MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Een mannelijke Mata Hari uit Rotterdam? (een verhaal van 100 jaar geleden uit de Zwolsche Courant)

Verhaal

Een mannelijke Mata Hari uit Rotterdam? (een verhaal van 100 jaar geleden uit de Zwolsche Courant)

In 1916 is de Grote Oorlog pas halverwege, maar dat wisten ze toen nog niet. De tegenstanders staan nog volop op scherp, en een van de strijdmiddelen is de spionage. In ons collectieve geheugen zit dan voornamelijk het romantische doch tragische verhaal van de Friese spionne Greetje Zelle, beter bekend als Mata Hari.

Een mannelijke Mata Hari uit Rotterdam?

 

Honderd jaar geleden in de Zwolsche Courant

 

In 1916 is de Grote Oorlog pas halverwege, maar dat wisten ze toen nog niet. De tegenstanders staan nog volop op scherp, en een van de strijdmiddelen is de spionage. In ons collectieve geheugen zit dan voornamelijk het romantische doch tragische verhaal van de Friese spionne Greetje Zelle, beter bekend als Mata Hari. Zij zou in 1917 door de Fransen doodgeschoten worden, onschuldig vond ze zelf, maar ja, ze had wel verhoudingen met officieren van alle oorlogvoerende partijen. De Mata Hari-mythe heeft al honderd jaar overleefd, maar wat we allang vergeten zijn, is dat er in die tijd voortdurend jacht op vermeende spionnen gemaakt werd, op het paranoïde af. De krant deed verslag.

 

 

Voor een Rotterdamse havenfirma was een jongeman naar Noorwegen gereisd, om na gedane zaken begin december 1915 via Duitsland per trein terug te keren. Die reis zou meer dan twee maanden duren. Want de douane in Warnemünde besteedde wat extra aandacht aan de Rotterdammer. Niet alleen werd zijn bagage zorgvuldig uitgekamd, hij moest zich bovendien van zijn kleederen ontdoen en die werden ook aan een nauwgezet onderzoek onderworpen. Inmiddels was zijn trein naar Hamburg vertrokken, maar op zijn vraag, wanneer de volgende ging, was het antwoord: u gaat niet naar Hamburg, u gaat naar Berlijn. Doorvragend, waarom hij dan wel gearresteerd was, kreeg hij te horen: Dat zou hij zelf het beste weten. Dat lijkt me bij veel aanhoudingen een bruikbaar antwoord, dat bij de arrestant het slechte geweten wakker roept…

 

In dit geval leverde dat uiteraard niets op, en nu ontwikkelde zich een horrorstory over Berlijns gevangenisverblijf. Daar hij geen Duitsch geld had, kon hij niet voor eigen rekening eten laten komen, maar moest genoegen nemen met den gevangeniskost. Dat geeft honderd jaar later wel een aardig inkijkje in toenmalige gevangenisgewoontes, maar onze Rotterdammer zat er maar mooi mee. Zijn brieven werden niet verstuurd, en pas na vier weken meldde zich iemand van de ambassade. Maar dat was dan ook niemand minder dan jhr. Cliffort Kocq van Breugel en die kon tenminste zorgen voor geld en lectuur. Eten mocht nu van buiten aangevoerd worden. Het was vrij goed, maar de hoeveelheid was in spijt van den prijs, 4.80 M. per dag, onvoldoende. Een half uurtje luchten per dag was nu ook toegestaan, en hoewel spreken daarbij strikt verboden was, kon de Rotterdammer al fluisterend toch te weten komen dat de gevangenis vol zat met van spionage verdachte mannen uit allerlei landen en uit alle lagen van de bevolking, ook naar hun uiterlijk te oordeelen zeer welgestelden. Eindelijk mocht er ook een Berlijnse advocaat ingeschakeld worden, al kwam die niet naar de gevangenis. Hij schreef dien advocaat een brief, waarin hij de zaak uitlegde. De brief had vier weken noodig, om bij den advocaat te komen. Of die advocaat heeft kunnen ingrijpen, vermeldt het verhaal niet, maar het heeft wel een beter slot dan de tragedie-Mata Hari. Na ruim twee maanden cachot, zonder aanklacht en zonder proces, volgt plotseling voorgeleiding voor den commissaris. En die vertelt hem, met tegenzin, dat hij vrijgelaten zal worden. De commissaris deelde hem tevens mede, dat men geen bewijzen tegen hem had kunnen vinden, maar niettemin niet overtuigd was, dat hij niets had gedaan. Blijkbaar waren buitenlanders altijd verdacht. Een concrete aanklacht krijgt de Rotterdammer niet te horen, wat rest is uitzetting en het verbod, voor den verderen duur van de oorlog zich in Duitschland op te houden. Daar viel wel mee te leven, lijkt me, maar er waren andere gevolgen: Zijn gezondheid is door de opgedane ervaringen ernstig geschokt; zijn zenuwen zijn tengevolge van de opsluiting en de spanning aangetast. Posttraumatisch stresssyndroom.

 

Sjaak Onderdelinden.

Trefwoorden:Mata Hari, Duitse gevangenis, Greetje Zelle
Personen:Greetje Zelle, Mata Hari