, schrijft het allemaal uitvoerig op om te doen uitkomen dat hetgeen ons te Harderwijk overkwam minder een exceptioneel verschijnsel is dan een sterke uiting van een algemene gezindheid.

Want Harderwijk spande de kroon, zij het in negatief opzicht. De Franse toeristen besluiten tot een stadswandeling,, maar worden al direct door zo’n honderd kinderen en opgeschoten jongens begeleid. Men begint ons met kleine stenen en vuiligheid te gooien.Het gaat van kwaad tot erger: Op een pleintje gekomen, uit mijn vrouw (…) in eens een gil. Een man van ongeveer 40 jaar, een visscher, gekleed in een trui, een korte, ineengedrongen bruut, was haar van achteren naar de keel gesprongen en trachtte haar te worgen, onder wild gebrul. Enfin, het loopt nog net goed af, en ze overleven hun toeristische reisje door Nederland. Commentaar van de plaatselijke politie? “Het is verschrikkelijk volk, zij zien nooit vreemdelingen”.

Harderwijk heeft, honderd jaar later, zijn lesje wel geleerd. Fransen zullen er zo gauw niet meer worden aangevallen. We leven tenslotte in een multiculturele, geglobaliseerde samenleving. Maar zijn we ook verlost van discriminatie, vreemdelingenhaat en racisme – ja zelfs antisemitisme?

Auteur:Sjaak Onderdelinden
Trefwoorden:Wandelweg, Toerisme, Toerisme Overijssel
Periode:1900-1950
Locatie:Overijssel