MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Uitspanning De Krieger in zijn omgeving

Verhaal

Uitspanning De Krieger in zijn omgeving

Wie in het begin van twintigste eeuw over land naar de keileemhoogte van Ambt Vollenhove trok, kon dit via drie wegen doen. Kwam je uit het noorden vanaf Blokzijl over de zeedijk, dan passeerde je de tol bij de Moespot, waar ook het gelijknamige café staat. De volgende toegangsweg lag in het oosten, die door het veengebied vanaf Wanneperveen liep. Ook hier was een tol: de Ronduite met een herberg met dezelfde naam. Kwam je uit het zuiden vanaf Zwartsluis dan passeerde je op de dijk ook hier een tol. Een eindje verderop lag de herberg De Krieger of zoals men eertijds schreef: De Krijger.

 

 

Bij De Krieger rechtdoor richting Vollenhove, rij je over het hoge land tot de afslag Dennebos. Het hoge stuk land bij de Dennebos noemt men de Galgenkamp. Het verhaal wil dat hier in een ver verleden een galg heeft gestaan. Mensen die zich hadden misdragen en in die tijd ter dood werden veroordeeld, werden op die plaats, waar ook de rechtszitting plaats vond, terechtgesteld. Het lichaam bleef aan de galg hangen. Deze plek moest goed zichtbaar zijn in de wijde omtrek en diende als afschrikwekkend voorbeeld.

 

 

Op de kadastrale kaart van 1832 zie je dat er bij De Krieger een boomgaard is, omgeven door een houtwal. Toen de dijk tussen De Krieger en het tolhuis bezweken was, moet het beangstigend zijn geweest voor de toenmalige bewoners, te weten Hendrik Klaasen Boes en zijn gezin. Die zullen hun voorzorgsmaatregelen getroffen hebben en hun koeien in de beschuttende boomgaard hebben gejaagd, vanwaar ze niet zomaar overal heen hebben kunnen lopen.

Hendrik Klaasen Boes was niet de enige bewoners van De Krieger. In het stamboomboek van Van Der Linde werd opgemerkt dat het Krijgerhuis al genoemd werd in een akte van voor 20 december 1612. In de doopboeken van de hervormde Kerk te Vollenhove kwam ik De Krieger voor het eerst tegen, als Harman zoon van Pieter Wichers uit de Krijger, werd gedoopt op 25 december 1636. Zo komt de Krijger (Krieger) door de eeuwen heen voor in de genoemde boeken.

Dat het huis de Krieger niet altijd van vader op zoon vererfd is, blijkt uit de diverse bewoners. Zo is het omstreeks 1758 bewoond door Henderik Goossen de Graaf en Martha Roelofs Brouwer; in 1772 hertrouwt Martha R Brouwer met Hendrik Klaasen Boes. Deze hertrouwt in 1804 met Marrigje Worst en deze hertrouwt op haar beurt in 1812 met Jochem Rook.

De oudste zoon van Jochem Rook en Marrigje Worst is Klaas Rook, geboren op 5 juli 1813. Deze is in 1841 boer en herbergier op de Krieger.

In 1841 heerste er in Sint Jansklooster de gevreesde longziekte, als gevolg waarvan de Gouverneur van Overijssel het verbood om de jaarlijkse veemarkt eind april te houden. Dit kwam zeer ongelegen, want de veehouders hadden na de winter zoveel vee dat ze kwijt moesten, en aangezien hun aanbod op andere markten geweerd zou worden, konden ze niet buiten de veemarkt in Sint Jansklooster. De burgemeester vroeg dan ook met klem of de markt dan niet bij de herberg De Krieger gehouden kon worden. Dit werd door de Gouverneur toegestaan, onder voorwaarde dat er alleen vee op de markt kwam, voorzien van een verklaring, hetzij van de Burgemeester of van een erkende veearts, dat er geen longziekte op de stal vanwaar het vee kwam, aanwezig was.

In 1930 komt De Krieger in handen van de familie Weijs door aankoop van de familie Van der Linde.

Albert Weijs is dan 23 jaar oud en zijn zusje Klaasje is 20 jaar, beide zijn ongehuwd. Samen zullen ze dan de boerderij, café en winkel runnen. Als Ap overdag druk bezig is op de boerderij, kan Klaasje het café en het grutterswinkeltje besturen. In die tijd rijdt de tram er nog, die bij De Krieger een vaste stopplaats had. De Krieger was in de jaren dertig een vrij drukke halte, met zo’n zeventig reizigers per dag. Ter plaatse lag een wisselspoor, zodat de trams elkaar konden passeren en er was een veelading. Door het grote aantal boerderijen in de omgeving was het hier altijd een drukke bedoening met het veevervoer naar de markt in Zwolle. Zo druk, dat in 1915 het goederenspoor verlengd moest worden. Er werd toen ook een verhoogde veelading gebouwd. 

 

 

Natuurlijk was de halte bij het café een mooie bijkomstigheid voor de eigenaar. Men moest de kaartjes voor de tram in het café kopen. Het kleinste loket zit nog in de gelagkamer, 23 X 23 cm groot.

Je kon het café De Krieger de stationsrestauratie noemen. Maar de economische crisis die in 1929 in ons land begon, bracht een grote terugval in het vervoer teweeg. In die tijd kwam juist ook het vrachtvervoer op gang, dat al gauw het veetransport in zijn geheel overnam van de tram. Al met al was de tram niet meer rendabel, zodat hij op 31 augustus 1934 voor het laatst reed, vier jaar nadat Ap en Klaasje zich op De Krieger vestigden.

 

 

Het was daarna een café waar de buurtbewoners een biertje kwamen drinken om even bij te praten. Dat bier kostte overigens in de jaren dertig 12 cent per glas. Het was een typisch gezelligheidscafé, zoals er vroeger zoveel waren, die een positieve maatschappelijke functie vervulden.

Toen de nieuwe drank-en horecawet in 1967 in werking trad, waarin verschillende eisen zijn opgenomen waaraan een café moet voldoen, kwamen deze cafés in de problemen. Want als je zulke instellingen naar de eisen van de tijd ging inrichten, bleef er bijna niets over van het oude en verloor het zijn aantrekkingskracht. Voor dit soort cafés is er dan ook een wijzigingswet gemaakt (bruine cafewet), die in 1978 in werking trad en aan bepaalde eisen tegemoet kwam. Maar er moest toch het een en ander verbouwd worden in café De Krieger. Als je het café binnenging, kwam je eerst in een portaaltje met rechts een deur naar de winkel waar Klaasje de baas was.

De winkel was maar 2.40 bij 2.60 m. groot. Hier gingen nog de legplanken en kasten af waar Klaasje de trommels met de winkelwaren had staan. De stopflessen, die vol lekkere snoepjes zaten, stonden op de vitrinekast, zodat je die ook van buitenaf kon zien. Er konden twee klanten tegelijk in en dan was de winkel vol. De toonbank met weegschaal stond in het midden en Klaasje troonde hier achter. Kocht je er snoep dan werden de snoepjes zorgvuldig uitgeteld, of als het per ons ging door Klaasje even zorgvuldig afgewogen. De snoep werd vervolgens keurig in een papieren zakje gedaan. Denk niet dat hier alleen kruidenierswaren te koop waren, want wat je ook vroeg het was er. Het assortiment omvatte koetouwen, uiernetten, nylonkousen, zakmessen, bukskogeltjes en nog veel meer.

Nam je de linkerdeur in het portaal waarop je kon lezen “klompen en laarzen uittrekken”, dan kwam je in het café. Binnen leek het dan een kale bedoening. Ruwe kokosmatten op de vloer en een grote ronde tafel in het midden. De stoelen langs de kant, want dat vonden Ap en Klaasje netter. De gelagkamer had een oppervlakte van ongeveer 20 m2, eigenlijk een ruime woonkamer.

 

 

Die ronde tafel was er één met en verhaal. Bij één van de poten ontbrak er een stuk. Als je Ap er naar vroeg dan wees hij routineus naar die plek en vertelde dan dat het in het laatst van de oorlog was gebeurd, toen er een opstootje had plaats gevonden tussen Duitse militairen en onderduikers, waarbij door een verdwaalde kogel een stuk van de tafel was weggeschoten.

Als je voor 1978 moest wateren, dan ging je naar buiten, waar een urinoir stond. Een wc bezat De Krieger niet. Eén van de eisen van bovengenoemde wet was, dat er een fatsoenlijke dames- en herentoilet aanwezig moest zijn. Een andere eis was, dat het vloeroppervlak van de gelagkamer minimaal 35 m2 moest zijn. Ook aan deze eis voldeed De Krieger niet. Om aan één en ander toch te voldoen moest Ap uitbreiden.

Achter de gelagkamer bevond zich nog een klein zaaltje, dat door de damclub op haar oefenavonden werd gebruikt en dan tot eventuele uitbreiding kon dienen. Ap vond het maar niks, die verbouwing, maar het moest toch maar doorgaan. Sinds die tijd had de Krieger een grotere gelagkamer, een keurige dames-en herenwc, en zelfs een telefooncel. De Krieger bezat overigens voor de verbouwing al een telefoon, waar iedereen uit de omtrek dankbaar gebruik van maakte, toen particuliere telefoonaansluitingen nog schaars waren. De telefoon hing achter het oude loket van de tram. Of dit de privacy ten goede kwam is twijfelachtig.

Een ander gevolg van de nieuwe drankwet was, dat het vroegere onderscheid tussen “volledige vergunning”, verlof A en verlof B weg viel. Ap Weijs had in De Krieger “verlof A, als gevolg waarvan hij alleen zwak alcoholische dranken mocht tappen. Door de nieuwe wet kon hij nu ook sterke drank schenken. Maar Ap zag er niet veel heil in om dit te veranderen en bleef bij de oude regel: alleen bier, likeur etc. zo gebeurde het dat op de receptie ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de ijsclub “Nooitgedacht”er wel een borrel werd geschonken. Maar na afloop van de receptie verdween de borrelfles en moest men terugkeren naar het oude recept.

Ap Weijs ging met de tijd mee wat de snacks betreft. Als je ’s avonds wat dronk, dan kreeg je wel zin in wat hartigs. Ap speelde daarop in. Je kon er een beste gehaktbal krijgen of een paar vette worstjes. En had je zin in kaas, dan sneed Ap een flink stuk voor je af. Later kwam de frituurpan in beeld. Dat moest ook wel, want de frikandellen, die hij aanvankelijk in water kookte waren niet te pruimen. Zo leerde Ap die dingen bakken. Als je in het café was, vroeg je of de pan ook warm was. Ap zei dan gewoonlijk “’k zal eev’n kiek’n “ en ging naar achter om hem aan te zetten.

 

 

Een regel in De Krieger was, dat het om 24.00 uur afgelopen was. Je hield dat als klant in de gaten en keek op de klok wanneer je nog gauw een laatste biertje kon bestellen. Want als Klaasje kwam met het lege bierkrat, dan was het gebeurd. Ze ruimde dan de lege flesjes op, die de hele avond op tafel bleven staan (iets wat Ap nooit deed) en je wist dat het tijd was om te vertrekken. Muziek kende men in De Krieger ook niet of het moest van de transistor komen, die Ap nog wel eens achter de tap zette, om op woensdagavonden naar voetbalwedstrijden te luisteren. De Krieger met zijn bewoners en hun gewoonten waren uniek in een onveranderd interieur en het gaf hen een eigen plaats in het Land van Vollenhove. Als gevolg van het overlijden van Klaasje in het najaar van 1998 (Ap was al in 1994 heengegaan) is De Krieger nu weer in andere handen gekomen. Maar wat er ook met De Krieger gebeurt, dit hoofdstuk is afgesloten.

 

 

Anekdote:

Op een keer kwamen er “vreemde“ gasten in het café om wat te drinken. Ze werden zoals gewoonlijk door alle stamgasten bekeken, zo van “wie bin dat en wat mutt’n ze hier”.Ze trokken zich dan wat onwennig terug in de uitbreiding, waar ook een gaskachel stond. Het was koude en vanuit het andere gedeelte van de gelagkamer zei men: “drei de kachel maar wat op “, waarop de mannelijke helft van de gasten opstond, en de knop van de kachel probeerde te vinden. Dit zag Ap, die net van achter kwam. Ap, zoals gewoonlijk gekleed in zijn blauwe kiel en utgestukte broek die op hoog water was berekend met daaronder zwarte sokken, liep ijlings op de man af en zei: “Ho ho, ai een knal will’n emm muij dat doen”. De gast keek verbouwereerd op en zag Ap staan en dacht wat zal mij nu gebeuren. Ap zei niks en schreed verder op zijn zwarte sokken en draaide de kachel met een kennershand hoger. Hierna grijnsde hij naar de gast toe en zei, dat de kachel met verstand opgedraaid moest worden, want anders kwam er een knal uit.

 

Tekst Arco Lassche, eerder verschenen in Kondschap, september 1999

 

Trefwoorden:Vollenhove, Uitspanning, De Krieger, De Krijger, Krieger, Ambt Vollenhove, Ronduite, Moespot, Herberg, Galgenkamp, Sint Jansklooster
Personen:Albert Weijs, Ap Weijs, Klaasje Weijs, Jochem Rook, Klaas Rook, Marrigje worst, Hendrik Klaasen Boes
Periode:1842-1998
Locatie:Barsbeek, Sint Jansklooster, Vollenhove
1 annotatie

Annotaties

Leuk verhaal; dat van de bukskogeltjes kan ik bevestigen. Ik denk rond 1975, ik was toen elf jaar, ben ik vanaf de Kraggenburgerweg via de Zwartemeerweg waar mijn klasgenootje Bennie Kaak woonde, naar de Krieger gefietst om bukskogeltjes te kopen. Ze zaten in een rond metalen trommeltje. Bennie - of zijn ouders - hadden een luchtbuks waarmee we op mussen en merels schoten.
Algemeen door John van Diepen op 05 mrt 2017 om 09:45:58

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand