MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

22. Heisa rond de zusjes Hesselink-----Religieuze onverdraagzaamheid (1774-1778)

Verhaal

22. Heisa rond de zusjes Hesselink-----Religieuze onverdraagzaamheid (1774-1778)

Op bovenstaand afbeelding het dagboekje van pastoor Lammering. Ook in het verleden was religieuze verdraagzaamheid vaak ver te zoeken, zoals het verhaal van de drie Zenderse zusjes Hesselink illustreert. Het zou hoogstwaarschijnlijk niet in het collectieve geheugen van de Bornse katholieken verankerd zijn, als de hervormde drost van Twente, Sigismund graaf van Heiden Hompesch (1731-1790), zich niet zo intensief, langdurig en onbarmhartig met de geloofskeuze van meisjes had bemoeid.

Uithuisplaatsing
In die tijd woonde in een boerderij aan het eind van de huidige Prins Bernhardlaan in Borne het gezin van Jan Hesselink en Aleida Elhorst. Het was een ‘gemengd’ huwelijk: Jan was hervormd, Aleida katholiek. Hun drie dochters werden hervormd opgevoed. Dat ging goed tot hun vader in 1774 overleed. De zusjes besloten toen het geloof van hun moeder aan te nemen. De drost Heiden Hompesch wond zich hier zo over op, dat hij de meisjes onder curatele stelde bij twee protestantse pleeggezinnen in Borne en Delden.

 

22.2.png
Boerderij Hesselink of Hesseld aan het eind van de Prins Bernhardlaan

 

Vlucht naar het Munsterland
De Bornse katholieken waren verontwaardigd. Sommigen bedreigden het Bornse pleeggezin en gooiden er de ruiten in. De drost liet hierop het kerkhuis van de Bornse katholieken op de Kolk in Hertme sluiten. Kort daarop zijn de zusjes naar het katholieke Munsterland gevlucht. Nu moest ook het kerkhuis van Delden dicht totdat de meisjes waren teruggekeerd. Het zusje uit Delden overleed in Munsterland, waarna de kerk daar weer open mocht. Het provinciebestuur dreigde alle Twentse priesters af te zetten, wanneer de twee andere zusjes, Anna en Geertruida, niet vóór het einde van het jaar in Borne terug waren.

Dienstmeisjes van de drost
Toen de meisjes niet terugkwamen, verving de drost de Bornse pastoor Gerard Hommels door de Deldense kapelaan Hendrik Lammering. Toen Anna en Geertruida in maart 1775 nog steeds niet waren teruggekeerd, werd ook Lammering verboden zijn ambt uit te oefenen. De kerkhuizen in Hertme en Delden werden weer gesloten. Moeder Hesselink reisde met twee begeleiders naar Munsterland om haar dochters terug te halen. Met succes – en de kerken mochten weer open. De drost laat nu de meisjes gereformeerd opvoeden bij een tante in Zenderen. In oktober 1775 besluit de drost dat de zusjes (toen 16 en 22 jaar oud) als dienstmeisjes mogen werken. Hij neemt hen zelf in huis op zijn kasteel in Ootmarsum.

 

22.3.png
Een fantasievol schilderij van huis Ootmarsum door Meindert Hobbema

 

Opnieuw naar Munsterland
Meer dan een jaar lang ging het goed. Dat veranderde toen de meisjes in de nacht van 30 december 1777 wisten te ontsnappen over de bevroren slotgracht. Ze zochten opnieuw bescherming in Munsterland. De woedende drost dreigde met sluiting van de kerken van Ootmarsum en Borne wanneer de zussen niet binnen een week terug waren. Een bode vond Anna in Alstätte en Geertruid in Ahaus. De dames weigerden echter naar Twente terug te gaan, waarop de drost op 19 januari 1778 de kerkenhuizen van Ootmarsum en Borne opnieuw liet sluiten.

Uitlevering gevraagd
De beide pastoors verzochten de Munsterse bisschop de gezusters uit te leveren, zo nodig met inschakeling van de sterke arm. De drost verzekerde dat de meisjes geen straf te vrezen hadden, ook niet als ze katholiek zouden blijven. De zaak was voor hem een prestigekwestie geworden. Maar de bisschop wees het verzoek af. Ook het provinciebestuur eiste dat de vluchtelingen eerst moesten terugkeren. Het gebeuren veroorzaakte grote onrust onder de katholieken van Ootmarsum en Borne, omdat hun kerken op het aanstaande paasfeest, 19 april 1778, gesloten dreigden te zijn.

Kerken weer open
De precieze afloop van de geschiedenis is onduidelijk. Er zijn twee lezingen. Pastoor Lammering schreef in zijn dagboekje dat het provinciebestuur een Zwolse kapelaan naar Duitsland stuurde om Anna en Geertruid op te halen. Hij wist de dames mee te krijgen met de belofte van een vrije geloofskeuze. Maar volgens de kerkhistoricus pastoor Geerdink ging een Ootmarsumse delegatie op audiëntie bij de Oostenrijkse ambassadeur in Den Haag. Hij wist bij de Staten Generaal te bereiken dat de kerkhuizen van Borne en Ootmarsum op 12 april 1778 weer open mochten, een week voor Pasen. Zo liep de affaire met een sisser af.

Auteur:Hans Gloerich
Trefwoorden:1700-1800 Eeuw van de Verlichting, Religieuze onverdraagzaamheid (1774-1778), Canon van Borne
Personen:Heiden Hompesch,van Sigismund, Hesselink,Jan , Elhorst,Aleida, Hesselink,Geertruida, Hesselink,Anna, Lammering,Hendrik, Geerdink,pastoor, Hommels,Gerard