MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

18. Huiswevers en fabrikeurs-----Vroege textielnijverheid (ca. 1675)

Verhaal

18. Huiswevers en fabrikeurs-----Vroege textielnijverheid (ca. 1675)

Op bovenstaande afbeelding de wever, zoals Vincent Van Gogh hem in 1884 schilderde. De textielnijverheid in Twente is in de eerste helft van de 17de eeuw, in de tijd van de Tachtigjarige Oorlog, tot ontwikkeling gekomen. Door gebrek aan landbouwgrond zagen vele boerenzoons zich gedwongen op een andere manier in hun levensonderhoud te voorzien. In Borne gebeurde dit eerder dan in de andere plaatsen. Vreemd genoeg is dit een gevolg van het feit, dat Borne relatief weinig van de oorlog te lijden heeft gehad.

Tachtigjarige Oorlog
Twente heeft zwaar te lijden gehad van de Tachtigjarige Oorlog. De troepen opereerden vanuit Oldenzaal, dat in de periode 15681626 afwisselend door de strijdende partijen was bezet, totdat de Spanjaarden in 1626 definitief werden verdreven.
De Spaanse – en ook de Nederlandse soldaten – kregen hun soldij vaak niet op tijd. Ze plunderden dan de wijde omgeving rond Oldenzaal, op zoek naar eten. Ze roofden het vee. staken boerderijen in brand en namen de boeren gevangen. De gegijzelden kwamen pas weer vrij als er hoge losprijs was betaald, die vaak door de hele buurschap bijeen werd gebracht

 

18.1.png
Op 1 augustus 1626 bevrijdde Ernst Casimir (1573-1632),
graaf van Nassau-Dietz, met zijn troepen Oldenzaal
– en daarmee heel Twente – van de Spanjaarden.
Ook voor Borne betekende dit het definitief
einde van de Tachtigjarige Oorlog.

 

Borne relatief gespaard
De oorlogsschade was aanzienlijk. Rond 1600 was een vijfde deel van alle Twentse boerderijen verwoest of verarmd, maar in Borne en Almelo was er weinig schade aan de boerderijen en de akkers. Borne was goed beschermd door landweren die in de wijde omgeving waren opgeworpen. Daar kwam bij, dat de meeste boeren horig waren. Zij mochten hun boerderijen niet verlaten en onderhielden hun bouwland goed. Dat voordeel had echter een nadeel: er lag maar weinig landbouwgrond braak voor startende jonge boeren. Zij konden ook geen woeste gronden ontginnen vanwege het chronische tekort aan mest. Zo konden veel boerenzoons geen bestaan meer vinden in de landbouw.

Huisweverij
Op de boerenerven was men sinds lange tijd vertrouwd met het verbouwen en bewerken van vlas en met het spinnen en weven van linnen voor eigen gebruik. Elke boer had wel een stukje vruchtbare grond waarop hij vlas verbouwde. Op heel veel boerderijen was wel een kamertje met een weefgetouw. Nu gingen veel boeren van het weven hun hoofdberoep maken. Deze huiswevers, die zich later voornamelijk in het dorp vestigden, begonnen voor de markt te produceren. Borne werd zo het oudste centrum van de textielnijverheid in Twente. Bezoekers merkten verbaasd op: “Alles spint en weeft hier!”. ‘Fabrikeurs’ kochten de benodigde linnengarens in en zetten deze uit bij de huiswevers, die een weefloon ontvingen. De weefsels
werden door de fabrikeurs, of tussenhandelaars, verkocht aan afnemers in de grotere steden. Jan Bussemaker werd de bekendste fabrikeur in Borne vanwege zijn fraaie bedrijfswoning aan de Ennekerdijk.

 

18.3.png
Op dit weefgetouw wordt een lap damast met een prachtig patroon geweven

 

Stinkend rijk en straatarm
Rond 1675 bereikte de textielnijverheid in Borne zijn hoogtepunt. De Bornse fabrikeurs behoorden tot de rijkste inwoners van Twente. Maar hun rijkdom stond in schril contrast met de grote armoede onder het merendeel van de bevolking. In 1675
behoorde 26 procent van alle Twentenaren tot de armen. Maar in Borne was het nog slechter gesteld: daar was 42 procent van de gezinnen onvermogend. Zij leefden van de bedeling door de kerken. Rond 1683 moest Borne zijn leidende positie in de textielnijverheid afstaan aan Almelo, dat over betere transportmogelijkheden over water beschikte naar de grote steden in het westen van de provincie en de rest van het land.

Bevolkingsgroei

De textielnijverheid zorgde voor een forse bevolkingsgroei in Borne. In 1600 telde het kerkdorp ongeveer 370 inwoners; het gehele richterambt - met de buurschappen Zenderen, Hertme en Bornerbroek - ongeveer 1.120. In 1675 was het aantal inwoners van het richterambt licht gestegen tot 1.260 door een toename in de buurschappen. Daarna veranderde de situatie dramatisch. Tussen 1675 en 1748 verdrievoudigde het aantal gezinnen in de buurschappen; in het kerkdorp trad een verdubbeling op. Door de snelle bevolkingsgroei was de huisvesting abominabel. Tussen 1675 en 1748 waren er 317 gezinnen bijgekomen, een toename van 137 procent,maar het aantal woningen groeide slechts met 17 procent. In de buurschappen waren de boerenerven overbevolkt.

Auteur:Hans Gloerich
Trefwoorden:1600-1700 Gouden Eeuw, Vroege textielnijverheid (1675), Canon van Borne
Personen:Casimir,Ernst, Bussemaker,Jan, Gogh,van Vincent