MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de Provincie Overijssel.

Bewoners huisperceel tegenover de Doopsgezinde kerk in Giethoorn Zuid

Verhaal

Op dit huisperceel staan op dit moment twee woningen. Bij de foto’s staan gegevens over de bewoners. Deze gegevens zijn (nog) niet compleet. Toch zullen we in het navolgende stuk aantonen dat de genoemde families Jager, Steenbeek en Mulder in de vrouwelijke lijn afstammelingen zijn van Koop Hendriks Drost, de eigenaar van dit huisperceel in het jaar 1832. Koop Hendriks Drost was “Leeraar (= predikant) der Doopsgezinden”.

Vorig voorjaar is de Cd-rom met de Kadastrale Atlas Giethoorn 1832 uitgebracht. Op deze Cd-rom staan uiteraard oude kaarten en gegevens over de opgenomen percelen, maar ook is een link gelegd naar de genealogie (stambomen).

Huidige Huizen

Bewoners: vroeger voor kruidenierswinkeltje en achter scheepstimmerwerf en boerderij van Klaas Jager en later van Egbert Steenbeek.

Van 1930 tot 1940 Klaas Steenbeek

Van 1940 tot 1970 diverse huurders.

Van 1970 tot 1992 Jan Mulder

Bewoners: omstreeks 1922 gebouwd door Klaas Jager t.b.v. Bouke Pier Hazenberg burgemeester van Giethoorn van 1922 tot 1929.

Van 30juni 1934 tot 1965 Willem E. Mulder

Van 1965 tot 1985 weduwe Trijntje Mulder-Steenbeek

Situatie en gegevens volgens Kadastrale Atlas 1832 in sectie C

1832 waren de percelen 657, 658 en 660 (drie huizen met erf) en 659 (tuin) in het bezit van Koop Hendriks Drost 'leeraar' uit de Kniepe in Friesland.

In de Lijst Kruithof staat onder andere dat Koop Hendriks Drost ca. 1768 is geboren en op 4 oktober 1842 overleden. Hij bezat in Giethoorn in totaal 6 percelen met een oppervlakte van bijna 20 ha.

Wie was Koop Hendriks Drost?

Volgens genealogisch onderzoek is Koop Hendriks Drost, geboren in november 1767 in Giethoorn, doopsgezind gedoopt op zondag 6 februari 1791 aldaar, overleden op dinsdag 4 oktober 1842 in een huis aan de Cornelisgracht, was bakker, leeraar der Doopsgezinden. Koop werd 74 jaar en 11 maanden.

Koop gaat in ondertrouw (kerk) op vrijdag 12 februari 1790 te Giethoorn, trouwt (kerk) op zondag 28 februari 1790 aldaar op 22-jarige leeftijd met de 20-jarige Trijntje Roelofs Wuite. Trijntje is geboren in 1770 te Giethoorn, doopsgezind gedoopt op zondag 6 februari 1791 en overleden op zondag 3 augustus 1856 in een huis op Voetpad nr. 166. Trijntje werd 86 jaar. Waarschijnlijk waren Hendrik Jacobs Drost en Geesjen Wolters Bijl de ouders van Koop.

Koop en Trijntje waren bij hun huwelijk respectievelijk jonge man en jonge dochter. Dat wil zeggen dat ze niet eerder waren getrouwd. Hun ouders worden in de toen nog eenvoudige trouwakte niet genoemd. Koop staat in de volkstelling 1795 van Giethoorn vermeld als bakker. Zijn gezin bestond toen uit 6 personen en zij woonden in de Zuyder kluft. Uit de overlijdensakte van Koop blijkt, dat hij ook "Leeraar (= predikant) der Doopsgezinden" was. In de huwelijksregisters van de doopsgezinde gemeente Giethoorn-Zuidzijde komt zijn naam van 1801 tot en met 1810 herhaaldelijk voor in verband met de inzegening van huwelijken. In de jaarboekjes van doopsgezinde leraren staat hij vermeld.

Of Koop een opleiding tot "Leeraar" heeft gehad lijkt niet waarschijnlijk, hoewel er toen in Amsterdam al een theologieopleiding en een doopsgezinde sociëteit bestonden. Koop komt echter niet voor in een aantal lijsten van leerlingen aldaar. Vermoedelijk heeft Koop onder meer een aantal goede preken gemaakt, waardoor hij door de kerkenraad in Giethoorn bevoegd werd verklaard. Doopsgezinden konden (en kunnen) zich pas laten dopen als ze volwassen waren (zijn).

In het gezin van Koop en Trijntje kwamen twee kinderen met de naam Hendrik voor, terwijl de oudste niet was overleden. Dat kwam in Giethoorn meer voor en had ongetwijfeld te maken met vernoeming. 

Uit documenten blijkt, dat: Koop vanaf 1801 één van de "leeraren" van de doopsgezinden in Giethoorn-Zuid werd. "Tot de dienst bevoegd verklaard in 1801."

In oktober 1804 werd vanuit de doopsgezinde gemeente Bovenknijpe (in Schoterland bij Heerenveen) op hem een beroeping gedaan, maar hij heeft die door omstandigheden niet kunnen aannemen.

In 1809 deed Bovenknijpe opnieuw een beroeping op Koop en nu met succes. Hij verbond zich op 8 januari 1810 aan Bovenknijpe als leraar der doopsgezinden en verliet Giethoorn met zijn gezin. In Giethoorn-Zuid waren de leraren onbezoldigd, in Bovenknijpe kreeg hij een traktement van achtereenvolgens ƒ 320, ƒ 400 en ƒ 500 jaarlijks.

Het kerkgebouw aldaar was in 1751 gesticht en had het aanzien van een huisgevel met twee zijingangen (In 1856 werd het ingrijpend verbouwd en kreeg onder meer een andere voorgevel). Koop woonde gratis met zijn gezin in de pastorie in Bovenknijpe, dat tegenover het kerkhof gelegen was (In 1838 is de pastorie geheel verbouwd). In 1811 werd nog hun jongste kind Thijmen in Bovenknijpe geboren. In 1824 respectievelijk 1830 doopte hij zijn kinderen Wolter en Geesje. Wolter was lid van de kerkenraad (in elk geval in 1830 en 1831) en was ook diaken. Het is uit de archiefstukken niet duidelijk geworden, waarom Koop in maart 1832 uit het ambt is gestapt. Zouden bovengenoemde meningsverschillen van doopsgezinden uit het vrijer denkende Giethoorn-Zuid en het conservatievere Giethoorn-Noord hier een rol hebben gespeeld ? In één der stukken, staat: "Het schijnt, dat ds. Drost zijn ambt niet naar behoren heeft waargenomen, óf dat er anders iets is voorgevallen, wat hem noopte op 18 maart 1832 een afstandsverklaring te teekenen." Hierin werd overeengekomen, dat hij vrijwillig afstand deed van het ambt op voorwaarde dat hij ƒ 800 kreeg en wel te betalen in 8 jaarlijkse termijnen van ƒ 100 steeds per 1 november te beginnen op 1 januari 1832. Waarom 1 januari 1832 werd gekozen is niet vermeld. Echter, daar hij bij overlijden op 4 oktober 1842 de leeftijd van 74 jaar  had, zou hij op 1 november 1832 65 jaar kunnen zijn geworden. Dan zou hij op 1november 1767 zijn geboren. Normalerwijze ging een “leeraar" met 65 jaar met emeritaat. Overeengekomen werd verder, dat hij in de pastorie met tuin kon blijven wonen tot er een nieuwe "leeraar" was aangesteld. Dat werd in november 1832 P. Veen. Koop heeft hierna met zijn gezin tot 15 april 1836 elders in Bovenknijpe gewoond. Toen ging hij met zijn vrouw en de nog bij hen wonende kinderen terug naar Giethoorn, waar Koop en Trijntje op 20 november 1836 in Giethoorn-Zuid opnieuw als lidmaten van de doopsgezinde kerk werden voorgedragen en aangenomen. Hun kinderen Wolter en Geesje waren met attestatie vanuit Bovenknijpe naar de kerk in Giethoorn-Zuid overgekomen, omdat zij in Bovenknijpe waren gedoopt. Koop en Trijntje hadden ruim 26 jaar in Bovenknijpe gewoond en hadden inmiddels in Giethoorn kleinkinderen. Hun oudere kinderen zijn misschien steeds in Giethoorn gebleven of eerder vanuit Bovenknijpe teruggegaan.

Nageslacht van Koop Hendriks Drost

Van Koop Hendriks Drost en Trijntje Roelofs Wuite zijn acht kinderen bekend. Hun oudste zoon Hendrik Koops Drost is geboren op zondag 5 december 1790 te Giethoorn, doopsgezind gedoopt op zondag 4 februari 1816 te Giethoorn-Zuidzijde, en overleden op zaterdag 4 juni 1864 te Giethoorn in een huis aan Voetpad Wijk 2 nr. 1 (waarschijnlijk Binnenpad 69). Hij was broodbakker en in 1825 wethouder van de raad der gemeente. Hendrik werd 73 jaar en 5 maanden. Hendrik trouwt op donderdag 11 mei 1826 te Giethoorn op 35-jarige leeftijd met zijn verre nicht (6e graad) de 28-jarige Niesje Gerrits Meester. Niesje is geboren op zondag 26 november 1797 te Giethoorn, doopsgezind gedoopt en overleden op vrijdag 20 november 1868 aldaar. Niesje werd 70 jaar en 11 maanden.  Van Hendrik Koops Drost en Niesje Gerrits Meester zijn drie kinderen bekend.

Hun dochter Trijntje Hendriks Drost is geboren op vrijdag 23 november 1838 te Giethoorn, doopsgezind gedoopt en overleden op zaterdag 29 juli 1911 aldaar. Trijntje werd 72 jaar en 8 maanden. Trijntje trouwt op zaterdag 13 juli 1867 te Giethoorn op 28-jarige leeftijd met de 29-jarige Klaas Jager zoon van Thomas Klazen Jager en Sietske Gerrits Otter. Klaas Jager is geboren op zondag 24 december 1837 te Giethoorn, doopsgezind gedoopt, en is scheepstimmerman, boer, hooi-en riethandelaar en heeft een kruidenierswinkel. Hij overleed op 21 mei 1929. Van Trijntje Hendriks Drost en Klaas Jager zijn vier kinderen bekend. Hun dochter Sietske Jager is geboren op 8 mei 1868 en overleden op 1 augustus 1962.

Sietske trouwt op 4 juni 1897 met Egbert Steenbeek, oud 26 jaar, veehouder, scheepstimmerman, hooi- en riethandelaar en geboren op1 december 1870 te Blankenham. Hij overleed op 4 februari 1963 op 92-jarige leeftijd. Van Sietske Jager en Egbert Steenbeek zijn drie kinderen bekend. Hun dochter Trijntje Steenbeek is geboren op 8 augustus 1898 en overleden in maart 1985. Trijntje trouwt op 15 juni 1934, oud 35 jaar, met Willem E. Mulder, oud 30 jaar, veehouder, geboren 30 maart 1904 te Diever, overleden 30 december 1965 op 61-jarige leeftijd. Trijntje en Willem Mulder hebben één zoon Jan, geboren op 16 juni 1942 te Giethoorn. Hun zoon Klaas Steenbeek is geboren op 2 augustus 1901 en trouwt met Femmigje Wuite, geboren 17 oktober 1901.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in tijdschrift Kondschap 2006, nr. 66. Kondschap is het huisorgaan van de Cultuurhistorisch Centrum Land van Vollenhove.

Auteur:Roel Maat
Trefwoorden:Bewoningsgeschiedenissen, Doopsgezinde kerk, Binnenpad, Blankenham
Personen:Koop Hendriks Drost, Trijntje Roelofs Wuite, Jager, Steenbeek, Mulder, Drost
Periode:1767
Locatie:Giethoorn
Digitaliseren Embed
Digitaliseren
Embed