MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel
Zoeken
Uitgebreid zoeken

De meidagen van 1940 in villa Eikenoord, Lutten

Verhaal

Historisch verslag van 9 en 10 mei 1940 opgetekend door Johanna Gouwe-Vermeulen, bewoonster van villa “Eikenoord” in Lutten aan de Dedemsvaart. 

9 mei 1940

's Avonds om 23.30 uur een vliegtuigje gehoord, niet zo heel bijzonder in deze tijd, maar ja, nu met de huidige spanning en ingetrokken verloven...toch even buiten staan luisteren. Hans is al naar bed. De drie geschreven brieven, waarvan één naar mijn echtgenoot (die ook is opgeroepen in het leger) liggen klaar. Het is prachtig voorjaarsweer en ik heb zin om ze nog te posten en ga met de twee honden aan de lijn (chow chows) naar het postkantoor (bij Lute Ballast). De brug is omhoog en ik vraag aan de Schildwacht: "Mag ik er over?" "Nou vooruit dan maar, ik laat hem wel even neer." "Ja als het niet mag, wacht ik wel tot morgen hoor!" "O nee, ik doe de brug even neer." Alles is donker, iedereen sliep! Ik loop op mijn gemak en overpeins wat er allemaal zal kunnen gaan gebeuren... Niet leuk. Afwachten maar.

10 mei 1940 3.58 uur
Plotseling wakker, klaarwakker! Door enorm sterk vliegtuiggeronk. In een wip schiet ik in nachtgewaad het balkon op met de beide honden. Het is een schitterende lentemorgen, maar mijn hart staat stil, zeker drie slagen! Minstens 100 vliegtuigen tegelijk trekken over, zo vreedzaam lijken die kleine silhouetjes tegen de prille lentemorgenlucht, maar ik beef het uit en ben plotseling met dodelijke angst vervuld. "Hans; gil ik, "Hans!!!" Terwijl hij altijd licht slaapt, is hij nu niet wakker te krijgen. Ik ren de trap op naar de zolder....ja, daar schiet hij overeind en ziet wat er buiten in de lucht aan de gang is. Ik zie aan hem, dat hij het ook weet, dat het mis is. Even nog heb je de gedachte, het zijn Duitsers die naar Engeland gaan, maar zo'n schending van neutralisatie staat gelijk aan oorlog. We maken Fried wakker. Het lieve kind springt uit bed, ziet doodsbleek van schrik en rent heen en weer om direct de kleren voor de kleine zusjes bij elkaar te zoeken. (Inge van bijna 8 jaar en Judith die 5 1/2 jaar is). Ze doet ze in een koffer. Voor mijn gevoel is dat overbodig, want we hebben besloten om wát er ook gebeurt, in Lutten te blijven. Nu worden Inge, Agnes en Judith wakker en kleden zich aan. Hans zet de radio aan. Dan maken we met z'n allen, de inwonende dienstmeisjes Lina Oosterveld en Wou Schottert wakker, die er niets van begrijpen, dat de hele familie al op is en aangekleed, en wat ze nu aan hun bed doen, of ze droomden...

De radioberichten zijn bepaald niet geruststellend, overal vliegtuigen. Het ergste is, dat ze boven verschillende plaatsen blijven rondcirkelen. Wij blijven verslagen op het balkon naar boven kijken. De radioverslaggever is geëmotioneerd, krijgt een andere klank in zijn stem. Hij stottert en is ontroerd en zegt alleen nog maar: "Boven Sliedrecht, boven Tilburg, vliegveld "Welschap" bij Eindhoven reeds gebombardeerd!" Op hetzelfde ogenblik vliegen er vrachtauto's met Nederlandse soldaten langs ons huis, richting Dedemsvaart. Ze schreeuwen: "De bruggen gaan de lucht in!" We rennen naar beneden, doen alle deuren en ramen open, de fietsen naar buiten; de kleintjes bij de groten achterop (Judith weet nog, dat ze beentjes bij Wou in de fietstassen had) en in een ommezien zijn wij bij bakker Klaas Nijhuis achteruit het land in gegaan. Een geweldige klap ! en we beseffen, dat we nu weer terug naar huis kunnen, maar we weten ook, dat we voorlopig van alles en iedereen geïsoleerd zullen zijn. Dan...weer een klap; dat is de brug bij Huisman, die ook de lucht in ging. Bleek, langzaam en zonder iets te zeggen, fietst iedereen weer naar zijn/haar huis. De ravages zijn veel en veel erger dan we ooit hadden kunnen denken. Op "Eikenoord" is door het wachtkamerraam een stuk hout geslingerd. Kozijn
en glas alles radicaal verbrijzeld; het spreekkamerraam en dat van de grote kamer stuk, evenals op de kamer van Lena en Wou. Het grote raam op de kamer van Hans, op zolder, is naar binnen gedrukt maar ongelofelijk genoeg nog heel!

Ons huis is oud, maar hecht. Toch zijn we er zeer genadig van afgekomen. Bij de familie Jacob van Dijk aan de overkant zijn de stukken nog door het dak heen gevlogen. Bij de brug, kleermaker Op de Woerd en Bekman en Schrijver en Jaspers, om met de mensen mee te huilen!!! Het nieuwe huisje naast de familie Hofsteenge (opa Edges) dat aan de overkant van de vaart staat, is een ruïne. Bij de anderen is alles uit de voegen en de hengsels gerukt en ramen aan diggelen. Buitenhuis tegenover het postkantoor heeft z'n hele dak verloren, nadat er een stuk ijzer doorheen is geslingerd. Godzijdank zijn er geen persoonlijke ongelukken gebeurd. In Slagharen wel. Daar zijn behalve de huizen van Even, de Boer en Kleine Staarman, huizen die helemaal kapot zijn. Bij Mejuffrouw v.d. Wal, de vroedvrouw, zijn brokstukken gevonden. Erger is het dat haar vader bij het vluchten een stuk ijzer tegen zijn been heeft gekregen, waardoor er een gedeelte van zijn been is afgerukt. Het bloedde vreselijk. Grote paniek, zijn dochter zoekt uiteraard direct hulp; onze telefoon doet het warempel nog, maar we kunnen helaas niet helpen. Dokter Visscher is er op mijn verzoek heen gesneld met de dienstbode. Over de Zwarte Dijk was hij er zo. Hij tracht het bloed te stelpen. De oude man had al zoveel verloren. Hij wordt met de boot overgezet en met de auto van Flapper naar Hoogeveen vervoerd. Dezelfde avond is het Hoogeveense ziekenhuis ontruimd. Men vermoedt dat de patiënten naar Groningen zijn gebracht, maar zeker weten ze dat in Slagharen niet.

Ondertussen zijn hier de eerste Duitsers gearriveerd op motoren en fietsen. Nieuwe Hollandse militaire fietsen, door onze soldaten achtergelaten. Ze rijden ook op damesfietsen. Alles komt van ons uit gezien aan de overkant langs en in korte tijd, wordt het een onafzienbare file. De cavalerie wordt geschat op 5000 paarden. Ware het niet zulke droeve omstandigheden, dan zouden we er reuze van hebben kunnen genieten. Een schitterend gezicht! Alles mooi gegroepeerd per afdeling: Vossen, Schimmels, Appelschimmels en Blessen; alles volbloed en hun berijders zó keurig en gesoigneerd, of ze zo bij de kapper vandaan komen. Iedereen kijkt ontdaan toe en loopt op straat of zit aan de weg. Ook zijn er mensen die hun vensters al dicht timmeren. De oude heer Mulder (buurman en directeur van de "Baanbreker" fabriek), die in de 9 jaar dat wij hier wonen, nooit enige notitie van ons heeft genomen; schudt mijn beide handen, met grote tranen op zijn oude gerimpelde wangen. Ik kan op hem rekenen, als er iets is, nu ik zo alleen met de kinderen en al mijn zorgen zit. De afgelopen nacht was hij opgebleven vanwege zijn angst om de toestand. Deze nacht, terwijl hij sliep, werd hij wakker van alle rumoer, ging naar buiten en zag een soldaat in het slootje voor zijn huis liggen en riep: "Man, wat doe je daar?" "Ga weg',' brulde hij terug, "De brug gaat de lucht in!" Heer Mulder rende weg achter zijn huis; zijn vrouw en dienstbode, waren nog niet gekleed. Wonder boven wonder zijn ze er allen goed vanaf gekomen met alleen kapotte ruiten en wat gescheurde muur. Na een poosje komt zijn net getrouwde zoon, Wim, met vrouw achterop de fiets naar huis. Zij wonen op Sluis 6, zijn door weilanden, over wijken en sloten naar Lutten kunnen komen. Zijn vrouwtje zit vreselijk in over haar familie in Den Haag, waar ze vanmiddag naar toe hadden zullen gaan. Zo zijn er velen en velen met schrik en angst. Als de soldaten bij de "Baanbreker" zijn gekomen moesten ze zich eerst overtuigen of er geen militairen in de fabriek zaten. En er achter komende, dat ze niet meer over de brug bij "Schrijver/Bekman" kunnen wordt alles langs de overkant geleid. We begrijpen dat dat nooit lang goed kan gaan over die gammele bruggetjes, die normaal al regelmatig stuk zijn. Met de grootste voorzichtigheid worden de paarden enz. er overheen geleid. Dit geeft telkens opstoppingen. De familie Schilmóller beijvert zich om de Duitsers drinken aan te bieden. Ze weten natuurlijk niet dat hij in de vorige oorlog een gedurfd Duits soldaat is geweest.

De tuin bij buurman Veldman wordt radicaal vertrapt, zo ook bij de brug bij bakker Nijhuis, waar ze bij de overgang van die brug vaak op elkaar moeten wachten. Mevrouw Wichers is buiten zichzelf van angst en narigheid, ze schrijft een afscheidsbrief aan haarzuster, die ze van haar man weer moet verscheuren. Ja, wat moet je er mee! Het is allemaal zo begrijpelijk. Na het "springen" van de brug blijkt dat de telefoon het alleen nog doet tussen Ballast (het postkantoor) en ons. Ik vraag aan hem om mijn brieven te verbranden, hetgeen hij doet. Ze bereiken hun bestemming nu toch niet en hoeven niet in vreemde handen te komen. Bij Ballast is de radio stuk gegaan en ik beloof hem te bellen, als er nieuws komt en dat is al heel gauw. Dit is het begin van een nieuwe Luttense gemeenschap. De grotere plaatsen hebben een burgemeester, waar je leiding en steun van kunt verwachten, maar die ontbreekt ons, zodat wij helemaal op onszelf zijn aangewezen en elkaar moeten helpen. Terwijl we van onze plaats alles blijven volgen, zijn er 2 personen, die bij iedere colonne voorop meerijden. Ze brengen "de meute" een eind op weg en keren dan, om de volgende groep te begeleiden. Wij noemen ze de "Goudleiders.” Eentonig gaat het "gerij" de hele dag door; alles en iedereen is grijs van het stof,
zelfs binnenshuis. Op den duur gaat het steeds langzamer, omdat de noodbruggen vaker en vaker nieuwe planken moeten krijgen en er verder meer herstel nodig is. Het moet gezegd, dat er niets op de langstrekkenden is aan te merken. Het gaat allemaal even correct en rustig. In het begin zijn het zowel de officieren als de soldaten, die de kinderen hun Duitse groet brengen. Ik had tegen ze gezegd, dat ze gewoon terug moesten knikken.

Mijn gemoed schiet vol, als ik zie hoe jong de jongens soms zijn. Ja, we zien jongens die huilen en misschien pas van huis zijn en voor 't eerst. Mee in dit gruwelijk bedrijf. Er komen ook ruiters hier vlak langs, omdat ze toch moeten wachten en van de gelegenheid gebruik maken om de kapotte brug te zien. Er komen 2 officieren langs, die een keurige groet met sabel brengen. Ik houd m’n ogen neergeslagen, de één kijkt me even aan, schuw en met iets van pijn in zijn blik. Mensen met een hart, die zich schamen om ons dit aan te doen. Weer een ander soldaat staat wel een kwartier lang met het paard voor het huis. Een dikke boerenman, die moest wachten op 't één of ander. Doelloos blijft hij naar Inge staren. Ik denk, dat hij NIETS zag. Inge was aan het grasrollen, die kleine meisjes ze gaan al weer gewoon hun gang. Toen ik nog eens naar hem keek, stond hij als een standbeeld, maar o, het is om te huilen; de tranen stroomden over zijn wangen. Aan wie zou onze blonde, Germaanse Inge hem hebben doen denken? Wat ontzettend! Wat vreselijk, die haat, die nu gaat komen; die nu moet komen, als de één de ander vernielt. Stuk voor stuk willen de mensen dat toch niet?? Mensen die huilen van verlangen en verdriet. Jongens, jong die snikken van angst. Jongens van moeders, mannen van vrouwen, vaders van kinderen. Onbegrijpelijk en absurd, dat het bestaan kan. Bij Lägers wordt de auto weggehaald. Arme Lägers, hij ziet er zo zorgelijk uit. Hij heeft angst om zijn zoon Johan. Ik zeg
tegen hem over de weggehaalde auto: "kopen" "betalen"??? "Betalen"!! verstond de Duitser en zei: "Nicht bezahlen, auto zurück': Nu, dat hopen we. Lägers krijgt een briefje, geen geld. De Duitser haalt dan een Duitse landkaart van Nederland voor de dag en vraagt zoekend in de omgeving van Zwolle, waar hij al is. Lagers wijst op Dedemsvaart, ik wijs op Lutten, gun het hem niet dat hij zal denken dat hij al verder is. Zijn vinger zoekt de grens en dan weer Lutten. Drommels, dat valt hem tegen. Waar ligt dan Amsterdam? Hij kijkt zijn ogen uit zó ver nog! In drie dagen zouden ze héél Nederland hebben. Ik vraag dan: "Wenn Sie heute morgen aufmarschiert..." hij valt in met "Heute Morgen? Gesternabend!!!!" Deze mannen hebben niet geweten, dat ze naar Nederland moesten. Eén vertelt er, dat dit voor het grootste gedeelte troepen zijn, die Polen hebben ingenomen. Ze zijn geroutineerd in het optrekken en dan zegt hij, dat hij ons reusachtig verstandig vindt zo, koelbloedig en rustig. Lägers en ik kijken elkaar met bittere blikken aan. Ja, gaat hij dan verder, hij is cavalerist, als heel Nederland
zo doet als u, dan gaat het net als in Denemarken, dan houdt het land zijn zelfstandigheid (?) en wordt er niemand kwaad gedaan. Die arme Polen hebben een ander temperament. Ze rekenden zo vast op die Engelsen, dat ze stonden te juichen, toen wij er aan kwamen. Maar toen ze merkten dat we Duitsers waren, vlogen zowel de mannen als de vrouwen ons aan en moesten we ons wel verdedigen. Ja, dat was Polen, wie denkt daar nog aan?

Nu moeten de Engelsen ons helpen. Doen ze het niet, dan zijn wij vast en zeker opgegeven!
Ondertussen gaan de bruggen door alle paardenvolk, motoren pantserwagens enz; hoe langer, hoe meer stuk. Er moet telkens weer gerepareerd worden. Een officier commandeert: "Laat de bevolking helpen om het zo snel mogelijk te maken "Voor uw eigen veiligheid',' roept hij ons toe. "Schiet het transport niet op, dan heb je kans op Engelse bombardementen". Ja, dat is ook zo, maar ja, hoe moeten die bruggen gemaakt? In anderhalve dag zijn er, zo zegt men 11.000 man overheen gekomen. Het gaat niet meer! Paarden zakken door de planken, mannen raken te water enz.. Uiteindelijk geven ze het op en trekken terug om over Ommen te gaan. Maar ook dat geeft problemen, want deze troepen moeten naar MeppeL Ze vragen aan Berend van Dijk waar Kerkenbosch ligt. Hij weet het niet en ogenblikkelijk zetten ze hem een revolver op de borst. Van Dijk kent alleen Kerkenveld en wijst dat aan. Zo verstrijkt de eerste lange oorlogsdag. Omdat we al zo vroeg opstaan in de nacht, lijkt de dag eindeloos. We zijn op het laatst zo moe, zó moe, dat we geen van allen meer kunnen. Toch willen we ook niet naar bed. De schrik zit er zo in en aldoor nog die vliegmachines. 

Herschreven door: Judith Kaars Sijpesteijn-Gouwe. Maart 2011.

Bron Lutter Journaal, april 2011

Auteur:Judith Kaars Sijpesteijn-Gouwe
Trefwoorden:Tweede Wereldoorlog, Lutten, Eikenoord, Bezetting, Overijssel WOII
Personen:Johanna Gouwe-Vermeulen
Periode:1940-1945
Locatie:Lutten
0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand