MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

31. Meijling en Stork-----Ontwikkeling van de metaal- en elektrotechnische industrie (1859)

Verhaal

31. Meijling en Stork-----Ontwikkeling van de metaal- en elektrotechnische industrie (1859)

Op bovenstaande afbeelding de elektriciteitscentrale van Hofstede Crull aan de Oude Deldensestraat, gefotografeerd vanaf een villa aan de Stationsstraat bij het spoor. Borne heeft in het verleden een verrassende verscheidenheid aan bedrijven gekend. Tegenwoordig zegt men dat het ‘vestigingsklimaat’ er gunstig was. Dat kwam door de overvloed aan goedkope arbeidskrachten die in de landbouw geen bestaan meer konden vinden. Ooit waren er naast de dominante textielindustrie enkele steenbakkerijen, twee windmolens, vier cichoreifabriekjes, twee zeepziederijen, een grutterij, een mosterdfabriekje, twee melkfabrieken en een kartonnagefabriek. Dankzij een aantal pioniers werd Borne de bakermat van enkele technische bedrijfjes die uitgroeiden tot ondernemingen met internationale bekendheid. Maar om hun vleugels te kunnen uitslaan verhuisden zij naar Hengelo, dat aan een belangrijk spoorwegknooppunt kwam te liggen en zo Borne verdrong als vestigingsplaats.

Meijling & Stork
Onder de pioniers was de Bornse smid Jan Meijling (1822-1873), die samen met ingenieur Coenraad Craan Stork (1829-1863) uit Oldenzaal in 1859 aan de Oude Almeloseweg een bescheiden werkplaats oprichtte voor de reparatie van machines voor de textielindustrie. Na het overlijden van Stork in 1863 en het uittreden van Meijling werden de zaken door twee broers van Coenraad voortgezet onder de naam Gebrs. Stork en Co. In 1868 werd deze toekomstige industriegigant naar Hengelo verplaatst.

31.2.png
C.C.T. Stork (1829-1863) en R.W.H. Hofstede Crull (1863-1939)

 

Hofstede Crull
Hoewel hij de HBS niet afmaakte, ontwikkelde de Groninger Rento W. H. Hofstede Crull (1863-1938) zich als een vindingrijk innovator. Hij kreeg in 1884 een baantje als volontair bij de Bornse machinefabriek Ledeboer, die stond ongeveer waar nu
de Ruwerstraat is. Daar werd zijn belangstelling voor de elektrotechniek gewekt. Na zijn verloving met een dochter van de gefortuneerde familie Dikkers kreeg hij de gelegenheid elektrotechniek te studeren. In 1894 startte hij in Borne een technisch bureau, dat van de gemeenteraad een concessie kreeg voor de aanleg van elektrische straatverlichting. Daarmee was Borne in 1896 de eerste elektrisch verlichte plattelandsgemeente in Nederland. De stroom kwam van een elektrische centrale die hij liet bouwen aan de Oude Deldensestraat. In 1908 verhuisde het bedrijf naar Hengelo onder de naam Heemaf, een fabriek voor elektrotechnische apparaten. Hieruit ontstonden later de bedrijven Hazemeijer voor elektrisch schakelmateriaal en Hollandse Signaal voor militaire apparatuur. Zijn passie voor automobielen leidde in Borne tot de oprichting van de American Refined Motor Company, plaatselijk beter bekend als Réfinet.

31.3.png
Op deze foto van rond 1905 staat achter het spoorwegpersoneel
de Machinefabriek Ledeboer. De schoorsteenpijp is van het
kleine fabniekje van Spanjaard.

 

Metaalgieterij Willem Aal & Zonen
In 1910 begint de Amsterdammer Willem Aal (geb. 1859) met zijn zoons Jan en Carel aan de Prins Bernhardlaan 10 een gieterij voor producten van koper, aluminium en tin. Het bedrijf werd in 1913 omgezet in de NV Twentsche Metaal en IJzergieterij. Het ging daarna nog een aantal keren in andere handen over. De complexe modellen voor de gietstukken werden vervaardigd door modelmakerij Kwast aan de Morseltdijk. Later produceerde men precisieproducten voor Philips. Van 1964 tot 1967 werd het bedrijf voortgezet als een afdeling van Cirex in Almelo. Na 1970 zijn de fabrieksgebouwen aan de Prins Berhardlaan gesloopt. Ze stonden achter de huisnummers 4 tot 8. Daar zijn later de woningen aan de Nieuwe Es gebouwd.

Draadindustrie Jonge Poerink
In 1932 richt Jannes Jonge Poerink een bedrijf op voor allerlei producten van metaaldraad zoals metalen veren. Sommige producten gingen letterlijk door het hele land als bagagerekken in de treinen. Het bedrijf heeft zich nu gespecialiseerd in interne transportsystemen. Ze worden veel toegepast in fabrieken waar voedingsmiddelen worden verpakt, bijvoorbeeld brood, banket, vleeswaren en dranken. In 1995 is Draadindustrie Jonge Poerink overgenomen door Ashworth Brothers en draagt nu de naam Jonge Poerink Conveyors.

Bons & Evers
Sinds 1949 produceert de firma Bons & Evers complexe onderdelen van messing voor zeer uiteenlopende toepassingen. Het productieproces wordt ‘warm perswerk’ genoemd. De onderdelen worden toegepast in sanitair, verwarmingssystemen, leidingen en allerhande machines, apparaten en voertuigen. We gebruiken ze dagelijks en onopgemerkt, omdat ze vaak onzichtbaar in het eindproduct zijn verwerkt. Het bedrijf was eerst gevestigd op de hoek van de Marktstraat en de Brinkstraat. Later is het verhuisd naar de Industriestraat. In het oude bedrijfsgebouw heeft jarenlang de jongerenclub ’t Grutje gezeten.

 

 

Auteur:Hans Gloerich
Trefwoorden:1800-1900 Industrialisatie, Ontwikkeling metaal- en elektrotechnische industrie (1859), Canon van Borne
Personen:Meijling,Jan, Stork,Coenraad Craan, Hofstede Crull,Rento W. H., Aal,Willem, Aal,Jan, Aal,Carel, Jonge Poerink,Jannes