MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

De introductie van de gasmunt

Verhaal

Met de huidige hoge energieprijzen zal menigeen zijn hart vast houden voor de komende energienota. Tegenwoordig is onze rekening gebaseerd op het geschatte verbruik, en op basis van het energieverbruik van het voorafgaande jaar. In vroegere tijden was er een geheel ander systeem ontwikkeld voor het betalen van onze energienota.

De grondslag voor de ‘moderne’ energievoorziening werd in het midden van de 19e eeuw gelegd. Zeer geruime tijd was toen al bekend dat steenkool een brandbaar gas bevatte. Pas in de 19e eeuw ging men er in ons land massaal toe over dit gas voor straatverlichting te gebruiken. Door deze toename verrezen de gasfabrieken, waar het gas uit de steenkool werd gehaald, overal als paddestoelen uit de grond.

In januari 1859 opende de gasfabriek van de firma Enthoven & co haar poorten in Almelo. De gasfabriek was gevestigd aan de Haven ZZ. Vanuit deze fabriek werd het gas geleverd voor de straatverlichting voor het centrum van onze stad. In het begin van de jaren 20 werd de gasfabriek door de Gemeente Almelo overgenomen. Later verhuisde de fabriek naar een terrein aan de Rohofstraat.

Tegen het einde van de 19e eeuw breidde de straatverlichting zich steeds verder uit. Wel werden de gaslantaarns geleidelijk vervangen door elektrische exemplaren. Met de uitvinding van de gloeilamp door Edison in 1879, ging men ertoe over om de gloeilamp in te zetten voor de straatverlichting. Hiermee leek elektriciteit het van gas te winnen. Maar in de eerste decennia van de 20e eeuw deed zich een belangrijke ontwikkeling voor. Omdat het gas steeds goedkoper werd, en ook de kwaliteit van het gas sterk verbeterde, gingen steeds meer huishoudens over tot het gebruik van gas. In de eerste plaats werd dit gas gebruikt voor gasfornuizen.

Aanvankelijk was het gas alleen betaalbaar voor welgestelden. Maar door verbeterde productietechnieken en een verhoogde productie werd het gas steeds goedkoper. Voortaan konden ook de lagere sociale klassen zich een gasaansluiting veroorloven.

Om problemen bij de betaling van het gas te voorkomen diende de huishoudens het gas vooraf te betalen. Voor de betaling werd een zogenaamde muntgasmeter ontworpen. Bij het gasbedrijf konden de mensen één of meerdere gasmuntjes kopen. In 1933 kostte een gasmuntje negen cent en was goed voor één kubieke meter gas. Dit muntje wierp je in de thuis geïnstalleerde gasmeter die vervolgens de toegang tot het gasnet opende. Zo kwamen de huishoudens nooit in de problemen omdat het gas immers vooraf betaald diende te worden en niet pas achteraf.

Door de installatie van muntgasmeters bespaarden de gasbedrijven enorm op de kosten van het controleren van de meters en het innen van gasrekeningen. Slechts wanneer de gasmeter vol zat met gasmuntjes kwam er een controleur om de meter leeg te halen.

Toch was er een mogelijkheid om gas op ‘afbetaling’ te kopen. Een gasmunt was voorzien van een uitsparinkje en had ongeveer de diameter van onze huidige Euro. Voor de Tweede Wereldoorlog waren er 2,5 cent muntstukken in omloop. Deze munten hadden exact de diameter van een gasmuntje. Indien een 2,5 cent munt werd voorzien van een uitsparing kon deze als gasmunt gebruikt worden. Bij het legen van de muntgasmeter telde de meteropnemer het aantal 2,5 centstukken en moest het resterende bedrag aan de meteropnemer voldaan worden.

Met de ontdekking van het enorme aardgasveld in Slochteren in de jaren 1959-1960 kwam aan het fabriceren van gas uit steenkolen geleidelijk een einde. Voortaan werden de huishoudens voorzien van aardgas uit onze eigen bodem. Met komst van het aardgas verdwenen ook de laatste kolenkachels uit de huishoudens. Mensen die hun woningen nog met steenkool hadden verwarmd stapten over op het goedkopere aardgas.

In navolging van de landelijke trant besloot het Almelose Gemeentelijk Energiebedrijf de gasmunten af te schaffen. Als redenen noemde men de hoge onderhoudskosten van de meters en kosten voor de administratie van de gasmunten. Van de vervanging van de muntmeters door ‘gewone gasmeters’ werd een besparing van 16.000 gulden per jaar verwacht.

De Almelose gasmunten werden destijds bij ’s Rijks Munt te Utrecht vervaardigd. In overleg met de munt te Utrecht werden tussen 1963 en 1966 571.392 gasmunten ter vernietiging aangeboden.

Wellicht is het, met de huidige hoge energieprijzen, een idee om de gasmunten wederom te introduceren. Dat voorkomt onaangename verrassingen achteraf.

Trefwoorden:Gasmunt, Gasfabriek, Steenkool, Firma Enthoven & co, Gloeilamp, Gasmeter, Controleur, Almelose Gemeentelijk Energiebedrijf
Personen:Edison
Periode:1900-1966
Locatie:Almelo
0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand