MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Amerikaans vergissingsbombardement op Enschede, 8 november 1944

Verhaal

Amerikaans vergissingsbombardement op Enschede, 8 november 1944

Enschede is tijdens de oorlog meerdere malen gebombardeerd. De data 10 oktober 1943, 22 februari 1944 en 22 maart 1945 staan bij veel Enschedeërs die de oorlog mee hebben gemaakt in het geheugen gegrift. Naast deze grote vergissingsbombardementen is Enschede veel vaker het slachtoffer van geallieerde bommen geweest. 

Vanaf september 1944 waren er regelmatig explosies te horen in Enschede. Uit dagboeken uit die tijd blijkt dat er vrijwel dagelijks een of meerdere keren luchtalarm werd gegeven in de laatste maanden van 1944. De Amerikaanse 8ste Luchtmacht had zijn offensief op Duitsland geïntensiveerd. Ook het Engelse Bomber Command vloog onophoudelijk naar het Duitse industriegebied. Op 8 november 1944 waren de olieraffinaderijen bij Merseburg en het rangeerterrein bij Rheine de doelen voor de Amerikaanse Luchtmacht. Door het slechte weer werd ongeveer de helft van de 690 bommenwerpers teruggeroepen. De 44ste Bomb Group nam die dag met 11 bommenwerpers deel aan de missie. Het weer was slecht en de bommenwerpers maakten grote condensstrepen in de lucht die het zicht nog extra belemmerden voor de volgende vliegtuigen.

Vissen

Het was die dag al vroeg onrustig in de lucht. De zevenjarige Ben Zwolle die aan de Noord Esmarkerrondweg 406 tegenover de begraafplaats woont, loopt met zijn vriendjes Marinus, Jopie en Hans naar huis als er om 10.20 uur luchtalarm wordt gegeven. De jongens hebben de condensstrepen in de lucht gezien van de vliegtuigen die naar het oosten gaan, maar dat beeld is intussen zo vertrouwd dat ze zich niet direct zorgen maken. Ze zijn van plan om te gaan vissen in een vijver even voorbij het spoor. Ben heeft zijn nette kleren aan dus gaat naar huis om zich om te kleden. Hij mag van zijn moeder nog niet weg zolang het sein veilig nog niet heeft geklonken. Tot zijn verbazing ziet Ben vanuit het raam in de voorkamer zijn vriendjes wel voorbij lopen richting de vijver. “Dat is niet zo mooi” denkt de jonge Ben. “Straks zijn de beste vissen weg.” Zodra om 11.20 uur het sein veilig klinkt springt Ben op en voordat zijn moeder er erg in heeft, is hij al door de achterkamer de tuin in gerend om achter zijn vrienden aan te gaan. De spoorbrug is vanuit zijn ouderlijk huis gezien maar een klein stukje de straat uit. Hij is nog maar net bij de brug als de eerste bom aan de noordkant van de spoorbrug valt. Een betonnen paal van het hekwerk wordt een boom in geslingerd waar hij nog jaren zal blijven hangen. Ben staat onder een grote boom die bij de zuidelijke oprit van de brug. Een oudere buurjongen roept hem om net als hij in de spoorsloot te komen liggen, maar Ben luistert niet en wil alleen maar terug naar zijn moeder. Hij loopt terug naar huis. 

Afzagen

Ter hoogte van huisnummer 401 valt de tweede bom. De gehele voorkant van het huis wordt weggeslagen. De breuklijn van die explosie is nu, 70 jaar later, nog steeds goed te zien. Bij die explosie wordt Ben in zijn arm geraakt door een granaatscherf. Een derde bom valt bij de ingang van de Oosterbegraafplaats. In het ouderlijk huis van Ben dat recht tegenover de begraafplaats ligt vliegen alle ramen eruit. Ben ziet een man met een grote buikwond. Die ligt verschrikkelijk te kermen. Als Ben thuiskomt roept hij dan ook naar zijn broer dat deze bij de man moet gaan kijken omdat die er veel erger aan toe is dan hijzelf. Zijn broer heeft echter meteen door dat het helemaal niet goed zit met de arm van Ben. Hij rukt het verduisteringsgordijn van het raam en gebruikt het koord om de arm van Ben op twee plaatsen af te binden. Al snel staat bij de familie Zwolle de tuin vol mensen om te helpen. Er verschijnt een auto om de gewonden op te halen en Ben wordt daar als laatste in gezet. In het ziekenhuis pakt zuster van der Snee hem bij de hand en neemt hem mee naar de operatiekamer. De algemeen chirurg ziet maar één mogelijkheid en dat is amputatie. De chirurg concludeert op basis van de wondjes op zijn borstkas dat het maar een haar heeft gescheeld of hij was er niet meer geweest. Ben wordt onder narcose gebracht, maar het geluid van het afzagen van zijn arm zal hem nog jarenlang achtervolgen.

De grootste krater

Ingenieur Bos, hoofd gemeentewerken, schrijft die dag in zijn oorlogsdagboek: “Het had veel erger kunnen zijn als de bommen meer richting het centrum waren gevallen; nu lagen ze grotendeels in open veld en op de kerkhoven. Een van de bommen sloeg de grootste krater die ik ooit gezien heb, zo'n 25 meter diameter en een 7 meter diep.” Hij slaat daarmee de spijker op zijn kop. Enschede is deze dag aan een veel grotere ramp ontkomen. De bommen die op de kerkhoven vallen maken op degenen die dit zien een grote indruk. Iemand herinnert zich dat de stukken van de lijken in de bomen hingen. In een officieuze samenvatting van de missie van de 44ste Bomb Group staat dat door persoonlijke fouten en verkeerde interpretaties niet Rheine maar Enschede gebombardeerd werd door 8 van de 11 bommenwerpers. Er wordt beschreven dat de spoorbaan twee kilometer ten zuiden van de stad werd gebombardeerd. Dat het wolkendek boven de stad erg dicht was en de resultaten mager. Het verslag vermeldt verder dat een van de bommenwerpers op zicht een fabriek (Ramie Union) bombardeerde ten noordwesten van de spoorbaan. De bommenwerpers hadden geen last van luchtafweer of vijandige jagers en keerden zonder verliezen terug op hun basis in Engeland. Navigator luitenant Carl Appelin concludeert: "De missie was een mislukking. We hebben enkel wat velden met spruiten omgeploegd".

Ramie Union

W. Wolters die in Hengelo werkt, maar bij zijn ouders in Enschede woont noteert een dag later: " Wanneer ik 's avonds thuis kom in Enschede, hoor ik, dat er de vorige dag bommen zijn gevallen op- en bij de fabriek Ramie-Union. Ook op het kerkhof zijn bommen gevallen en verschillende huizen in de buurt zijn verwoest. Ook enkele graven op het kerkhof zijn verwoest. Het is jammer, maar de Amerikanen gooien schijnbaar hun bommen maar lukraak weg, wanneer ze maar in de buurt van de doelen zijn." De Ramie Union fabriek, bij de Gronausestraat, kreeg een voltreffer in de afdeling porselein. De fabriek stond op de plek van het huidige Miro terrein en was eigendom van de joodse broers, Lo(dewijk), Max, Frits en Karel van Gelderen. Lo zat ondergedoken in Glanerbrug bij werknemers van de fabriek. Max was in Amsterdam in het ziekenhuis overleden. Frits en Karel waren via Frankrijk richting Engeland gevlucht. Frits werd bij de grens met Vichy-Frankrijk opgepakt. Karel wist Engeland wel te bereiken. In de fabriek werd onder andere aardewerk en kunstleer gemaakt, maar ook linnen bedrukt en beschilderd. De fabriek had een Nederlandse directie, maar daar was in 1942 een Duitse'Verwalter' boven geplaatst. Tijdens het bombardement werden drie medewerkers van de fabriek dodelijk getroffen. Aan de Noord Esmarkerrondweg bevindt zich een plaquette met daarop de namen van de medewerkers van de Ramie Union fabriek en de leden van de familie van Gelderen die in de oorlog het leven lieten.

Flinke schade

Van de vijf zwaargewonden zal er niet veel later nog een overlijden. Er vallen die dag in totaal 11 doden. Het proces verbaal van die dag maakt melding van 59 bominslagen en twee onontplofte bommen die later zonder problemen onschadelijk worden gemaakt. Vier woningen worden geheel verwoest en tien hebben grote schade. Niet minder dan 277 huizen, voornamelijk aan de Lipperkerkstraat, de Gronauschestraat en de Noord Esmarkerrondweg hadden lichte schade aan ramen of dakpannen. In het Twentsch Nieuwsblad wordt een dag later geen melding gemaakt van het bombardement. Het enige wat er in de krant staat, is dat tijdens het luchtalarm van de vorige dag enkele mensen ondanks het verbod toch op straat waren en dat deze hiervoor een boete hebben gekregen. 

Dodelijke slachtoffers

Boksem Jantje (Jentje), 15 jaar (medewerker Ramie Union)
Boswinkel Jantje 35 jaar
Buiten, van Maria 14 jaar (medewerker Ramie Union)
Buiten, van Elisabeth, 18 jaar (medewerker Ramie Union)
Echtermeijer Maria Jacoba, 64 jaar
Grooters Albert, 66 jaar
Heide, ter Aaltje, 54 jaar
Klijnstra Arjen, 59 jaar
Luisman Grietje, 19 jaar
Misana Marinus, 2 jaar
Misana Gerritdina, 9 jaar

*Dit artikel is eerder verschenen in 'n Sliepsteen. Een uitgave van de Stichting Historische Sociëteit Enschede-Lonneker.

Bronnen

Dhr. B.J. Zwolle
Dhr. H. van Gelderen
Boek: Bommen op Enschede, 1946
Boek: Enschede 1940-1945, T. Wiegman, 1985
Website: 44th Bomb Group, http://www.8thairforce.com/44thbg/
Website: Enschede in Ansichten, http://www.enschedeinansichten.nl/
Website: Enschede in de oorlog, http://www.secondworldwar.nl/enschede/
Krant: Twentsch Nieuwsblad, 9 november 1944
Gemeentearchief Enschede: Dagboeken
Gemeentearchief Enschede: Proces verbaal 8 november 1944, Politie Enschede

Auteur:Eric Heijink​​​​​​​
0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.