MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel
Zoeken
Uitgebreid zoeken

16. Kleigaten in het landschap-----De steenfabrieken (1646)

Verhaal

16. Kleigaten in het landschap-----De steenfabrieken (1646)

Op bovenstaande afbeelding steenfabriek Scholten vóór de afbraak. Tweeduizend jaar geleden introduceerden de Romeinen de baksteen in Nederland. In de Middeleeuwen ontstond vraag naar bouwmateriaal voor kerken en kloosters. Kloosterlingen herontdekten de baksteen. Zij gingen stenen bakken (‘kloostermoppen’ genoemd), die in Borne zijn gebruikt voor de Oude Stephanuskerk en de Mariakapel. In 1932 kwam bij Borne een veldoven tevoorschijn, die gedeeltelijk intact was en nog gave stenen en as bevatte. De stenen hadden veel overeenkomst met het formaat van de kloostermoppen van de oude Stephanuskerk. Dit was bij de ontginning van grond van de familie Morselt, waar de Morselt-dijk uitkomt op de Woolderweg.

Zeeklei
Voor het bakken van stenen werd klei gebruikt, die in onze streek ooit in de bodem is achtergelaten door de zee, en door de gletsjers achtergelaten keileem. De kust lag toen tot ver in Duitsland. De keileem was eenvoudig te vinden. Als er sneeuw was gevallen, bleef dat het langst liggen waar klei zat. Boeren met klei in de grond hadden vaak een veldoven, waarmee ze in de wintertijd stenen bakten. Na 1800 nam de vraag naar bakstenen toe door opkomst van de industrie. In 1858 werd de ringoven uitgevonden, waarmee de productiecapaciteit kon worden opgevoerd van 10.000 stenen per jaar naar 3 miljoen stuks. Rond 1960 werd de tunneloven ontwikkeld, waarmee de productiecapaciteit nog verder werd opgevoerd. Daarmee konden de ringovens niet concurreren, wat tot massale sluiting van steenfabrieken leidde.

Tichelkamp

De eerste vermelding van een steenbakkerij in Borne is uit 1646. Latere vermeldingen van de levering van stenen aan pastorie en kerk waren in 1766, 1776 en 1783. In 1811 huurde Jan Hemmelder een stuk grond, genaamd Tichelkamp, nu Stationsstraat 72. Hij begon er met steenfabrikage. In 1812 en 1814 lever-de hij stenen voor pastorie en hervormde kerk. In 1830 bestond deze kleine steenbakkerij nog. In 1861 begon Adam Bussemaker op het Letterveld tegenover het kleigat aan de Veldweg steenfabriek ‘De Viersprong’. In 1873 werd deze steenbakkerij afgebroken. Er stonden toen twee ringovens en een veldoven.

 

Familie Morselt
In 1861 begon ook de heer Arntz, steenbakker te Millingen, in de nabijheid van Borne op een stuk heidegrond van Johannes Morsel een steenfabriek. Hij was ook aannemer en had kennelijk stenen nodig voor bouwopdrachten in de omgeving. In 1864 werd de steenbakkerij overgedragen aan Hermannus Morselt. Morselt was bekend met het bakken van stenen. Zijn vader leverde in 1820 huispannen aan de Hervormde Kerk. Zijn grootvader ontving in 1767 geld, “voor verdient loon aan het organistenhuis, met wanden leemen”. De steenfabriek Morselt stond achter hun woonhuis, nu Tichelkampweg 75. In hun toptijd konden ze 200.000 stenen per week produceren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft de fabriek gewerkt op basis van door de gemeente Borne vervalste docu-menten. Omdat, leek het, dat de fabriek ten dienste stond van de bezetter en waren er nooit huiszoekingen. Daardoor werden er vele onderduikers gehuisvest. In een van de loodsen hadden de Duitsers een kledingmagazijn, waar een ondergedoken huisarts een militair doktersuniform bemachtigde. Daarmee ging hij ’s nachts patiënten bezoeken. De steenfabriek heeft tot 1959 gewerkt, maar is toen in het kader van de steenfabriekensanering verkocht aan steenhandel Oost-Nederland. Kort daarna werd de fabriek afgebroken.

 

16.2.png
Ringoven van Steenfabriek Morselt
16.3.png
Droogstelling met handgevormde stenen

 

Laatste steenfabriek
Rond 1862 had Bernardus Scholten in Azelo samen met Jannes Zegger tijdelijk een tichelwerk aan de Bornerbroeksestraat tegenover de fraters Maristen. Twee jaar later stichtte Bernardus Scholten tegenover de steenfabriek van Bussemaker een steenfabriek aan de Oude Deldensestraat met een ringoven. Bernard Scholten had drie zonen, waarvan Herman en Jan de latere eigenaren werden. In 1901 begonnen ze aan de Grotestraat 106 een cementfabriek voor pannen en rioolbuizen. In 1916 werd de cementfabriek verplaatst naar de Steenbakkersweg, naast de steenfabriek. De cementfabriek werd in 1940 gesloten. Een achterkleinzoon van Bernardus, Herman geheten, was de laatste eigenaar van de steenbakkerij. De productiecapaciteit van de steenbakkerij bedroeg maximaal 2,5 miljoen stenen per jaar. De fabriek, die tijdens de Tweede Wereldoorlog niet heeft gewerkt, werd opgeheven op 1 januari 1969. Daarmee verdween de laatste steenfabriek van Borne.

Auteur:Martin Thiehatten
Trefwoorden:1600-1700 Gouden Eeuw, De steenfabrieken (1646), Canon van Borne
Periode:1/1/1646-31/12/1646