MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Een kijkje achter de schermen (een artikel van 100 jaar geleden uit de Zwolsche Courant)

Verhaal

Een kijkje achter de schermen (een artikel van 100 jaar geleden uit de Zwolsche Courant)

Er zijn in hoofdzaak twee onderwerpen: Het signaleren van gruwelijkheden, oorlogsmisdaden, is vaak verbonden met partijdigheid, en op een abstracter niveau is er altijd wel discussie over de schuldvraag: welk land is begonnen?

Een kijkje achter de schermen

Honderd jaar geleden in de Zwolsche Courant

De neutraliteit blijft een probleem. Voortdurend zijn er in de pers discussies over. Er zijn in hoofdzaak twee onderwerpen: Het signaleren van gruwelijkheden, oorlogsmisdaden, is vaak verbonden met partijdigheid, en op een abstracter niveau is er altijd wel discussie over de schuldvraag: welk land is begonnen? Het is nogal logisch, dat zulke berichten en discussies al gauw met een keuze verbonden worden – sympathieën en antipathieën liggen al lang vast, maar in een neutraal land mag je er in het openbaar niet al te fanatiek voor uitkomen, dat brengt de neutraliteit in het geding en daarmee de regering in de problemen. Neutraliteit blijkt koorddansen boven de afgrond van de oorlog. De Zwolsche kent zichzelf een opvoedende taak toe, zo staat er in de krant van 8 oktober 1914 een lange juridische beschouwing over de zuiverheid van de neutraliteit, die eindigt met deze wijsheid: En zou een betere toekomst tegenover het ellendige en gruwelijke heden ook niet daardoor worden voorbereid, dat men leert inzien dat het onrecht of het recht niet is aan één zijde, doch dat vele tezamen de ontzettende verantwoordelijkheid dragen voor de misdaad van dezen oorlog.

 

Dat neemt allemaal niet weg, dat de lezer graag wat hoort over het dagelijks leven in oorlogvoerende landen. De Berlijnse correspondent van de Zwolsche stuurt een verslag over de activiteiten van het thuisfront. Er schijnt met de winter in zicht heel wat afgebreid te worden voor de frontsoldaten, van polsmoffen tot neuswarmers. Het spaargeld voor een Wereldcongres voor het Vrouwenkiesrecht is zelfs omgezet in een fonds voor de aankoop van wol. Of al dat breiwerk ook aankomt, is maar helemaal de vraag: de doodsberichten van het front zijn talrijk, en dan kan men zich een voorstelling vormen van de bange spanning, waarmee deze pakjes naar het oorlogstoneel gestuurd werden.

Want het oorspronkelijke enthousiasme waarmee de Duitse jeugd ten strijde trok, is na een paar maanden al ernstig bekoeld. De correspondent vertelt heel mooi over die geestdrift – en wat er van terecht kwam: Het was ontzettend en toch grandioos, de bloeiende jeugd zoo ten oorlog te zien trekken, laaiend van geestdrift. Velen, velen dekt reeds de koele aarde. Bijna hoofdschuddend geeft hij andere voorbeelden van het vechtenthousiasme: Gevangenen smeekten om opschorting van hun straf tot na de oorlog, als ze nu maar naar het front mochten. Dat ging natuurlijk niet. Maar toch: Slechts degenen die minder dan drie maanden gevangenisstraf gekregen hadden, kwamen voor amnestie in aanmerking.

Wat werd er dan zo naar het front gestuurd? Je hoort wel eens over boeken van Hölderlin en Rilke, maar dat lijkt me intellectuelen-legendevorming. Populair was warm ondergoed – en voor het oostfront: insectenpoeder. Want elke veldposttijding van daarginds jammert om dit in Rusland klaarblijkelijk alleronontbeerlijkste…

Opvallend is ook de onomstreden zucht naar sigaren en sigaretten. Om de gevaren bekreunde men zich nog in het geheel niet. Dus kon er ook probleemloos een bestseller verschijnen met de titel: Tabaks-anecdoten. De krant vertelt daaruit met (rook)smaak een verhaal over de Duitse Rijkskanselier Bismarck, die bij onderhandelingen na de oorlog met Frankrijk in 1871 aan zijn gesprekspartner Jules Favre een sigaar aanbood, die deze als nietroker weigerde. Bismarck geeft hem een lesje rookgenot: Men voelt zich behagelijk, het gezicht is in werking, de hand heeft een functie en de reuk wordt bevredigd. Men is geneigd, om wederzijds toeschietelijk te zijn. En ons vak, dat der diplomaten, bestaat uit wederkeerige en herhaalde concessiën. Goed, Bismarck wordt als “de grootste Duitser ooit” beschouwd, dus laat ons hem volgen: Politici dienen zich te verplichten tot kettingroken, dat scheelt ook in de pensioenkosten.

Sjaak Onderdelinden

Trefwoorden:Bismarck, Polsmoffen, Neuswarmer