MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel
Zoeken
Uitgebreid zoeken

De oorlog door de ogen van een kind in Ommen

Verhaal

De herinneringen van een jong meisje, Sietsche Postma 1935) uit Ommen.

Onbezorgde jeugd

De dag dat de oorlog begon speelden we in de tuin. Er hing een gespannen sfeer, maar daar heb je als 5 jarige geen grip op. In de middag werden oude lakens in repen gescheurd en op de ramen geplakt: het was oorlog. De eerste jaren gingen voor ons kinderen vrij ongemerkt voorbij: school, buiten spelen enz. Later begonnen er dingen op te vallen: geen nieuwe schoenen te koop dus liepen we op klompen. En in de zomer op houten zolen met banden over de voet. Stof voor nieuwe kleren was niet meer te krijgen, gelukkig was mijn moeder een goede naaister die uit iets ouds iets nieuws kon maken. Uit de rood geruite hoes van een veren bed van pake maakte ze een jurk voor mij! Fietsbanden werden bij gebrek aan nieuwe vervangen door repen autobanden; daar moest je hard voor trappen!

Kamp Erika

We raakten gewend aan S.S en S.D soldaten die tegen het eind van de ochtend met hun herdershond en hun “buit”  [ onderduikers en werkweigeraars e,d ] richting Erika liepen. Gevangenen uit het kamp in colonne op weg om ergens te gaan werken. Later begonnen de fietsen vorderingen: verstoppen dus. Mijn moeders fiets lag onder onze matras, andere fietsen stonden achter de hout- en turf voorraad die tegen de muren waren opgestapeld. Mijn kinderfiets zou toch niet afgepakt worden? Achter de Stationsweg werd tabak verbouwd, grote planten waar menigeen de fiets verstopte. Maar de Duitsers waren niet dom: het leverde een mooi aantal fietsen op!

Luchtaanvallen

Het eten dat met bonnen gekocht kon worden was beperkt, dat moest aangevuld worden met zelf melk en eieren bij de boer te halen. Dat werd mijn werk, want ik had nog een fiets! Voor de eieren moest ok naar Witharen, twee gasmaskertasjes gekruist op de rug met de eieren, verpakt in stukjes krantenpapier. In de winter toen er sneeuw lag gingen mijn oudste zus en ik lopend met de slee richting Witharen. Een Duitse auto haalde ons in en bood ons een lift aan, we weigerden. Niet lang daarna hoorden we een vliegtuig schieten: ongeveer bij het woonwagenkamp was de auto geraakt! Achter de Stationsweg heeft ook afweergeschut gestaan: in een vrij diepe kuil werd die geplaatst, maar wat ze niet ingeschat hadden was de stand van het grondwater: al snel stond het geschut half in het water. De geallieerden wisten dat in Junne op een zijlijntje van het spoor, in het bos, de V2 stond opgesteld. Bij helder weer werd er geschoten of werden bommen gegooid op die spoorlijn, het station of op de Laarbrug. We zaten dan in de kelder.

Bevrijding, maar niet echt nog

Vrijdag 6 april. De meeste bewoners van de Stationsweg waren vertrokken. Hun huis was gevorderd, of ze waren weg gegaan vanwege het naderende gevaar. Mijn vader kwam in de loop van de morgen thuis. Wij, de kinderen, moesten zandzakken vullen die voor het kelderraam en op de trap werden gelegd. Er kwamen ‘‘verse”, heel jonge soldaten om het huis, met pantservuisten en flessen drank, voor de benodigde moed, waarschijnlijk. We zaten de hele middag in de kelder; het was drukkend stil. Plotseling ging de telefoon, ”opnemen” gebood een soldaat, en daar schalde de stem van de “opper”, de opperwachtmeester van de marechaussee aan de Hammerweg: “wij zijn bevrijd!” Hij had de twee verkenners voorbij zien komen! Hoe mijn vader zich daar uit heeft gered, weet ik niet. Toen veel lawaai en daarna gejuich van de Duitsers. Ze hadden een verkenningsvoertuig in brand geschoten, de twee andere Staghounds waren teruggereden. Wij mochten buiten naar de brand gaan kijken. Mijn moeder moest eten klaarmaken voor onze “gasten “. Die waren door het dolle heen: de piano kwam open en er werd vrolijk gezongen. Er werden nieuwe plannen gesmeed: de geallieerden moesten tegengehouden worden door de grote eikenbomen over de weg te laten vallen. We gingen weer de kelder in, een enorme knal volgde: de bomen waren om de andere gevallen. Ook de dakpannen hadden het loodje gelegd. We hebben de nacht nog in huis doorgebracht, maar de volgende morgen zijn we naar Ommen vertrokken. We vonden onderdak in het electriciteits-gebouw, mijn vader gaf daar avond- tekenles en had een sleutel. We moesten muisstil zijn, want aan de overkant, in het Zwarte Paard, zaten nog S.D soldaten en wat heeft een gezin in een dienstgebouw te zoeken. Er was een grote kluis en daar verbleven de kinderen met spelletjes doen. Op maandag ochtend heeft mijn moeder ons naar Varsen gebracht, naar de familie Nabers. Daar waren al meer mensen onderdak komen zoeken. Daar zijn we gebleven tot de bevrijding."

 

 

Auteur:Sir Schokkenbroek
Trefwoorden:Familieleven, Bommenwerpers, Gevechtsvliegtuigen, Gevechten, Aftocht, Canadese bevrijders
Personen:Sietsche Postma
Periode:1940-1945
Locatie:Ommen, NL, Ommen, Stationsweg 19

Locatie op kaart

0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand