MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Elektrische auto uit 1940

Verhaal

Al snel na de Duitse inval in mei 1940 ontwikkelde HEEMAF nieuwe producten die inspeelden op de nieuwe omstandigheden. Zo berichtte de pers begin oktober 1940 over door HEEMAF ontwikkelde lamparmaturen met horizontale spleten, die geen licht naar boven uitstraalden. Als “geleidelicht” konden ze op palen op een hoogte van 1,20 tot 1,70 meter boven de trottoirs worden geplaatst, om voetgangers en rijdend verkeer de weg te wijzen tijdens de verduistering. Die was verplicht om te voorkomen dat geallieerde vliegtuigen hun doelen konden vinden. Een ander voorbeeld is de volledig elektrische auto, waar de HEEMAF eind 1940 mee kwam. Dat was één van de oplossingen voor het niet meer verkrijgbaar zijn van benzine en dieselolie.

Als andere oplossing waren er eind 1940 al tientallen tankstations waar stadsgas getankt kon worden. Dat werd meegevoerd in grote ballonnen op het dak of (onder druk gebracht) in gascilinders. Een derde oplossing was het gebruik van een houtgasgenerator, waarin door het stoken van houtblokjes gas gevormd werd. Het op gang brengen en houden was een tijdrovend en vies karwei. De verkoop van houtblokjes werd al in oktober 1940 aan banden gelegd.

Het onderstaande verhaal ontstond vooral door  de beschikbare beelden uit de HEEMAF glasplaten collectie te combineren met citaten (die tussen aanhalingstekens staan) uit enkele krantenartikelen uit 1940.

“In verband met de moeilijkheden door de benzinevoorziening is men op de fabriek van Heemaf te Hengelo eens nagegaan op welke wijze een normale personenauto, voorzien van benzinemotor, omgebouwd kan worden tot een auto met electrische aandrijving. De keuze is hierbij gevallen op een Ford V8 auto, waaruit alle onderdeelen, welke bij de electrische aandrijving kunnen worden gemist, werden gesloopt. Het bleek mogelijk den electromotor met een flexibele koppeling aan de cardanas te verbinden, zoodat behalve de benzinemotor ook de versnellingsbak en koppeling konden vervallen”.

“Hierdoor kreeg men onder de motorkap een ruimte voor de accubatterijen (zie de eerste of onderste foto) waarvan ook nog een deel in de kofferruimte werd ondergebracht, dit in verband met den bij den opzet geëischten actieradius van circa 100 km totdat opnieuw laden van de batterij noodig is.”

“Het toerental van den gelijkstroommotor werd zoodanig vastgesteld, dat de maximale rijsnelheid van de auto 35 à 40 km per uur bedraagt.”

” De electrische uitrusting van de auto is opgezet met de bedoeling, dat de auto gebruikt zal worden voor kleine ritten. Daarvoor is de maximale snelheid geen bezwaar.”

” Het kiezen van de verschillende rijsnelheden geschiedt met een onder het dashbord gemonteerden controller, welke is uitgevoerd met 5 schakelstanden vooruit en 2 achteruit. “

Over de elektrische auto van de HEEMAF is na 1940 nooit meer wat in de pers verschenen. Toevallig is er wel iets meer bekend omdat HEEMAF directeur ir. H.I. Keus zijn privé brieven  deels via zijn HEEMAF secretaresse liet verzorgen en die brieven zodoende in het HEEMAF archief zijn beland. Keus schreef op 3 april 1941 aan zijn vriend G.H. Streurman: "Ik zou u wel uit Enschede kunnen laten halen, maar niet uit Winterswijk. Als U mij het uur van aankomst te Enschede opgeeft, zal ik zorgen dat de chauffeur bij het eindpunt van de bus gereed staat. Het is een Ford, omgebouwd voor electrische aandrijving en het nummer is E2250."

Uit de brief van Keus blijkt dat de actieradius niet de 100 km uit de krant was, want een retourrit Hengelo - Winterswijk (circa 80 kilometer) was niet haalbaar. Het genoemde nummer E2250 geeft helaas de geschiedenis van de omgebouwde Ford niet prijs. Indertijd had elke provincie eigen kentekennummers (de E staat voor Overijssel). De desbetreffende administratie van sommige provincies is bewaard gebleven, maar dat geldt niet voor Overijssel. Bovendien was het nummer aan de eigenaar gerelateerd en niet aan de auto.  Als iemand een andere auto kocht, werd het nummerbord van de oude auto op de nieuwe geschroefd.  Het nummer E2250 is laag, maar dat wil niet zeggen dat de omgebouwde auto oud was (het lijkt op een Ford V8 Deluxe Roadster model 1939): het nummer zal eerder op een andere HEEMAF auto gebruikt zijn.

Tenslotte blijkt uit de brief van Keus dat de HEEMAF de omgebouwde Ford als bedrijfsauto (met chauffeur) in gebruik had. De vraag rijst of dat het beperkte doel van de ombouw was geweest of dat de HEEMAF verwacht had de voor ombouw benodigde  HEEMAF producten (de elektromotor en de controller) aan garagebedrijven te slijten. 

De HEEMAF was namelijk bepaald niet het enige bedrijf dat al snel na de Duitse inval wat in elektrische auto's zag. De Internationale Automobiel Maatschappij bijvoorbeeld stelde in oktober 1940 de "Story" aan de pers voor. Dat was een driewieler voor twee personen, met een actieradius van  circa 60 km bij een snelheid van tussen de 20 en 30 km/uur. Het voertuig was onder andere bedoeld voor huisbezoeken door huisartsen. De elektromotor was niet van  de HEEMAF, maar van de Utrechtse Elektromotorenfabriek E.M.I. Er zouden 4 Story's per week nieuw gebouwd worden en dat aantal zou later tot 10 opgevoerd kunnen worden. Er zijn er echter slechts 75 à 100 geproduceerd.
De nieuwbouw van en verbouw tot elektrische auto's werd namelijk al spoedig  geblokkeerd doordat nieuwe componenten voor dat doel niet meer verkrijgbaar waren. Het begon er mee dat er per 18 maart 1941 een vergunning nodig was voor de verkoop van bepaalde elektrotechnische artikelen, waaronder accu's, controllers en elektromotoren. Die werden immers op grote schaal militair gebruikt in bijvoorbeeld onderzeeboten, vliegtuigen, tanks, etc.

De ontwikkeling heeft in bijna 80 jaar natuurlijk niet stil gestaan. De elektronica maakt het anno 2019 al lang mogelijk om een op een accu werkende elektromotor soepel en vrijwel verliesvrij (zonder aanloopweerstanden) in snelheid te regelen. De verhouding tussen enerzijds de capaciteit en anderzijds het volume en gewicht van accu’s is veel gunstiger geworden en die ontwikkeling gaat nog steeds door.  Anno 2019 toont een test van een aantal elektrische auto’s een actieradius tussen de 92 en 417 km, maar daarbij gaat het wel om veel hogere snelheden dan de door HEEMAF genoemde 35 à 40 km per uur.

Bronnen

HEEMAF  glasplaten collectie bij het Historisch Centrum Overijssel (HCO)
Haarlems Dagblad, 11-11-1940.
Limburger Koerier, 03-12-1940.
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 12-12-1940.
De Maasbode,  12-12-1940.
Autoweek, 10 november 2018.
Story op Wikipedia.

Auteur:Henk Kolkman
Trefwoorden:Elektrische auto, Accu’s, Actieradius, Maximum snelheid, Milieu, Tweede Wereldoorlog, Benzineschaarste, Story
Personen:H.I. Keus; G.H. Streurman
Periode:1940-1945
Locatie:NL, HEEMAF, Hengelo

Locatie op kaart

0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand