MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Demping van de havenkom

Verhaal

Onze stad dankt haar ontstaan mede aan haar gunstige ligging aan het water. In vroeger eeuwen verplaatsten de mensen zich via het water van de Almelose Aa en andere riviertjes, die zich een weg door de stad baanden. Om de stad nog beter bereikbaar te maken werd in de loop van de 19e eeuw begonnen met het graven van kanalen.

In 1855 werd begonnen met de aanleg van het Overijssels kanaal. Almelo werd hierop aangesloten via het kanaal Almelo – De Haandrik. In 1886 kreeg onze stad via het kanaal Almelo – Nordhorn een verbinding met Duitsland. Als sluitstuk werd in de jaren dertig van de 20e eeuw het Twentekanaal gegraven.
Een van de voornaamste motoren achter het verbeteren van de waterwegen was de textielindustrie. De grote brede waterwegen leenden zich goed voor het vervoer van grote hoeveelheden textielproducten, alsmede voor de aanvoer van grondstoffen voor de vervaardiging van textiel. De Almelose markt lag zelfs aan de havenkom die diende als een overslagplaats voor goederen. In de loop van de jaren kregen de waterwegen meer en meer concurrentie van vervoer over het spoor en via snelwegen. Zo gebeurde het dat er steeds minder schepen van de waterwegen gebruik gingen maken. In 1930 lag de havenkom er nog pontificaal bij, en was het hier een komen en gaan van schepen.
Maar in de decennia erna nam het belang van de havenkom in snel tempo af. Deze afname was niet alleen te danken aan de toename van het verkeer over land. De Gemeente Almelo was ondertussen ook begonnen met de ontwikkeling van een nieuw ‘havengebied’ op het industrieterrein het Dollegoor.
Op 23 februari 1950 schreef de Commissaris van Politie een brief aan de burgemeester van Almelo. De Commissaris berichtte dat een gedeelte van de Haven Zuidzijde (tussen de Markt en de Oude Kloosterweg) voor het verkeer was gestremd in verband met verzakking van de aan de zijde van de havenkom gelegen weghelft. De Commissaris maakte van de gelegenheid gebruik de te wijzen op de grote verkeersbelangen die verbonden zouden zijn aan de demping van de havenkom! Na demping zou het verkeer beter kunnen doorstromen en kwam er nog meer ruimte voor de weekmarkten.
Op zaterdag 25 februari stortte zelfs een gedeelte van de beschoeiing van de Haven ter hoogte van de Landbouwersbank aan de Haven ZZ in. Door deze verzakking was de Landbouwersbank moeilijk bereikbaar geworden en was het zaak tot een spoedige oplossing te komen.
In maart 1952 deed het College van Burgemeesters een Wethouders een voorstel aan de gemeenteraad om de havenkom te dempen. De havenkom zou samen gedempt worden met het gedeelte van het Overijssels Kanaal, tot enige meters ten zuiden van de portiersloge van de fabriek van de N.V. Katoenmaatschappij voorheen Gebroeders Scholten & Co. Tevens zou, ter verbetering van het Overijssels Kanaal, worden overgegaan tot de bouw van een nieuwe hefbrug bij de Spoorstraat (thans Egbert Gorterstraat) en het maken van een beschoeiing van de bedoelde brug af tot het punt ten zuiden van de portiersloge.
De gemeenteraad ging wel akkoord met het maken van de beschoeiing en het aanleggen van de brug in de Spoorstraat. Maar het voorstel om de havenkom te dempen haalde het niet. De raad vreesde namelijk dat er met name van de zijde van de Landbouwersbank, forse schadeclaims ingediend zouden worden. De Landbouwersbank zou na de demping niet meer direct aan het water liggen, waardoor het bedrijf moeilijker bereikbaar werd. Na demping van de havenkom konden de schepen bovendien geen gebruik meer maken van de wendingmogelijkheid in de havenkom. De schepen zouden dan terug moeten varen tot de zwaaikom nabij de fabriek Indië om hier pas te kunnen keren. Deze extra manoeuvre zou tijdverlies voor de scheepvaart betekenen.
Het College legde zich echter niet bij het raadsbesluit neer. Te meer omdat de Commissaris van Politie er op aan bleef dringen de havenkom en een gedeelte van het Overijssels Kanaal te dempen. Na demping zouden de verkeerssituatie op de Haven NZ en Haven ZZ aanzienlijk verbeterd worden door het verbreden van beide wegen. Demping had ook als voordeel dat er zo een betere plaats voor het houden van de weekmarkt zou ontstaan. De Markt werd doorkruist door een drukke verkeersweg. Tijdens marktdagen namen overstekende, wachtende en pratende bezoekers een deel van de rijbaan in beslag, wat tot gevaarlijke situaties leidde. 
In augustus deed het College van Burgemeester en Wethouders een nieuw voorstel aan de raad. Het College hield vast aan haar aanvankelijke voorstel. Demping van de havenkom en het Overijssels Kanaal tot iets ten zuiden van de portiersloge van de Katoenmaatschappij. In dit voorstel werd voorgesteld de Landbouwersbank, en andere betrokken partijen, een schadevergoeding toe te kennen. In het voorstel werd ingegaan op de wenselijkheid de Landbouwersbank naar het nieuwe industrieterrein op het Dollegoor te verplaatsen. Op het Dollegoor met haar brede havens had de Landbouwersbank meer uitbreidingsmogelijkheden.
Na een lange discussie besloot de gemeenteraad op 28 augustus 1952 de havenkom en een gedeelte van het Overijssels kanaal toch te dempen. 
Eind mei begin juni 1953 werd de bijna 100 jaar oude havenkom met zand dicht gegooid.
In de jaren zestig werd besloten om het Overijssels kanaal tot aan het zogenaamde Scheepvaaarthuis te dempen.

Trefwoorden:Landbouwersbank, Haven NZ, Haven ZZ, Almelose Aa, De Haandrik, Havenkom
Periode:1855-1953
Locatie:Almelo