MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel
Zoeken
Uitgebreid zoeken

Kleine kinderen hebben geen weet van oorlog

Verhaal

Het verhaal van Dina Poortier (1939) over de oorlog in Ommen

Onbezorgde jeugd 

“Met nog twee broertjes, één ouder en één jonger dan ik, ben ik opgegroeid op de Hoge Rot. Mijn ouders hadden dus jonge kinderen in de oorlog. Als ik de tijd vergelijk met nu, dan hadden we vroeger bijna geen speelgoed. We vermaakten ons prima rondom de boerderij en mijn vader maakte zelf speelgoed. Zo hadden we bijvoorbeeld eigengemaakte houten tollen en een van stro gemaakt wiegje. Ook wist vader een autoped voor ons te maken. We liepen op klompen die vader liet maken bij een klompenmaker in Heino. Hij bracht met paard en wagen er een boom naar toe en kon later er klompen voor ophalen. Voor de hele buurt werden er dan klompen gemaakt. Zelf schilderde hij er dan bloemetjes op. Daar was hij heel creatief in.

Bevrijding

De laatste dagen van de oorlog - ik was toen 6 jaar - herinner ik me nog goed. We waren bij familie in Varsen omdat aangeraden werd de directe omgeving van de kom van Ommen te mijden in verband met beschietingen en bombardementen van de Vechtbrug. Mijn vader en moeder waren weer op een ander adres in Varsen. Er waren in april 1945 enorme beschietingen op de brug. Direct na de bevrijding gingen we lopend naar huis. Mijn vader was er al eerder vertrokken. Op de Balkerweg kwam hij ons al tegemoet en riep mijn moeder toe: “Anne doe dat kind die oranjestrik uit haar haar”. Mijn moeder had me een grote strik in het haar geknoopt. Dat mocht eerder niet van de Duitsers. Mijn vader waarschuwde dat er misschien nog wel zo’n gekke mof kon rondlopen.

Duitse overheersing

Boeren moesten in de oorlog hun paard bij de Duitsers inleveren. Bij een razzia van paarden en wagens stond mijn moeder met de rug tegen de achterdeur en zei op driftige toon: “We hebben geen paard”. De Duitse soldaten begrepen dit alsof we geen koeien hadden en gingen verder, maar namen wel de wagen mee. We hadden een keer Duitse soldaten aan de deur die bij ons wilden overnachten, maar mijn moeder stopte in ieder bed een kind, zodat de moffen wel een deur verder moesten. Als mijn moeder aan het boterkarnen was en er kwam controle, want dat mocht natuurlijk niet, liet mijn moeder de melkbus een klein stukje in de gierkelder zakken en was daarom niet te vinden. Bij een luchtaanval kwam een keer een Duitse soldaat ons erf oplopen met op zijn arm mijn kleine broertje om hem thuis af te leveren. Het geschiet beviel hem weinig want in de richting van mijn moeder zei de soldaat telkens: “Kleine kinderen kunnen er helemaal niks aan doen”. 

Hongertochten

Wij hadden tijdens de oorlog genoeg te eten. Dat was heel anders in het westen van  het land. Ik herinner me dan ook heel goed de hongerwinter, najaar 1944 en voorjaar 1945. Vanuit Den Haag en overal vandaan kwamen mensen deze kant op voor eten. Mijn moeder had altijd een fornuispot vol met gekookte aardappelen voor de zogeheten trekkers uit het westen. Ze mochten slapen op de hooizolder. Mijn vader had er een soort van bedstee gemaakt. Ook hadden we een groot vat met petroleum in de grond gemaakt. Dat was natuurlijk ook wel makkelijk.

Inlevering metalen

Nog een mooi voorval dat ik me herinner is dat de dames van café Weertman aan de Markt alle koperwerk bij ons brachten. Dat moest eigenlijk ingeleverd worden bij de Duitsers. Mijn vader stopte het koper in een grote kist om het vervolgens in de grond te begraven om het niet in Duitse handen te laten vallen. Maar wij als kinderen waren op een gegeven moment spelenderwijs aan het spitten in de buurt van de boerderij. We dachten een schat gevonden te hebben. De uitgegraven kist met koper stalden we toen uit op het hoge rot. Wat waren we trots dit gevonden te hebben. Tot dat mijn vader uit Ommen kwam aanfietsen en op hoge toon tegen mijn moeder foeterde: “Anne moet je nog eens zien wat de kinderen aan het doen zijn!”

Canadese bevrijders

Kort na de bevrijding van Ommen waren er allemaal Canadezen in Ommen. Ze kwamen bij ons twee of drie keer per week het erf oprijden om chocola en biscuit te ruilen voor eieren. De hele buurt liep dan uit. Ook hebben Canadese soldaten bij ons overnacht op de boerderij. Mijn vader legde dan stro op de vloer om het voor de soldaten aangenamer te maken.Ons huis was tijdens de oorlog helemaal ingesloten met loopgraven. Boeren moesten deze voor de Duitsers graven. De loopgraven liepen richting pannenfabriekje aan het Ommerkanaal. Op een verhoging in het land stond dan een afweergeschut.  In de loopgraven stonden houten munitiekisten. Na de oorlog werden daar konijnenhokken van gemaakt.

 

Auteur:De Darde Klokke
Trefwoorden:Familieleven
Periode:1940-1945
Locatie:Ommen gemeente, NL, Boerderij, Ommen, Chevallereaustraat 2

Locatie op kaart

0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand