MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Gerhart Hauptmann op het toneel van Odeon

Verhaal

Gerhart Hauptmann (1862-1946) was een beroemd Duits toneelschrijver, die in zijn politieke onschuld last kreeg met diverse regimes. Eerst kreeg hij te maken met keizerlijke censuur, toen zijn sociaalkritische stuk over een Silezische arbeidersopstand Die Weber (1891) als al te revolutionair beoordeeld werd – uit protest zegde de keizer zelfs zijn theaterloge op.

Gerhart Hauptmann op het toneel van Odeon

 

Honderd jaar geleden in de Zwolsche Courant

 

Gerhart Hauptmann (1862-1946) was een beroemd Duits toneelschrijver, die in zijn politieke onschuld last kreeg met diverse regimes. Eerst kreeg hij te maken met keizerlijke censuur, toen zijn sociaalkritische stuk over een Silezische arbeidersopstand Die Weber (1891) als al te revolutionair beoordeeld werd – uit protest zegde de keizer zelfs zijn theaterloge op. Bijna een halve eeuw later probeerden de nazi’s de oude Hauptmann voor hun karretje te spannen, wat hij zich iets te graag liet aanleunen. Tussendoor was er internationale erkenning: in 1912 kreeg hij de Nobelprijs voor literatuur. Dat in 1916 zijn karakterkomedie Professor Crampton door de fameuze regisseur Eduard Verkade en de al even fameuze  acteur Jan Musch op het repertoire van DieHaghespelers werd gezet, was dus een culturele daad van belang, en toen die opvoering ook Zwolle bereikte, moest daar wel enige voorbereidende aandacht aan besteed worden.

 

 

Dat gebeurt door middel van een anoniem ingezonden stuk, waarin vooral uitgelegd wordt, dat we in dit geval met het begrip karakterkomedie geen kluchtig lach-of-ik-schiet-toneelstuk hoeven te verwachten. De schrijver heeft verrassend moderne opvattingen over de waardering van kunst, hoog of laag: Men zij voorzichtig in zake kunst en houde steeds rekening met het betrekkelijke in de beoordeling ervan. Hoeveel is niet reeds bewonderd, dat geen steek hield of dat na tijden van afkeer weer tot waardering geraakte? En omgekeerd. Nou ja, al te relatief wil de schrijver het nu ook weer niet zien, hij moet tenslotte Hauptmann aanbevelen: een karakterkomedie staat toch heel wat hoger dan een klucht, en Professor Crampton is zo’n karakterkomedie: Een kunstenaar, wiens grote talent in gevaar komt door goklust en alcoholisme, en hoe hij daar uit komt. Hauptmann weet ons dit gegeven zo sympathiek te presenteren, dat we ook in dit blijspel aan de dichter van het medelijden, zoals Hauptmann vaak wordt genoemd, onze waardering niet kunnen onthouden. Missie geslaagd, de komende opvoering zal, aan wie er voor ontvankelijk is, kunstgenot kunnen schenken – wat nog iets meer wil zeggen dan eenvoudig amuzement. En zo zijn we weer bij het verschil tussen hoog en laag, alsof kunst en vermaak niet samen kunnen gaan.

 

Twee dagen later geeft een ook al anonieme recensent zijn nogal teleurgestelde oordeel. Eerst lijkt hij nog wel op het positieve spoor te zitten, met een algemene karakterisering: Het stuk behoort meer tot het blijspel-genre, het hoogere blijspel wel te verstaan, het spel, waaruit  niet alleen vermaak te putten is, maar dat van den toeschouwer wat meer eischt en hem ook wat meer geeft dan met het kluchtig genre alleen bedoeld wordt. Tot hier is alles nog in overeenstemming met de nogal elitaire opvatting over hoge en lage kunst, die we ook al in de voorbereidende inleiding tegenkwamen.

 

 

Maar vanuit deze verheven kunstopvatting was Professor Crampton toch lichtelijk teleurstellend. In een drama, ook een levensbeeld als dit, verlangen wij bij den hoofdpersoon zekere actie, verlangen wij strijd. Iemand kan te gronde gaan, de omstandigheden kunnen hem te machtig worden, maar hij moet althans toonen dat hij er tegen worstelt. En daar ontbreekt het volgens de criticus aan, zijn trouwe omgeving redt de aan lager wal geraakte kunstenaar, maar zelf is hij niet veel meer dan lijdend voorwerp. Het is een begrijpelijk oordeel, maar er ligt een ernstig misverstand aan ten grondslag. De verklaring is te vinden in de genre-aanduiding “karakterkomedie”. Want de verlangde actie, de gehoopte strijd, die is er, dramaturgisch inderdaad noodzakelijk, natuurlijk wel, alleen niet zichtbaar: die strijd speelt zich af in het hoofd van Crampton, het is de strijd tussen zijn creativiteit aan de ene kant, en zijn goklust en drankzucht aan de andere. Om dat existentiële gevecht te beslechten, zijn de helpers en familieleden de zichtbare bijzaken. Maar of de recensent zich nou nog een beetje vermaakt heeft, dat vermeldt zijn kritiek niet.

 

Sjaak Onderdelinden.

Trefwoorden:Schrijver, Odeon
Personen:Gerhart Johann Robert Hauptmann, Charles Ward Crampton