image/svg+xml

01. Boris van Borne-----Vondst van een wolharige mammoet (ca. 34.000 jaar geleden)

Verhaal

01. Boris van Borne-----Vondst van een wolharige mammoet (ca. 34.000 jaar geleden)

Plaatje bij verhaal: 1-1.png

01. Boris van Borne-----Vondst van een wolharige mammoet (ca. 34.000 jaar geleden)

Op bovenstaande afbeelding het Skelet van een mammoet in museum Naturalis in Leiden. Op 2 mei 1996 deed een kraanmachinist van het Waterschap Dinkel en Regge een bijzondere vondst. Bij het graven van een bergingsvijver in verband met de aanleg van een stuw in de Bornse Beek stuitte hij op enkele grote botten. De kraanmachinist zag dat de botten ongebruikelijk groot waren, stopte zijn werkzaamheden en waarschuwde het Waterschap.

Wolharige mammoet
De gevonden botten werden meegenomen naar het kantoor van het Waterschap te Almelo en daar werden de deskundigen van het Natuurmuseum in Enschede te hulp geroepen. Het bleek te gaan om een scheenbeen, een opperarmbeen en enkele wervels van een wolharige mammoet van circa 34.000 jaar oud. Koolstofdatering C 14 wees dit uit. De mammoet bleek een jonge mammoet, 10 tot 20 jaar oud met een schofthoogte van 250 tot 275 cm. Een nadere inspectie van de vind-plaats leverde nog eens zeven halswervels, een borstwervel en een voetwortelbeen op. De wervels bleken nauwkeurig op elkaar aan te sluiten.

1-2.png
Tekening
van skelet van een
wolharige mammoet.
De in Borne
gevonden botten zijn
gearceerd.

 

Opgraving

De geraadpleegde deskundigen stelden voor om de vindplaats op een officiële manier te onderzoeken. Dat onderzoeken kostte nog enige moeite, want de vindplaats werd door een stalen dam doormidden gesneden. Er werd een zogenaamde grid uitgezet: een stuk grond van 100 m2 werd om de meter afgezet met piketpaaltjes. Binnen het ontstane vierkantjespatroon werd om de 5 cm voorzichtig een ijzeren pin in de grond gestoken. Het wordt de ‘Ierse methode’ genoemd. Zo ontdekte men nog veel méér botten. De medewerkers moesten dus op een vierkante meter 400 keer in de grond steken. Ondertussen kwamen veel belangstellenden naar de opgraving van de mammoet kijken. In totaal werden 63 botten opgegraven waaronder ribben, het uit vier wervels bestaande heiligbeen, de scheenbeenderen en beentjes van beide voorvoeten. Een bijzondere vondst waren de zoge-heten sesambeentjes (5 stuks). Sesambeentjes zijn verbeningen van spier/peesuiteinden op het gewrichtskapsel aan de achterzijden van midden-hands- en middenvoetsbeenderen. Het was de grootste vondst van een mammoet in Nederland. De botten lagen waarschijnlijk in een holte in de bodem van een beek. Helaas kwamen de grootste beenderen van de kop en het bekken niet tevoorschijn; die zullen weggespoeld zijn. De mammoet kreeg de naam Boris van Borne. De botten vertoonden vraatresten van vermoedelijk hyena’s.

 

 

1-3.png
Bodemvondsten en grid op de vindplaats van Boris.
1-4.png
Schets van de plaats waar de 63 botten van de Bornse mammoet zijn
gevonden. De vierkanten zijn 1 bij 1 meter. De botten lagen twee meter diep

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tentoonstelling
Het Waterschap en de gemeente Borne zijn de gezamenlijke eigenaren van de mammoetresten. Zij besloten dat het Natuurmuseum de botten expositie-klaar zou maken. Het museum liet de botten drogen en impregneren en maakte er drie replica’s van. De eerste tentoonstelling van het materiaal vond plaats in Borne. Ook was er een tijdelijke expositie bij de vindplaats, maar die kon maar kort duren, omdat de werkzaamheden moesten doorgaan. Tegenwoordig heeft de Twentse Welle in Enschede de mammoetbotten in bruikleen. Het Waterschap Dinkel en Regge heeft op de vind-plaats een mammoetboom (een sequoiadendron) geplant. De boomsoort kwam ook in de tijd van Boris van Borne al voor. Helaas stierf de boom een half jaar na het planten.

 

Jagers en verzamelaars

In deze periode van de steentijd was Twente een toendralandschap aan de rand van een groot gletsjergebied. Naast mammoeten leefden er onder meer elanden en rendieren. Bij graafwerkzaamheden bij het Dijkhuis zijn in de bodem van de Bornse beek botten van een eland en ook van een pony gevonden. In de steentijd verschenen ook de eerste mensen in de omgeving van Borne. Het waren jagers/verzamelaars die in familieverband leefden. Ze gingen op jacht, vingen vis en verzamelden eetbare gewassen. Ze vestigden zich hier niet permanent, omdat het land daarvoor te drassig was. Ze trokken met de rendieren en elanden mee en leefden in tenten, gemaakt van dierenhuiden. Uit deze periode zijn onder meer een vuurstenen dolk gevonden op de plek waar de Azeler beek in de Bornse Beek stroomt, een vuurstenen bijl tussen de Burenweg en de spoorlijn, en vuursteenafslagen en een dolkkling in de Stroom Esch.

Auteur:Annemie Mulders-Gordijn
Trefwoorden:Prehistorie, Vondst van een wolharige mammoet (ca. 34.000 jaar geleden), Canon van Borne
Thema's:Canon van Borne

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit item

Plaats een reactie

Velden met een zijn verplichte velden.