MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Schatkist

Verhaal

Tijdens een omvangrijke verbouwing in onze archiefbewaarplaats verplaatste ik een aantal ijzeren stellingen. Achter een van deze stellingen kwam, geheel onverwacht, een houten kist te voorschijn. Boven op het deksel stond het opschrift ‘Schutterij Stad Almelo.’ Mijn nieuwsgierigheid was geboren!

Na de kist voorzichtig geopend te hebben, bleken hierin een drie tal boekwerkjes te liggen. Bij het bestuderen hiervan bleek het te gaan om de notulen van de schuttersraad
over de jaren 1868 tot en met 1906.
De schuttersraad bestond hoofdzakelijk uit officieren van de schutterij. De schuttersraad was belast met de financiële administratie en met het opleggen van boetes aan schutters die een overtreding begaan hadden. Hierover later meer…
Tijdens het lezen van de boekjes kon ik terugvallen op de waardevolle informatie uit het boek van G.J. Blikmans over de schutterij van Almelo over de periode 1815-1907.
In ons land richtten de steden aan het einde van de middeleeuwen schutterijen op. Zij hadden als voornaamste taak het beschermen van de steden tegen gevaren van buitenaf. Af en toe werden de schutterijen ook in de steden zelf ingezet om wanordelijkheden te bestrijden.
De Almelose schutterij is echter van een veel recentere datum. Na het vertrek van de Franse troepen, onder leiding van Keizer Napoleon in 1813, besloot Koning Willem I de defensie van ons land ook op locaal niveau te organiseren. Hiertoe vaardigde Willem I in 1815 een wet uit, waarbij hij alle steden verplichtte een schutterij op te richten. 
Met uitzondering van de prille beginperiode, stelde de Almelose schutterij tot 1868 niet zo heel veel voor. Dit kwam hoofdzakelijk door het geringe aantal inwoners. In 1818 telde de Gemeente Stad Almelo slechts 2264 inwoners.
In 1868 was dit aantal ruim verdubbeld. Het merendeel van de inwoners waren arbeiders die in de textielindustrie werkten. Het werken in de stoffige fabriekshallen was erg ongezond en betaalde slecht. De meeste arbeiders woonden in de Gemeente Stad Almelo in gammele huisjes zonder sanitair. Het was dan ook geen wonder, dat wanneer de fabrikanten de lonen wilden verlagen, de arbeiders in opstand kwamen. Zij deden dit meestal door te gaan staken en de ruiten bij fabrieken en de woningen van de fabrikanten in te gooien.
Naast de interne ‘spanning’ in de stad namen ook de internationale spanningen toe. In 1870 zou er een grote oorlog tussen Frankrijk en Duitsland uitbreken. In deze woelige tijd verplichtten de Provincie Overijssel en de minister van Binnenlandse Zaken de Gemeente Stad Almelo om met ingang van 1868 een zogenaamde dienstdoende schutterij in het leven te roepen. Dit betekende dat de leden van de schutterij voortaan veel vaker moesten oefenen. Hier kwam nog bij dat de leden van de dienstdoende schutterij zelf hun uniformen moesten betalen.
De leden van de schutterij werden aangewezen door middel van loting. Er werd geloot tussen alle mannen van 25 tot 35 jaar. Indien je was ingeloot kon je aan de dienstplicht ontkomen door tegen betaling een plaatsvervanger aan te wijzen. Uiteraard konden alleen meer gesitueerde inwoners het zich veroorloven om een vervanger te sturen.
Uit cijfermateriaal blijkt dat veel mensen een plaatsvervanger stuurde. Daarnaast verhuisden de nodige mensen van de Gemeente Stad Almelo naar de Gemeente Ambt Almelo om de dienstplicht te ontlopen. Hieruit blijkt wel dat de schutterij nooit erg populair is geweest.

De schutterij werd vanaf 1868 ingezet voor het bestrijden van de ongeregeldheden die zich tijdens de werkstakingen van 1869, 1872 en 1873 voordeden. Hiervoor zagen we al dat de meer gesitueerden zich lieten vervangen. Dit hield in dat de schutterij, met uitzondering van de officieren, voor een groot deel bestond uit arme fabrieksarbeiders. In 1888 brak er
in Almelo een zeer omvangrijke werkstaking uit die volop landelijke bekendheid kreeg. De sfeer was grimmig en er braken onlusten uit. Een groot deel van de schutters behoorde tot de stakers of sympathiseerden met de stakers. Het stadsbestuur besloot dan ook, uit angst voor een lokale burgeroorlog, om de schutterij niet op te roepen. In plaats daarvan werd besloten een beroep op de landelijke cavalerie te doen.
Na 1888 daalde de populariteit van de schutterij nog verder. Veel schutters kwamen met frisse tegenzin voor de verplichte oefeningen opdraven. Dit moge blijken uit het volgende incident. Tijdens de oefening van 16 juni 1890 op het Marktplein had de schutter Jurriën Brouwer zoveel alcohol tot zich genomen dat hij dronken was geworden. Hiervoor kreeg hij van de kapitein een boete van 1 gulden. Na afloop van de oefening nam de kapitein het wapen van Brouwer af, omdat hij vreesde dat deze het in zijn dronkenschap wel eens zou kunnen beschadigen. De schutter Brouwer ging echter in discussie met de kapitein over de aan hem opgelegde boete. Hierop sommeerde de kapitein de schutter Brouwer zich
van het Marktplein te verwijderen met de woorden dat hij te ‘beschonken was om nog iets te begrijpen.’ De schutter gaf zich niet gewonnen en bleef luidkeels roepen dat hij het niet eens was met de aan hem opgelegde boete. Van 1 gulden.
Diezelfde avond meldde Brouwer zich aan het huis van de kapitein. Toen de deur van het huis geopend werd smeet Brouwer zijn uniform in het huis en riep: ‘Als de kapitein mijn geweer afneemt, mag hij den heelen boel wel hebben.’ Op 23 juni 1890 vestigde Brouwer zich in de Gemeente Ambt Almelo om zich aan de impopulaire schuttersdienst te onttrekken. Tijdens haar vergadering van 27 september 1890 boog de schuttersraad zich over de zaak Brouwer.  Gedurende de vergadering werd hij gehoord, en tot slot werd tegen hem een boete van 11 gulden geëist. De raad deed op 6 oktober uitspraak. Brouwer kreeg een boete van 10 gulden en 60 centen. Uiteindelijk werd de schutterij op 2 augustus 1907 opgeheven. Na opheffing werden alle uniformen, signaalhoorns en trommels verkocht. Als herinnering resten ons thans alleen nog interessante archiefstukken en een mysterieuze houten kist.

Trefwoorden:Schutterij
Personen:G.J. Blikmans, Jurriën Brouwer
Locatie:Almelo
0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand