Een provincie in beweging (1813-1900)

Verhaal

Onder koning Willem I (1813-1840) lopen de provinciale besturen in Nederland aan de leiband van het centraal gezag. De regering in Den Haag deelt de lakens uit. De Overijsselse Staten keren terug volgens de oude standenindeling, waarbij naast de herstelde Ridderschap en de drie voormalige hoofdsteden Deventer, Kampen en Zwolle nu tevens voor de kleine steden en de plattelandsbevolking een plaats is gereserveerd.

In 1848 komt op initiatief van de uit Zwolle afkomstige liberale staatsman Thorbecke een nieuwe grondwet tot stand, die de basis legt voor ons huidige stelsel van parlementaire democratie. Eén van de belangrijkste vernieuwingen is dat volksvertegenwoordigers – en dus ook Statenleden – voortaan rechtstreeks worden gekozen. De invoering van algemeen kiesrecht laat echter nog lang op zich wachten. Wel ontstaan er politieke partijen.

Religie

Ook op godsdienstig gebied is de 19de eeuw een veelbewogen tijd. De Hervormde Kerk ziet zich geconfronteerd met een aantal afsplitsingen van orthodoxe calvinisten, waaruit verschillende gereformeerde kerkgenootschappen voortkomen. Voor de Nederlandse rooms-katholieken is het opnieuw instellen van bisdommen in 1853 een gedenkwaardig gebeuren. Het voormalige missiegebied wordt door Rome weer beschouwd als een volwaardige kerkprovincie. De emancipatiedrang en het groeiende zelfbewustzijn van het katholieke volksdeel komen onder andere tot uiting in de bouw van veel nieuwe kerken.

Economie

Op economisch vlak springt de onstuimige opkomst van de Twentse textielindustrie in het oog. Vooral door de grootschalige introductie van de stoommachine in de tweede helft van de eeuw groeit het voorheen zo geïsoleerde en agrarische Twente uit tot één van de meest geïndustrialiseerde gebieden van ons land. Deze opmerkelijke expansie, die ook allerhande sociale problemen met zich meebrengt, wordt bevorderd door het verbeteren van de bereikbaarheid van Overijssel. Men besteedt veel aandacht aan goede wegen en waterverbindingen, maar de grootste stap vooruit is de komst van de trein in 1864.

Landbouw

Op agrarisch gebied doen zich eveneens gewichtige veranderingen voor. De markegenootschappen worden opgedoekt, waarna overal in de provincie grote stukken woeste grond in cultuur kunnen worden gebracht. De agrarische sector richt zich steeds meer op het produceren voor de markt. Het houden van vee krijgt de overhand. Tegen het einde van de eeuw nemen, mede onder invloed van een zware landbouwcrisis, de organisatie en coöperatie onder de boeren in ijltempo toe.

Auteur:Jan ten Hove
Trefwoorden:Religie, ECONOMIE, Landbouw
Periode:1813-1900
0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand