MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel
Zoeken
Uitgebreid zoeken

Een Amerikaanse vlieger op kasteel Eerde bij Ommen

Verhaal

Barones Erin Oudshoorn-van Pallandt (1935) vertelt over een Amerikaanse vlieger op kasteel Eerde bij Ommen.

“Voor de oorlog waren op kasteel Eerde Joodse kinderen uit Duitsland ondergebracht wegens het opkomend nazisme aldaar. In november 1943 hebben de Duitsers het kasteel bezet. Ook de Quakerschool die er inmiddels was gevestigd werd door de Duitsers gevorderd. De leerlingen werden toen ondergebracht op “De Eerder Esch” en op de rondom liggende boerderijen. Langs de Meertjesweg waren zogenaamde mansgaten gegraven waarin men kon wegkruipen als het gevaarlijk werd. Er was daar ook een wapendepot van de Duitsers. Echter door hoog water was alles ondergelopen. De Duitse soldaten moesten toen de natte wapens vervoeren. Dat ging gewoon met paard en wagen. De Duitse commandant vroeg aan mijn vader Philip Dirk van Pallandt of het daar altijd zo nat was want de wapens waren door de natheid deels onbruikbaar. Het was volgens mij eigenlijk een onbewuste sabotagedaad.

KZ Buchenwald

In oktober 1940 werd mijn vader opgepakt door de Duitsers en afgevoerd naar concentratiekamp Buchenwald. Uiteraard zorgde dat voor grote consternatie bij onze familie. Mijn vader had feitelijk niets gedaan tegen de zin in van de bezetter. Maar het was een soort represaille van de Duitsers. Mijn moeder schreef daarop een brief aan de Duitse commandant om vader vrij te krijgen. Ze gaf in de brief duidelijk aan dat haar man niets had gedaan tegen de wil van de Duitsers. Ook vermelde ze er bewust bij dat ze van adel waren, wetende dat de Duitsers daar in het algemeen gevoelig voor waren. Of het ook geholpen heeft weet niemand maar vader kwam in juni 1941 gelukkig weer vrij. Het kampnummer die iedere gevangene kreeg in de Duitse concentratiekampen, wordt van vader bewaard in het Ommer Streekmuseum.

Amerikaanse vlieger

In de oorlog was een broer van mijn moeder, dr. G.H. Voorwijk, bij ons ondergedoken. Hij zat in een hol onder de schuur op “De Eerder Esch” van landgoed Eerde. Niemand op het landgoed had hier weet van. Dat gold ook voor een Amerikaanse piloot die bij ons zat ondergedoken. Hoe minder mensen iets wisten van wat er zich in het verzet afspeelde, hoe groter de kans op succes. Het was midden september 1944 toen mijn vader door H.J. Bolmer, één van de pachters op het landgoed, benaderd werd. Bolmer was in het Staatsbos aangeklampt door een Amerikaanse militair met het verzoek om hulp. De Amerikaan was met een vliegtuig neergestort en in de bossen terecht gekomen. Bolmer, die de Amerikaan onder wat struiken verstopt had, vroeg mijn vader of hij kans zag om via de ondergrondse de neergekomen militair het land uit te krijgen. Mijn vader had via Radio Oranje gehoord geen geallieerden meer over te brengen naar Engeland. Het was allemaal te gevaarlijk. De mensen moesten ter plaatse zien te onderduiken. Immers het einde van de oorlog lag al in het verschiet. Maar dat heeft vader niet verteld aan Bolmer. Wel dat hij hem kon brengen. Dus werd de man aan het begin van de avond gebracht.

Wij zaten ’s avonds te eten en zagen vanuit ons huis hoe boer Bolmer hobbelend over het bouwland met paard en wagen ons huis naderde. De wagen was geladen met strobalen. Onder het stro werd deze Amerikaan verstopt. Het bleek William Hammer te zijn, een schutter op een Amerikaans vliegtuig die aanvallen voerde op Duitsland. Omdat William zo’n typische Engelse naam was noemden wij hem Piet. Mocht je je verspreken dan zou de naam Piet niet opvallen. Hij heeft 7 maanden bij ons in een hol onder de schuur gewoond, samen met onze oom, de eerder genoemde G.H. Voorwijk. Op een dag kreeg Piet hevige buikpijn. We waren bang voor een blindedarm ontsteking. Mijn moeder heeft toen haar neef, dokter Ten Veldhuys uit Lemelerveld gevraagd langs te komen. Deze kwam en constateerde gelukkig geen blindedarmontsteking. In het gesprek met “Piet” Hammer en de huisarts uit Lemelerveld kwamen beiden tot de conclusie dat de twee vliegers van het vliegtuig bij huisarts Ten Veldhuys ondergedoken zaten. Dat waren eerste vlieger R.C. Vogel en tweede vlieger L.M. Sellers. Piet was erg blij te horen dat in ieder geval nog twee van zijn kameraden nog in leven waren. Mijn vader had Piet beloofd dat hij hem na de bevrijding het kasteel  en de omgeving nog eens zou laten zien. Maar dat pakte heel anders uit.

Bevrijding al op 6 april 1945

Mijn vader stond bij het naderen van de Canadese bevrijders vanuit Den Ham op 6 april 1945 op de Hammerweg in Eerde. Hij hield de eerste van drie verkenningswagen, een Lynx, van de Manitoba Dragoons staande. De andere twee voertuigen waren Staghounds, die doorreden richting Ommen. Mijn vader vertelde in het gesprek met de Canadezen dat er bij ons een Amerikaanse militair zat ondergedoken. Dat had hij eigenlijk niet moeten doen, want Piet stond vanaf dat moment weer onder krijgstucht en moest uit Eerde vertrekken om Nederland verder helpen te bevrijden. Dat kon geen dag verder uitgesteld worden. Hij heeft het kasteel dus nooit van binnen kunnen zien. Maar gelukkig heeft hij de oorlog weten te overleven. ”

Auteur:De Darde Klokke
Trefwoorden:Tweede Wereldoorlog, Onderduikers, Luchtoorlog, Vlieger
Periode:1940-1945
Locatie:Eerde, NL, Woning, 7731 PK Ommen, Baron van Pallandtlaan 4

Locatie op kaart

0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand