MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Segeant Frans Timmermans (1926-1949) Borns slachtoffer van een zinloze koloniale oorlog

Verhaal

Frans Timmerman is de enige dienstplichtige militair uit Borne die is gesneuveld tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1947-1949). Hij was sergeant in het 5e Bataljon van het 5e Regiment Infanterie. Van dit bataljon overleefden er 37 de koloniale oorlog in Indonesië niet; 99 militairen raakten ernstig gewond. 

In militaire dienst 

Toen Frans Timmerman in 1947 werd opgeroepen voor de militaire  dienst, werkte hij als modelmaker bij de Machinefabriek Gebr. Stork & Co in Hengelo. Hij was verloofd en woonde nog bij zijn ouders aan het begin van de Oude Hengeloseweg in Borne. Omdat het al bijna 87 jaar geleden is dat hij geboren werd, zijn er nog maar weinig tijdgenoten die hem hebben gekend. Voor zo ver bekend heeft hij geen dagboek nagelaten. Eén van zijn dienstkameraden weet nog dat hij rossig haar had en niet zo groot van stuk was. Hij vertelde ook dat Frans onder de dienstplicht uit had kunnen komen. Een ambtenaar bij de gemeentesecretarie van Borne die verantwoordelijk was voor het verzenden van de oproepen voor de militaire dienst, liet Frans doorschemeren dat hij niet in dienst hoefde als hij per se niet wilde. Deze ambtenaar zou hem dan geen oproep sturen. De dienstkameraad vermoedt dat deze 'geste’ te maken had met een voorval uit de Tweede Wereldoorlog, waardoor de ambtenaar bij de familie Timmerman in het krijt stond. Hoe dan ook, Frans sloeg het voorstel af. Hij kreeg zijn oproep en ging in dienst. 

Infanterie

Hij kreeg zijn militaire basisopleiding bij de infanterie (‘de zandhazen’) en ging vervolgens naar de kaderschool in Weert, waar hij na een pioniersopleiding tot sergeant werd bevorderd. Zijn foto’s in het familiealbum laten zien dat hij ook voor kortere of langere tijd in andere kazernes is geweest zoals in Harderwijk, in Bergen op Zoom en in de Kromhoutkazerne in Utrecht. Medio 1947 werd hij overgeplaatst naar de Westenbergkazerne in Schalkhaar bij Deventer om te worden toegevoegd aan het 5e Bataljon van het 5e Regiment Infanterie, afgekort ‘5-5 RI’. 

Pioniers 

Frans Timmerman werd opgeleid tot pionier. Pioniers zijn militaire specialisten die zorgen voor de bewegingsvrijheid van de eigen troepen. Ze maken de wegen vrij door het opsporen en ruimen van mijnen en versperringen, ze repareren en leggen wegen aan op de marsroute, ze repareren en leggen bruggen, enzovoorts. Vaak lopen en rijden pioniers vóór de troepen uit om de weg te verkennen. In Indonesië gebruikten ze prikstokken en detectoren voor het opsporen van bermbommen, landmijnen en trekbommen. Trekbommen waren zware (vliegtuig)bommen die door de vijand tot ontploffing werden gebracht door aan een lang touw te trekken. 

 

Het 5e Bataljon van het 5e Regiment Infanterie

‘5-5 RI’ is opgericht op 1 juli 1947 in de Westenbergkazerne in Schalkhaar. Het was samengesteld uit dienstplichtigen met het geboortejaar 1927. Een enkeling, zoals Frans Timmerman, was iets ouder. De meesten van hen waren dus ongeveer 20 jaar oud. 5-5 RI was in Indië één van de ongeveer twintig afdelingen van de zogenoemde Tijgerbrigade die bestond uit 3.000 tot 4.000 manschappen. Een onbezorgde  jeugd hadden deze twintigers niet gekend. Ze waren opgegroeid tijdens de beroerde crisisjaren en de Tweede Wereldoorlog. Sommigen moesten onderduiken om te ontkomen aan de Arbeitseinsatz. De meesten hadden maar weinig opleiding kunnen genieten. De mannen van 5-5 RI waren grotendeels afkomstig uit Twente, de Achterhoek en de Liemers. Het bataljonsembleem was een schild met het Twents-Saksische Ros. Ze werden ook wel de Tukkers genoemd, maar dat was vanzelfsprekend niet helemaal correct. Het bataljon kreeg later de geuzennaam ‘Pijp-Pijp’, naar de manier waarop Indonesiërs ‘Vijf-Vijf’ uitspreken. In Schalkhaar kregen de rekruten de gebruikelijke basisopleiding van de infanterie. Daarna volgde eventueel een specialistenopleiding voor chauffeur, pionier, mitrailleur- of mortierschutter, kok, ziekenverpleger of verbindingsman. 

De reis naar Nederlands-Indië

De ruim 750 manschappen van 5-5 RI zijn in de haven van Rotterdam ingescheept op het schip Zuiderkruis. Andere legeronderdelen voegden zich bij hen. De Zuiderkruis was een Amerikaans Liberty-schip dat in 1947 door de Nederlandse regering was gekocht voor troepentransporten naar Nederlands-Indië, hoewel het hiervoor eigenlijk niet was ingericht. Het verblijf aan boord was dan ook verre van aangenaam voor de soldaten, zo blijkt uit diverse getuigenissen. De mannen van 5-5 RI sliepen dicht op elkaar gepakt in het ruim in hangmatten (standy’s) die vier of vijf hoog waren opgehangen. Daar tussen in was nauwelijks ruimte om te lopen. Ook de ventilatie liet zeer te wensen over, terwijl het tijdens de overtocht in de Indische Oceaan zeer heet was. Op 17 december 1947 vertrok het bataljon na een kort inschepingsverlof uit Rotterdam naar het toen nog zo geheten Nederlands Oost-Indië. In totaal waren er ongeveer 2.000 manschappen aan boord. Na een reis van een maand gingen de manschappen op 16 januari 1948 van boord in Semarang in Midden-Java. Dit gebied zou 2½ jaar lang het werkterrein zijn van het regiment en enkele andere legeronderdelen. Zij kwamen daar aan ruim vijf maanden na de Eerste Politionele Actie, codenaam “Operatie Product”, die op 5 augustus 1947 was beëindigd.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties slaagde erin de strijdende partijen aan tafel te krijgen.In januari 1948 waren er onderhandelingen gaande tussen Nederland en de Republiek Indonesië over de afbakening van de territoria van beide partijen. Nederland hoopte dat de guerrillastrijd zou luwen wanneer de troepen werden gescheiden door duidelijk aangegeven demarcatielijnen, in afwachting van een definitieve oplossing. De onderhandelingen vonden plaats op het Amerikaanse oorlogsschip Renville bij Tanjung Priok, de haven van Jakarta. De Zuiderkruis passeerde de Renville op korte afstand. Soldaten van 5-5 RI die geïnteresseerd waren in de politieke ontwikkeling van die dagen, waren hiervan onder de indruk en meldden in hun dagboeken dat ze het schip hadden zien liggen. Een dag na hun aankomst in Semarang werd het verdrag getekend. 

Het operatiegebied in Midden-Java 

Het operatiegebied dat het bataljon 5-5 RI kreeg toegewezen was ongeveer 80 km breed en 110 km lang (zie kaartje). Het centrum van het gebied is zeer bergachtig en wordt gedomineerd door de twee actieve vulkanen Merbabu (3.142 m) en Merapi (2.911m) die dicht bij elkaar liggen. In het noorden is er nog de Ungaran (2.050 m), in het westen de imposante Sumbing (3.320 m). In het gebied liggen een aantal grote tempelcomplexen, waarvan de Borobudur (boeddistisch) en Prambanan (hindoestaans) de bekendste zijn. De gebieden aan de voet van de bergen zijn zeer dichtbevolkt. Tot de grotere plaatsen behoorden Semarang, Jogjakarta, Solo (nu Surakarta), Salatiga en Magelang. Het bergachtige landschap, de tropische natuur en de vreemde cultuur maakten vanzelfsprekend grote indruk op de Oost Nederlandse jongemannen waarvan velen waarschijnlijk nog weinig van de wereld gezien hadden. Na de ontscheping in Semarang werd het bataljon 5-5 RI direct naar de stad Salatiga overgebracht, waar al enige tijd enkele andere infanteriebataljons gelegerd waren. Salatiga ligt op ongeveer 650 m hoogte, 45 km ten zuiden van Semarang.

 

 

Op 9 april 1948 kreeg het bataljon de verantwoordelijkheid voor de bezetting van de militaire posten in de plaatsen Kopeng, Karangduren, Setugur, Dadapajam en Reksosari. Op 5 november 1948 werden een aantal posten overgedragen aan het bataljon 411 B.I. en kwamen de 1 e , 2 e  en 3 e  compagnie in zijn geheel te liggen op Dadapajam,Reksosari en Telogo. 

Tweede Politionele Actie 

De onderhandelingen na de Renville-overeenkomst over een definitieve politieke oplossing mislukken. De Nederlandse regering besluit in december 1948 over te gaan tot een groot militair offensief tegen de Republiek Indonesië: de zogenaamde Tweede Politionele Actie, codenaam “Operatie Kraai”. Het doel is de val van de Republikeinse regering in Jogjakarta en de bezetting van de stad.   Al een dag of tien eerder merken de mannen van 5-5 RI in Salatiga dat er een grote operatie aan staat te komen. Op de avond van 9 december is er plotseling een enorme bedrijvigheid losgebroken. De genie is met nieuwe bulldozers en baileybruggen gekomen. De voedsel-, benzine- en munitie- voorraden worden aangevuld. Alle materieel moet grondig worden nagekeken en gerepareerd. Er wordt munitie uitgedeeld. De gevechtsbepakking wordt klaargemaakt, alle privébezittingen worden op een centraal punt verzameld. “Het leek of het een complete veldslag zou worden”, schrijft soldaat Wim Buiting van 5-5 RI in zijn dagboek. Zijn gedachten gaan terug naar een jaar geleden: “Toen stonden we ook gepakt en gezakt, maar dan om naar Indië te vertrekken.” De Tweede Politionele Actie begint op 19 december 1948. In de vroege ochtend landen Nederlandse parachutisten op het Republikeinse vliegveld Maguwo bij Jogjakarta. De bewaking wordt snel onschadelijk gemaakt, waarna door de lucht versterkingen kunnen worden aangevoerd. De pioniers van 5-5 RI, onder wie sergeant Frans Timmerman, vliegen samen met de commando’s met Dakota’s naar Jogjakarta. Binnen enkele uren is Jogjakarta in Nederlandse handen.  Aan het begin van de middag worden de Indonesische leiders  Sukarno en Hatta en hun staf opgepakt. Sergeant Timmerman is met enkele andere pioniers bij de arrestatie aanwezig.  De hoofdmacht van 5-5 RI vertrekt op 20 december vanuit Salatiga in een lange colonne naar Jogjakarta, waar de pioniers op 21 december met hun bataljon worden herenigd. De volgende dag krijgt 5-5 RI orders om op te marcheren naar Muntilan en Magelang dat al door het KNIL is ingenomen. Het bataljon moet daar de bewaking van de stad van hen overnemen. Op 24 december 1948 verovert 5-5 RI Temanggung en op de eerste kerstdag Parakan. Onder grote druk van de Veiligheidsraad staakt Nederland de acties op Java op 31 december 1948. Tijdens de acties stuiten de Nederlandse troepen vaak op hevige tegenstand van het Republikeinse leger (TNI) dat overal bruggen heeft opgeblazen, bermbommen geplaatst en tankvallen aangelegd. Overal zijn sluipschutters. Bovendien wordt de opmars vertraagd omdat de wegen door de zware regenbuien van het moessonseizoen moeilijk begaanbaar zijn geworden.

Uiteindelijk zijn wel alle territoriale doelen in Midden-Java bereikt, maar het is niet gelukt de TNI de genadeslag toe te brengen. Vanuit zijn schuilplaatsen voert de TNI een guerrilla-oorlog.  Op 12 en 13 januari 1949 verhuist 5-5 RI van Temanggung en Parakan naar Jogjakarta om samen met andere legeronderdelen de vrijheidsstrijders uit het gebied ten zuiden van de stad te verdrijven. Het is het begin van een zeer zware periode op de voorposten rond Jogjakarta, zoals in Sentolo, Bantul, Barongan, Karangsemut en andere. Er volgen intensieve patrouilles voor de beveiliging van de wegen naar Jogjakarta. Steeds weer maakt de TNI wegen en bruggen onklaar. Hierdoor is de aanvoer van goederen en post vaak dagenlang onmogelijk. Op 18 maart 1949 wordt 5-5 RI gelegerd ten zuidoosten van Jogjakarta, waar zij zullen blijven tot de evacuatie van de stad en haar omgeving op 29 juni 1949. Acht pioniers, onder hen sergeant Timmerman, zijn ondergebracht in de suikerfabriek Tanjung Tirto, even ten oosten van Jogjakarta. 

Patrouille naar Wonosari 

Ook in de loop van de maand mei 1949 voert 5-5 RI veel acties uit. Verschillende lange dagen zijn de jongens in het veld om diverse kampongs te zuiveren, maar zonder veel effect. Aan de ene kant  worden de vrijheidsstrijders eruit gegooid, aan de andere kant komen ze er weer in. Door gebrek aan mankracht aan Nederlandse kant is het dweilen met de kraan open, zo meldt een oud-strijder in zijn dagboek. Op 21 mei 1949 zegt sergeant Timmerman tegen de pioniers Dezijn en Gaasbeek dat zij zijn ingedeeld bij de patrouille die de volgende dag naar Wonosari in het Duizendgebergte (Gunung Saribu) zal gaan. Maar Dezijn hoeft niet mee als Buiting die zaterdagavond vóór 9 uur terug is van verlof in Semarang. Buiting is weliswaar een kwartier te laat terug, maar wil toch graag mee naar Wonosari. Dezijn gaat dus niet mee. Timmerman zet die avond Gaasbeek op wacht als wachtcommandant. Ook hij hoeft de volgende dag niet mee. De volgende ochtend vroeg, zondag 22 mei, worden in Tanjung Tirto de voertuigen voor de patrouille opgesteld. Vooraan rijdt zoals gebruikelijk een pantservoertuig, ‘pantserknots’ genoemd, gevolgd door drie brencarriers met mortierschutters en enkele drietonners met foerage en infanteristen. Als sergeant Timmerman hoort dat kapitein Roering als patrouillecommandant mee zal gaan, besluit hij hetzelfde te doen. Dan zet de kleine colonne militaire voertuigen zich in beweging op weg naar Wonosari, een tocht van ongeveer 40 km. Eerst naar het tempelcomplex van Prambanan, dan langs de post Tjot naar Piyungan aan de voet van het Duizend Gebergte en dan via Bunder en het vliegveldje Gadeng naar Wonosari. Langs de route liggen acht militaire posten, waarvan Post Tjot er één is. (‘Tjot’ is het Maleise woord voor heuvel.) 

Kampong Serut 

De patrouille passeert de tempels van Prambanan en de nabijgelegen post Tjot aan de weg naar Piyungan. Rond 8 uur die ochtend nadert de colonne het dorpje (kampong) Serut, ongeveer 6,7 km na de Prambanan. Het valt de ervaren infanteristen op dat het doodstil is. Er werkt zelfs niemand in de rijstvelden. “Als het echt stil werd, als je geen vogels meer hoorde en de hele wereld stilstond, dan kon je er donder op zeggen dat er ellende kwam”, verklaart een ooggetuige later. De colonne moet halthouden voor een verdachte plek in de weg. “Volkomen onverwacht barst de hel los. Het geweld van een verschrikkelijke explosie scheurt de stille ochtend aan flarden”, beschrijft dezelfde ooggetuige. De pantserknots wordt door een zware trekbom van 250 kg, die in een duiker onder de weg is verstopt, torenhoog de lucht in geslingerd. Een stortregen van stof, stenen en brokken metaal daalt neer. De gevolgen zijn vreselijk. Van de negen militairen aan boord van de pantserknots zijn er acht op slag dood. Een sergeant van de veldgenie is zwaargewond. De doden zijn kapitein Evert Roering, sergeant Frans Timmerman, korporaal Lambertus Tuenter, soldaat 1e  klasse Johnny Tanke, de soldaten Wim Buiting, Wicher Huisman en Theo Schoonheden,  allen van 5-5 RI, en sergeant-majoor Frederik IJspaard van de 5e Genie Veldcompagnie. Direct na de explosie wordt het konvooi  vanuit het zijterrein door vrijheidsstrijders onder vuur genomen.

De militairen uit de andere voertuigen gaan onmiddellijk in dekking en nemen de rand van de kampong Serut onder vuur met mitrailleurs en 3 inch mortieren. De pantserknots is ondanks zijn gewicht door de geweldige luchtdruk naast de weg in de sawa (een nat rijstveld) terechtgekomen. Op de plaats waar de pantserknots werd getroffen, is een groot gat in de weg geslagen. In het voertuig vinden ze de zwaargewonde sergeant van de veldgenie en de acht doden van 5-5 RI. Pantserknotsen waren rondom goed beschermd door een dik stalen pantser. Het was echter bekend dat de ongepantserde bodemplaat bij dit type voertuig het zwakke punt was. Tegen een bermbom bood de laag zandzakken op de bodem onvoldoende bescherming. Dan blijkt dat het daar niet bij gebleven is, want de chauffeur van de tweede brencarrier, soldaat Talstra, zit dood achter zijn stuur. Hij is getroffen door een kogel die door de pantserplaat van zijn voertuig is gedrongen. Vanuit Tanjung Tirto wordt hulp geboden met onder ander pantserwagens. De gewonden wordt direct naar het hospitaal in Jogjakarta gebracht. In de ‘periode Wonosari’, die duurde van 19 maart tot 25 juni 1949, sneuvelden 14 militairen van 5-5 RI en werden er 4 vermist en 18 gewond. 

Begrafenis in Semarang 

De negen doden worden al de volgende dag, maandag 23 mei 1949, begraven op de begraafplaats, het Ereveld Candi, in Semarang. Elke kist wordt gedragen door kameraden en er worden talloze bloemenkransen meegevoerd. Bij de indrukwekkende afscheids- plechtigheid gingen de aalmoezenier pater De Witte en de veldprediker ds. Zijlstra voor in gebed. Namens 5-5 RI sprak de kapitein-adjudant jhr. J.A.G. von Schmidt auf Altenstadt een afscheidswoord. 

Frans Timmerman herdacht in Borne 

Het bericht dat Frans Timmerman was omgekomen, bereikte de nabestaanden pas in de loop van maandag 23 mei 1949. Het weekblad de Bornse Courant berichtte op 28 mei: “Maandagavond kwam hier het bericht dat onze plaatsgenoot F. Timmerman, sergeant bij het leger in Indonesië, als gevolg van gevechtshandelingen was overleden. Tragisch is wel dat hij juist bericht had gezonden, dat hij binnenkort naar huis toe zou komen. Het heeft niet zo mogen zijn.”  Op 28 mei werd Frans Timmerman in zijn woonplaats Borne herdacht tijdens een requiemmis, zo lezen we in de Bornse Courant van 4 juni. 

“Manschappen van het Luchtdoel betrokken de erewacht bij de katafalk.“ Hierbij waren aanwezig het bestuur van het Katholiek Thuisfront, collega’s van de firma Stork, het bestuur van de Band Nederland-Indonesië en verschillende Bornse militairen. 

Laatste periode van 5-5 RI in Indië 

Op 29 juni 1949 wordt Jogjakarta overdragen aan de TNI. 5-5 RI krijgt nu de verantwoordelijkheid voor de posten rond Klaten, waar de omgeving weer onrustig is. Er breekt opnieuw een periode aan van patrouillelopen, konvooibeveiliging en zuiveringsacties. Ook na het staakt-het-vuren op 10 augustus blijft het nog lange tijd onrustig. In het gebied rond Klaten liggen in de suikerfabrieken nog 85.000 zakken rietsuiker opgeslagen die nog vóór de overdracht van de streek aan de TNI ‘in veiligheid’ gebracht moeten worden. Het bataljon wordt ingezet voor de beveiliging van de lange colonnes vrachtauto’s waarmee de kostbare voorraden naar Semarang worden gereden. Op 15 november is alle suiker afgevoerd. Een dag later moet ook dit gebied worden overgedragen aan de TNI. Het bataljon wordt nu overgeplaatst naar het gebied rondom Kudus en Japara, 50 km ten noordoosten van Semarang, waar het rustig is. De tijd wordt doorgebracht met patrouillelopen, sporten en ook zwemmen, aangezien Japara aan de Java Zee ligt. Op 19 december 1949 wordt 5-5 RI gelegerd in Ungaran. Daar hoort men op 27 december met gemengde gevoelens aan dat Nederland de soevereiniteit heeft moeten overdragen aan de Verenigde Staten van Indonesië. Nu begint het lange wachten op vervoer naar huis. Voordat het bataljon voorgoed Midden-Java gaat verlaten, neemt het op 16 maart 1950 afscheid van de 32 kameraden die op het Ereveld Candi in Semarang liggen. Ook de vijf kameraden die elders zijn begraven worden herdacht. Alle 37 namen worden genoemd. Er wordt een stille tocht gehouden langs de honderden graven van jongemannen waarvan de meesten niet ouder zijn geworden dan 20 tot 23 jaar. Er worden verse bloemen op de graven gelegd. Tot slot klinkt het Wilhelmus. Het is een indrukwekkende en emotionele gebeurtenis. Vanaf 20 maart wacht het bataljon op zijn repatriëring in Buitenzorg (nu Bogor), 50 km ten zuiden van Jakarta. Op 7 april verlaat 5-5 RI Nederlands-Indië aan boord van het troepentransportschip Nelly. Op 2 mei 1950 worden de mannen van ‘Pijp-pijp’ in de haven van Rotterdam na bijna tweeënhalf jaar met hun geliefden herenigd. In totaal 37 ‘sobats’ (kameraden) kwamen om het leven tijdens de acties. Zij vonden onder de tropenhemel hun laatste rustplaats, de meesten op het ereveld Candi in Semarang. Het aantal geregistreerde gewonden bedroeg 99. 

Stank voor dank

Op enige waardering hoefden de mannen na hun terugkeer in Nederland niet te rekenen. Op een enkele uitzondering na stortten de media zich als hyena’s op de “kolonialen”. Ze betichtten hen er van zich op grote schaal te buiten te zijn gegaan aan misdaden. Regering en parlement lieten de door hun uitgezonden militairen volkomen in de kou staan, nadat ze voor een paar tientjes soldij per maand jaren lang lijf en leden moesten riskeren voor een bij voorbaat verloren zaak. De militairen deden dit vaak onder miserabele (tropische) omstandigheden zonder voldoende goed voedsel, zeker op de buitenposten. Zo werd er een enorme wissel getrokken op hun  psychisch uithoudingsvermogen. Voor een aantal van de mensen bleek die belasting te zwaar. Het “oorlogssyndroom” PTSS was toen nog onbekend. 

Monumenten in Nederland en Indonesië 

Tijdens de bijna vier jaar durende militaire aanwezigheid van Nederland in Indonesië lieten circa 5.000 Nederlandse militairen het leven, van wie ongeveer de helft door gevechtshandelingen en de overigen ten gevolge van ziekten en ongevallen. Aan Indonesische zijde viel een veelvoud daarvan: naar schatting 150.000. Dat waren zowel slachtoffers van Nederlands militair optreden als van geweld uitgeoefend door de Indonesische nationalisten tegen politieke tegenstanders en vermeende pro-Nederlandse elementen onder de eigen bevolking. In Nederland zijn twee monumenten opgericht ter nagedachtenis van de militairen die in Indië zijn gesneuveld. Ook de naam van sergeant Frans Timmerman is hierop aangebracht. Het ene is het  monument van 5-5 RI op het terrein van het Infanterie Museum in de Harskamp. Het andere is het Nationaal Indië-monument 1945-1962 in Roermond. Ook Jogjakarta herdenkt zijn vrijheidsstrijders die daar en in de omgeving in de periode van 19 december 1948 tot 29 juni 1949 om het leven kwamen. Dat gebeurt in het indrukwekkende Monumen Yogya Kembali of ‘Monjali’ (Monument voor de herovering van Jogjakarta). Er zijn tien diorama’s te zien waarop belangrijke momenten in de Indonesische vrijheidsstrijd zijn uitgebeeld. Plaquettes vermelden de namen van 420 omgekomen revolutionairen. Ook is er een stilteruimte voor de herdenking van alle slachtoffers. 

Dankwoord 

Dit artikel kon tot stand komen dankzij de welwillende medewerking van een aantal oud-strijders van 5-5 RI. Hennie Bijker te Vriezenveen bracht mij in contact met zijn ‘sobats’ Jan Jansen Venneboer te Zutphen, Jan Gaasbeek te Beilen, Guus Kroon te Muiden, Jan van der Vegt te Delden en Jan van Dijk te Enschede. Ik dank allen voor hun bereidheid informatie met mij te delen in de vorm van gesprekken, fotomateriaal, dagboeken en/of herinneringsboeken. Ondanks hun respectabele leeftijd van ruim 85 jaar zijn hun persoonlijke herinneringen in ‘Indië’ nog steeds in het geheugen gegrift. Frans Spekschate te Borne dank ik voor zijn toestemming voor het gebruik van de foto’s van zijn oom Frans die hij via zijn moeder Annie Spekschate-Timmerman heeft geërfd. 


Bronnen 

  •  Bijker, Hennie te Vriezenveen - gesprekken en contacten. 
  •  Bijker, Hennie, e.a. - 5-5 R.I., Terugblik bij het 65 jarig bestaan, 
  •  1947-2012, Stichting Veteranen 5-5 R.I. 
  •  Bornse Courant, nrs. 28-05-1949 en 04-06-1949, Gemeentearchief Borne (Anja Tanke). 
  •  Dijk, Jan van - Belevenissen van een mortierist van 5-5  RI (Twentse Bataljon), in Sobat (april 2012). 
  •  Dijk, Jan van, te Enschede - gesprekken. 
  •  Gaasbeek, Jan, te Beilen- gesprekken en fotomateriaal. 
  •  Jansen Venneboer, Jan, te Zutphen - gesprekken en fotomateriaal. 
  •  Kroon jr., A.H.C. (Guus) te Muiden - gesprekken en  fotomateriaal. 
  •  Kroon sr., A.H.C. (Guus) te Muiden - gesprekken. 
  •  Kroon sr., A.H.C. (Guus) - Herinneringen aan mijn diensttijd October 1946 - Juli 1950, dagboek  en gesprekken. 
  •  Blankhart, A.T.M. (voorwoord) - Awas, Pijp-Pijp Datang! - Gedenkboek geschreven door en voor  de manschappen van 5-5 R.I., Deventer (1950). 
  •  Spekschate, Frans, te Borne - fotomateriaal. 
  •  Vegt, Jan van der - Daar woonde mijn huis en daar sliep mijn bed - Het verhaal over mijn diensttijd in  Indië (1947 t/m 1950), derde druk, eigen uitgave. 
  •  Wikipedia, lemma’s Politionele acties. 
  •  www.defensie.nl/landmacht/cultureel/.../eerste_ politionele_actie. 
  •  www.defensie.nl/landmacht/cultureel/.../ tweede_politionele_actie. 
  •  www.muideninfo.nl/desluiz/guus040224.html (Guus Kroon jr. te Muiden). 

*Eerder gepubliceerd in BOORN & BOERSCHOP van augustus 2013.
 

Auteur:Hans Gloerich
Trefwoorden:Koloniale oorlogen, Politionele actie, Jan Soldaat
Personen:Timmerman, Buiting, Sukarno, Hatta, Dezijn, Gaasbeek, Roering, Tuenter, Tanke, Huisman, Schoonheden, Ijspaard, Talstra, De Witte, von Schmidt auf Altenstadt
Periode:1926-1949
0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand