MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Autonummers noteren

Verhaal

In de Hoogstraat woonde ik, op nummer 7 was onze banketbakkerij. De Hoogstraat was een drukke straat, eigenlijk wel de drukste straat van het oude Hanzestadje aan het Zwartewater. Dat kwam omdat alle verkeer door die straat moest. Of er nu auto's kwamen van of naar Zwartsluis, Vollenhove of Emmeloord en ook van en naar plaatsen langs de Dedemsvaart, Staphorst en Rouveen, alle verkeer moest door de Hoogstraat, want alle auto's en motors moesten over de brug als ze naar Zwolle wilden of naar Kampen door de Mastenbroekerpolder naar Kampen.

En dan waren er ook nog de bussen van de NWH, de Noord West Hoek van Overijssel, die bussen kwamen om het half uur uit Zwolle en stopten dan bij ons voor de zaak en ze kwamen uit Zwartsluis om naar Zwolle te gaan en dan stonden ze te ronken aan de andere kant van de straat, schuin tegenover onze zaak bij de fontein.

 


Die Van Nahuysbrug, die was genoemd naar een oud-burgemeester, stond meer open voor de scheepvaart dan dat die open was voor het verkeer. Over open en dicht was altijd spraak-verwarring. Het autoverkeer vond de brug 'dicht', als ze moesten wachten, terwijl de schipper dat zei, als hij niet kon varen, hij moest dan wachten tot de brug 'open' gedraaid werd. Ja, want dat ging nog niet elektrisch. Als een schip te kennen gaf door op de scheepshoorn te blazen, dat het door de brug wilde, dan kwamen de brugwachters in uniform uit het mooie en kleine brughuisje. Ze liepen dan naar het middengedeelte van de brug en in een kast aan de kant van de brug, konden ze dan al draaiend aan een handel de brug dicht doen met hekken. Dan gingen ze naar het midden op de brug, deden een dekseltje naar boven, pakten van de zijkant een ijzeren stok met zijarm, plaatsten die op het vierkantje in het putdeksel en met z'n beiden duwden ze dan de stok met zijarm van zich af. 

 


Dat brughuisje was iets bijzonders. Het was heel mooi van vorm. Het was gebouwd op de muur van de walkant en bood, omdat er drie kanten ramen waren, een goed uitzicht naar het Zwartewater aan beide kanten van de brug en naar de brug zelf. Er stond een tafeltje, twee stoelen, een bankje, waar de politie vaak op zat, dan kon hij goed het verkeer op de brug in de gaten houden, en als dat verkeer zich niet goed aan de regels hield, dan stond de politie op, een pas naar buiten en dan was het weer uitschrijven van bekeuringen. Bij mooi weer stond de politie buiten, maar zodra het koud en regenachtig was, dan betrok hij het bankje in het brugwachtershuisje en had zo goed zicht op het zich niet netjes gedragende verkeer dat uit de richting van Zwolle kwam. Een hand in de lucht. 'U deed het verkeerd, reed te snel, ….'en uitschrijven die bon. Al het verkeer achter de getroffen bestuurder moest dan wachten en al het verkeer dat over de brug wilde moest wachten, en zo ontstonden er ook hele rijen.

 

 

De lange rijen, ontstaan door de open brug voor automobilisten of ontstaan dooruit te schrijven bekeuringen zorgde voor druk werk als ik bezig was met het opschrijven van autonummers. Tegenwoordig is daar geen aardigheid meer aan, Je ziet dan ook geen jongen meer autonummers opschrijven, maar toen was dat wel anders. Je kon bijvoorbeeld aan het autonummer zien uit welke provincie de auto kwam, de E stond voor de provincie Overijssel, de D voor Drenthe, de L voor de provincie Utrecht en elke provincie had een andere letter. De A was voor het Koninklijk Huis. Ik heb een keer in Zwolle bij het huis van de Commissaris van de Koningin een mooi glimmend zwarte auto gezien met een A-nummer. Ik heb dat nummer op een klein papiertje geschreven en 's avonds in het autonummerschrift geschreven. Dat deed ik systematisch. Elke provincie had een nieuwe bladzij en keurig onder elkaar schreef ik dan de autonummers.

 


Af en toe ging ik ook wel eens met mijn vader en moeder naar familie in de provincie Groningen. Daardoor had ik een hele verzameling die bijna niemand anders had van autonummers uit Friesland, de provincie waar we op de heenreis door heen reden en ook van Drente, de provincie, die we op de terugreis doorkruisten. Soms geloofden je vriendjes niet, dat al die andere autonummers uit die andere provincies echt bestonden. Ze zeiden dan, dat je ze zomaar had opgeschreven, want dat deden sommige jongens ook wel, maar dat was absoluut niet waar.
Ik had elk autonummer echt zelf gezien en opgeschreven.
Bovendien kon je ook aan het autonummer zien of het een nieuwe of een oude auto betrof. De eerste auto in de provincie reed rond met een nummer E 1. De oudste auto die ik had was de E 37
En alle auto's daarna volgden dan in opvolgende nummering E 467, D 589 en E 1024.
Ik heb heel vaak de bladzijde in mijn schriftje herschreven, totdat ik de bladen in een oude ordner, die ik van mijn vader gekregen had, losbladig kon maken. Je wilde natuurlijk, als je aan je vriendjes je autonummers liet zien geen chaos tonen van door elkaar geschreven autonummers, maar een ordelijke rij van opvolgende nummers laten zien. Dat ging het beste met de losse bladen in de ordner, anders moest je weer een bladzijde uit je schriftje scheuren, en dat stond niet mooi. Je schaamde je dan. Nee, op losse bladen in die grote ordner ging dat prima. Het samenstellen van lijsten met opvolgende nummers lukte natuurlijk het beste in de eigen provincie Overijssel, want de meeste auto's kwamen uit plaatsen rond Hasselt en zo kon je dan een aardige lijst samenstellen van die vele E-nummers. Uit andere provincies was dat veel moeilijker, daar had je een L 345 nummer, dat gevolgd werd door L 378 . Al die auto er tussen miste je.

 

 

Ik heb heel wat dagen met een kladschriftje gelopen langs de rijen auto's, die voor de brug stonden op het Van Nahuysplein en de Hoogstraat, wel tot aan de scheepswerf van Bodewes. Ik liep dan langs de auto's, schreef het autonummer op, groette de automobilist en al schrijvend kwam ik aan het eind van de rij. Ik stak dan de straat over en ging in een vensterbank zitten en zo kon ik dan alle autonummers opschrijven van de auto's die over de brug kwamen van Zwolle en verder gingen in de richting Zwartsluis. Je moest dan wel snel schrijven, want de automobilist probeerde de verloren tijd in te halen. 
Zo trokken niet alleen allerlei verschillende autonummers aan je voorbij, maar ook allerlei merken auto's. Die merken ging ik later ook opschrijven. Zo kreeg een autonummer ook een autogezicht, een mooie Citroen, zo'n zwarte uit Friesland of een Chevrolet uit Limburg, een Ford Anglia en een Ford Prefect.
Bij een stadswandeling door Amsterdam in 2001 zag ik bij een cafe op de Zeedijk nog een foto voor het raam hangen van een motor met zijspan met een GZ-nummer en bij Auto Schueler in Nijkerk, de Volkswagen, VW-dealer zag ik op 5 januari 2002 nog een oude VW kever met M 723 als nummerbord. Ze zijn er nog.

Maar waar zouden die ordners gebleven zijn met al die bladen met autonummers en automerken? Weggegooid. Op een gegeven moment zag je er niets meer in, je werd ouder, je deed niets meer aan de verzameling sigarenbandjes en de lijsten met autonummers. Je werd ouder, je kreeg andere hobby's, je ging postzegels sparen. Waarom toen geen eerste dag enveloppen, die waren nu geld waard geweest.

De herinnering is er gelukkig nog wel.

A Groningen          B Friesland                     D Drenthe 
E Overijssel           G+GZ Noord-Holland     H+HZ Zuid-Holland 
K Zeeland              L Utrecht                         M Gelderland 
N Noord-Brabant   P Limburg
R Departement (gezanten,vreemdelingen)   CD Corps Diplomatique

 

Dit verhaal is afkomstig van de website van Jurry Pott.

Trefwoorden:Autonummers
Locatie:Hasselt